Roy SCHUITEN

Geboortedatum: 16 december 1950
Geboorteland: Nederland
Overleden op: † 19.09.2006

Tussen 1944 en 1991 werd aan het eind van elk seizoen altijd de Trofeo Baracchi verreden. Een koppeltijdrit tussen Brescia en Bergamo. De erelijst vermeldt de grootste namen uit de wielergeschiedenis.
Eddy Merckx had de trofee al drie keer gewonnen, toen hij in 1974 opnieuw werd gecontracteerd. De beste wielrenner ter wereld vroeg de op een na beste wielrenner ter wereld zijn koppelgenoot te zijn.
Dat was zijn landgenoot Roger De Vlaeminck, niet bepaald zijn vriend maar Merckx kon zich in de Baracchi geen afgang veroorloven.
De beste Italiaan van dat moment was Felice Gimondi en hij werd gekoppeld aan ene Roy Schuiten uit Nederland. Die was dat jaar uit het niets aan het wielerfirmament verschenen door in één weekend én de Ster der Beloften én de Grand Prix des Nations te winnen.
Bovendien was hij ook nog eens wereldkampioen achtervolging geworden. Gimondi was niet in topvorm en hij vreesde dat hij door die Schuiten in de vernieling zou worden gereden. De organisatie kwam met een andere Italiaan op de proppen, de nog onbekende Francesco Moser.
Het favoriete koppel Merckx-De Vlaeminck was al dagen op het parkoers aan het trainen. Ook Moser liet qua training niets aan het toeval over. Hij had dat graag met die Schuiten willen doen, maar die was er nog niet.
Op de dag voor de wedstrijd kwam hij pas in Bergamo aan. Hij had twee dagen voor de start nog even meegedaan aan het Europees kampioenschap koppelkoers op de baan. Moser begreep er niks van, dat was toch geen voorbereiding.
Ze maakten op zaterdagmiddag nog even een trainingsritje en de Italiaan kon het wiel van Schuiten ternauwernood houden. De wedstrijd was een sensatie. Halverwege lag het gelegenheidsduo op de vierde plaats met een behoorlijke achterstand.
Toen doemde de Gussago op, een venijnig klimmetje. Schuiten schakelde een paar tandjes bij en hij ramde op de macht omhoog met een allesgevende Moser amechtig in zijn wiel. Ze lagen direct op de tweede plaats.
Aan de finish noteerden ze de snelste tijd en Merckx-De Vlaeminck waren bijna drie minuten langzamer. De hele wielerwereld was verbijsterd, maar Schuiten zelf was niet onder de indruk. Wel van het feit dat de grote Eddy Merckx hem na afloop een handje kwam geven.
De vader van Roy was marine-officier die met zijn gezin nogal eens verhuisde. Ze woonden in Cucaçao en in Indonesië en na zijn pensionering streek Coen Schuiten in Zandvoort neer waar hij een slijterij begon.
Schuiten senior was een wielergek en vooral een fan van Peter Post. Ook Roy was een bewonderaar van Post en grote foto's van de Amstelveense wielerkeizer hingen boven zijn bed.
Op zestienjarige leeftijd werd hij wielrenner en net als zijn idool reed hij veel op de baan. Als amateur werd hij twee keer Nederlands kampioen achtervolging. Bondscoach Frans Mahn was helemaal gek van het geweldige talent en hij begeleidde Schuiten met zorg, omdat het zieltogende baanwielrennen wel een opkikker kon gebruiken.
Op 6 april 1973 kwam Coen Schuiten bij een auto-ongeluk om het leven en de wereld van Roy stortte in. Hij stopte direct met wielrennen, want dat was hun gezamenlijke hobby geweest. Mahn zag de kans op een zekere wereldtitel in rook opgaan.
Gelukkig zag Roy na enkele maanden in dat hij wat al te impulsief zijn beslissing had genomen en hij ging weer trainen. De rust had hem goed gedaan, want hij won direct met overmacht Olympia's Tour.
Mahn had grote plannen met zijn pupil, maar hij was woedend toen hij vernam dat zijn grillige protégé buiten zijn medeweten een profcontract had getekend bij de Raleigh-ploeg van Peter Post.
Voor Post was die handtekening een zegen, want de resultaten van zijn nieuwe ploeg waren bedroevend. Hij had successen nodig en Schuiten zorgde daar direct voor met de bovengenoemde overwinningen.
Het budget werd vanuit Engeland verhoogd, waardoor Post zijn ploeg aanmerkelijk kon versterken. In de wintermaanden moet Schuiten zich gerealiseerd hebben wat hij frisch und unverfroren teweeg had gebracht en hij bezweek bijkans onder het verantwoordelijkheidsgevoel, dat als een loden last op zijn schouders drukte.
Er werden wonderen van hem verwacht. Er werd aan de stand van zijn fiets gesleuteld en er werden beslissingen voor hem genomen waar hij niet in gekend werd. In de voorjaarskoersen in Zuid-Europa kon hij nog wel meekomen, maar in de klassiekers bakte hij er niks van.
In de Ronde van België reed hij zo slecht dat hij direct met wielrennen wilde stoppen. De pers was genadeloos evenals zijn ploegleider. In de ploeg werd hij een outcast. Hij kon niet overweg met die harde rennersgrappen en hij zonderde zich steeds meer af.
Toen hij te horen kreeg dat Didi Thurau voortaan kopman zou zijn, fleurde hij helemaal op en het werd toch nog een fantastisch seizoen. Hij won op magistrale wijze de Henninger Turm, de Grand Prix des Nations, de Grote Prijs Lugano en andermaal de wereldtitel achtervolging.
Na een mislukte aanval op het werelduurrecord was de chemie tussen hem en Post uitgewerkt en hij verdween naar een Franse ploeg. Hij kon er zijn faam niet waarmaken, evenmin als bij de Italiaanse formatie Scic. Hij boekte nog enkele indrukwekkende overwinningen, maar de Roy Schuiten van 1974 en `75 is nooit meer waargenomen.
Eind 1982 stopte hij met wielrennen om begin 1986 weer in de wielersport op te duiken als ploegleider van een nieuwe ploeg met een groot budget, gesponsord door PDM fabrikant van cassettebandjes.
Ere wie ere toekomt want Schuiten zette samen met Harrie Jansen een fantastische ploeg neer met Pedro Delgado, Stefan Mutter, Gerrie Knetemann, Steven Rooks en Gerard Veldscholten. Maar hij lag niet goed in de ploeg en hij werd genadeloos afgeserveerd.
Teleurgesteld verdween hij kort daarna naar Portugal. Via een advertentie kocht hij het grillrestaurant Le Bistroquet in de Algarve, waar hij voornamelijk Duitse en Nederlandse toeristen te gast heeft.
In de Nederlandse wielerwereld is hij niet meer geïnteresseerd, maar hij kijkt tevreden op zijn wielercarrière terug. "Het eerste jaar is het me allemaal een beetje overkomen, maar ik heb die overwinningen in de jaren daarna allemaal bevestigd."-

Uit Wielerhelden van Oranje 2003

16-12-2016