William BAILEY

Geboortedatum: 6 april 1888
Geboorteland: Groot Brittannië
Overleden op: † 22.01.1971

Behalve aan wielrennen en basketball was ik in mijn tienerjaren helemaal verslingerd aan de jazzmuziek. Dat kwam in niet geringe mate omdat impresario Lou van Rees alle grote jazzcoryfeeën van die tijd naar Nederland haalde.
Ik heb in het Concertgebouw alle groten van toen aan het werk gezien hoewel de prijs van een toegangskaartje een vermogen was voor een arme schooljongen. Maar er stonden steeds meer auto’s voor de deur en dus was het eindeloos autowassen.
Ik bewaar dierbare herinneringen aan de optredens van Louis Armstrong, Ella Fitzgerald en de big bands van Duke Ellington, Count Basie en Stan Kenton. “Het koude, kille, koele koper van Kenton”, allitereerde Pete Felleman met zijn Amerikaans accent op de radio.
Ik zag er ook een keer Kid Ory en zijn band optreden, een van de laatste onvervalste Dixieland-orkesten uit New Orleans. Hun grote hit was: ‘Won’t you come home Bill Bailey’ een voor die tijd ruig nummer, waarin trombonist Edward ‘Kid’ Ory uitmuntte met van die lange diepe halen.
Wie Bill Bailey was heb ik niet meer paraat, maar het was in ieder geval niet de gelijknamige Britse wielrenner die vandaag precies 130 jaar geleden in Londen werd geboren. Ik kende Bailey zijdelings uit Temidden der kampioenen, de biografie van Piet Moeskops.
Toen de ster van Big Pete uit Loosduinen begon te stralen was Bill Bailey al in zijn nadagen. In een Engels boek uit 1978 over een eeuw Brits wielrennen, kom ik meer over hem te weten. Dat hij drie keer kampioen sprint van zijn land was en vier maal als amateursprinter een regenboogtrui kreeg uitgereikt, wist ik wel.
Maar dat hij in die jaren de meeste roem behaalde door vier maal de Grand Prix de Paris te winnen, wist ik niet. Die Grand Prix was voor de winnaar in die tijd belangrijker dan een wereldtitel.
Die prestigieuze prijs was voor de sprintelite van toen vergelijkbaar met het winnen van de Tour de France voor wegrenners. Parijs was het centrum van de internationale sprintelite en jaar na jaar kwamen daar de beste sprinters van de wereld aan de start.
In 1913 stond Bailey met vier wereldtitels bij de amateurs op het toppunt van zijn roem en hij was er helemaal klaar voor om als een vedette de profrangen binnen te stappen. Maar in 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en Bill Bailey moest zijn ambities opzouten tot 1920 toen de internationale competitie weer op gang kwam.
Zijn prijzenkast zou ook veel voller zijn geweest als hij zich de kostbare bootreizen had kunnen permitteren om regelmatig de oversteek naar de Verenigde Staten en Australië te kunnen maken.
Daar werden toen grote sprinttoernooien georganiseerd en regelmatig om de wereldtitel gestreden. Maar zo’n overtocht met zo’n oceaanstomer kostte veel geld en de naam Bailey was niet beroemd genoeg om door matchmakers te worden uitgenodigd om naar Amerika te komen.
Over de mens Bailey kom je in dat boek niet veel te weten, maar de informatie is zeker toereikend om Bill Bailey eindelijk thuis te laten komen, zij het helaas zonder het trombonegeschal van Kid Ory.
William ‘Bill’ Bailey overleed op 22 januari 1971. Hij werd 83 jaar.

06-04-2018