Sjaak van EGMOND

Geboortedatum: 15 januari 1908
Geboorteland: Nederland
Overleden op: † 09.01.1969

Tijdens de Olympische Spelen van 1928 zag de Haarlemse bakkersknecht Sjaak van Egmond de beroemde Finse atleet Paavo Nurmi in actie.
Enthousiast kwam de lange forsgebouwde jongen thuis en hij voorspelde zijn ouders dat hij als hardloper bij de volgende spelen aanwezig zou zijn. Hij werd lid van een atletiekvereniging en hij besloot zich toe te leggen op de middenafstandsnummers.
Dat ging goed, maar door zijn drukke werkzaamheden kon hij niet elke dag trainen. Douwe Houweling, een oudere collega bij bakkerij Franken, was wielrenner. Die man had een glazen oog en dat was niet in het voordeel van zijn sportieve ambities, want zijn tegenstanders maakten daar natuurlijk altijd misbruik van door hem aan de kant van zijn kunstoog ongezien te passeren.
Houweling zei op een dag tegen Sjaak: "dat schiet toch niet op dat hardlopen van jou. Je bent steeds veel te veel tijd kwijt om naar die atletiekbaan te gaan. Ga toch fietsen, je bent een geboren wielrenner."
Zo werd Sjaak van Egmond baansprinter en twee jaar later was hij kampioen van Nederland. Hij beheerste als zodanig alleen de lange sprint. Op een groot verzet zette hij er een flink tempo in en op vier-, vijfhonderd meter voor de finish begon hij te spurten.
Zijn tegenstander moest dan maar zien hoe ie er langs kwam. Het werd zijn handelsmerk. Iedereen die hem de kans gaf zo te rijden, was geklopt. In 1931 en '32 werd hij sprintkampioen van Nederland bij de amateurs en voor hij het wist zat hij in de Olympische selectie voor de spelen van Los Angeles.
Hij werd ingeschreven op drie nummers: de sprint, de kilometer tijdrit en de tandem. Bij die inschrijving was geen rekening gehouden met het programma, waardoor Van Egmond behoorlijk in de knoop kwam.
Op één dag moest hij binnen enkele uren op alle de drie de onderdelen de finale rijden. Dat kon natuurlijk niet en hij moest noodgedwongen het tandemnummer laten vallen. Een verstandige beslissing want 'de Lange' won goud op de sprint en zilver op de kilometer tijdrit.
Een jaar later in 1933 werd hij nogmaals nationaal kampioen, alsmede wereldkampioen bij de amateursprinters, waarna hij direct beroepsrenner werd.
Hij werd drie maal kampioen van Nederland in die categorie en hij won enkele grote prijzen, maar daar bleef het bij. Zijn simpele tactiek van 'lange halen, gauw thuis' was te doorzichtig voor de geraffineerde profs.
Hij ging koppelwedstrijden rijden en ook het achtervolgen ging hem goed af. Hij was met wisselend succes nog tot na de oorlog actief.
Hij begon in 1954 een café in het centrum van Haarlem. Die mooie bruingerookte kroeg op de hoek van de Kleine Houtstraat bestaat nog steeds.
Het lag jaren schuin tegenover bakkerij De Dood en wie door de rokerige mist naar buiten keek, zag de grote Heilig Land kerk liggen. "Als je dronken bij Van Egmond naar buiten komt, dan zie je de dood in de ogen en heb je het heilig land in zicht", zeiden de Haarlemmers dan ook.
De sympathieke Van Egmond overleed op 9 januari 1969 aan een ernstige leverziekte. Bijna eenenzestig jaar oud.

Uit Wielerhelden van Oranje 2003

09-01-2017