Theo SIJTHOFF

Geboortedatum: 6 februari 1937
Geboorteland: Nederland
Overleden op: † 20.07.2006

Theo Sijthoff was niet de beste wielrenner van Nederland, zelfs niet van Rotterdam, al had hij dat zelf graag gewild. Hij was wel een van de kleurrijkste personen die in de jaren zestig als coureur heeft rondgereden. Hoofdzakelijk op superbenzine, zoals Jan Raas dat placht te noemen in de jaren dat hij nog wel eens wat in het openbaar zei. De wielercarrière van Theo kun je op twee manieren beschrijven. Met de dorre statistieken en met zijn eigen iets te grote mond en fantasie. Met het eerste ben je zo klaar, over het tweede raak je niet uitgepraat, want Theo was me d’r een.
Als ik het goed heb staat er bij de beroepsrenners slechts één overwinning op zijn naam, te weten de Ronde van Elsloo in 1961. Daar klopte hij de grote Peter Post, gnuifde hij in menig interview. Dat wil niet zeggen dat hij een slechte renner was, want er waren tal van coureurs als hij met meer talent dan geluk. Je moet hem ook in z’n tijd plaatsen, een armoedige tijd waarin een profrenner maar moeizaam zijn kostje bij elkaar wist te scharrelen. Acht dagen koersen in de Ronde van Nederland en er 37 gulden aan overhouden.
De fantasie van Theo maakte het echter veel mooier dan het was. Zo stond hij met droge ogen dingen te beweren, die makkelijk controleerbaar niet klopten. Zoals het feit dat hij de meesterknecht van Jacques Anquetil zou zijn geweest. Ab Geldermans, de werkelijke meesterknecht van Maître Jacques, kan er nog kwaad om worden. 
Theo heeft wel in een Franse ploeg gereden, maar niet in die van Anquetil. Wel in die van Pelforth, in 1961 een nieuwe ploeg van ploegleider Maurice De Muer, die met weinig geld een ploegje samenstelde met wat tweede-garnituur Fransen en jonge Nederlanders, als Dick Enthoven, Cor Schuuring, Piet van Hees en ook Theo Sijthoff. Alleen Enthoven heeft het langer dan één seizoen uitgehouden.
Die ploeg werd pas wat toen Jan Janssen er in 1963 bijkwam en ook een paar oudere Franse profs er brood in zagen, zoals Henry Anglade en François Mahé. Kortom, Theo’s mond was groter dan zijn erelijst. Ik zal hem dat echter niet nadragen, want onconventionele figuren als Theo zijn het zout in de wielerpap, hoewel zijn amfetaminegebruik wel iets uit de hand is gelopen. Hij maakte daar geen geheim van, iedereen mocht bij hem thuis in zijn kastje met middelen kijken. Gelukkig is hij daar na zijn afscheid van de wielersport niet in blijven hangen. Van zijn andere verslaving om altijd en overal aandacht voor zijn persoon te krijgen, is hij echter nooit afgekomen.
Sterker Theo begon met veel bombarie een tweede leven. Hij stapte in de herenmode met een winkel in de Bovenstraat in Rotterdam-IJsselmonde. Een stil straatje waar alleen mensen komen die er moeten zijn. Theo lokte ze echter met advertenties in huis-aan-huis-blaadjes en alle media die betaalbaar waren. Daarin stelde hij zich voor als iemand met een normaal postuur, blauwe ogen, fijntjes in de kleren en bepaald niet ver van de boom gevallen. Zijn vroede voorvaderen trokken in het jaar 1583 alreeds met textiel langs huis en stee, vandaar die vakkennis, fantaseerde hij zonder blikken en blozen.
Een reclamebureau had de jonge ondernemer niet nodig en in eigengemaakte advertenties liet hij bijvoorbeeld weten dat een nudistenclub een enorm verloop aan leden had geconstateerd, omdat die mensen bij Theo waren binnengelopen en zijn kleding gepast. Dat beviel zo goed dat ze nooit meer in hun blootje wilden lopen. Ook suggereerde hij in zijn reclame-uitingen een verhouding te hebben met Brigitte Bardot, omdat hij om de haverklap naar Frankrijk ging. Dat was echter niet om BB te beminnen,, maar om die fantastische kleding in te kopen, waarmee hij zijn klanten verwende. Never a dull moment with Theo.
Maar achter al dat geroeptoeter zat wel degelijk ambitie en in een aantal jaren afficheerde hij zich als de Modekoning van Rotterdam met een groot pand onder de Van Brienenoordbrug. Hij ging zelf kleding voor dames en heren ontwerpen en hoewel de grote ontwerpers als Frank Govers, Frans Molenaar en Edgar Vos met enig dedain over hem spraken, was Theo bezig de ladder naar eer & roem te bestijgen. Hilversum ontdekte hem en hij heeft tal van grote showprogramma’s van top tot teen aangekleed. Overal waar glitter & glamour in voorkwam daar stond Theo’s naam op. Lee Towers was kind aan huis bij hem en Theo tekende jarenlang voor de aankleding van de beroemde Ahoy’ optredens van de voormalige kraanmonteur.
Theo verdiende in die tijd veel geld, kocht een kast van een huis, pochte in interviews dat het zijne veel groter was dan dat van zijn buurman Gerard Cox. Hij had het breed en liet het breed hangen. The higher they rise, the harder they fall, zeggen ze in Amerika, want de fiscus volgde de financiële capriolen van de eenvoudige Rotterdamse volksjongen op de voet. Tot ze toesloegen en zijn broze moderijk in 1999 ineenstortte. Nog zie ik de foto bij een interview uit die dagen, waar Theo verslagen in de camera kijkt. Er boven stond de kop: “Als je wordt geschoren, dan moet je stil blijven zitten”.
Het was over en uit en voor het eerst in zijn leven werd het stil rond Theo. Hij werd ziek, ernstig ziek en hij sleet zijn laatste dagen in een klein huisje in Brasschaat, mijmerend over zijn roemrijke verleden. Hij stierf op 20 juli 2006. De meesterknecht van Jacques Anquetil en de modekoning van Rotterdam.

06-02-2016