Richard GROENENDAAL

Geboortedatum: 13 juli 1971
Geboorteland: Nederland

Omdat er vandaag geen jarige is, van wie ik meer weet dan zijn naam en nationaliteit neem ik voor de derde keer in korte tijd mijn toevlucht in de katholieke heiligenkalender en kwam uit bij de Heilige Richarius, een Frankische priester die leefde in de zesde eeuw.
Zo mocht ik kiezen uit een aantal Richards en ik koos voor Richard Groenendaal geboren op 13 juli 1971. Hij is een generatiegenoot van Axel Merckx en eveneens met wielrennen begonnen als de zoon van. Dat is een enorme belasting en het is tekenend voor het karakter van beide heren dat ze hebben doorgezet.
Axel heeft nooit het niveau van zijn beroemde vader kunnen halen en dat is geen schande, want er is geen enkele wielrenner geweest die Eddy Merckx ooit heeft kunnen overtroeven.
Wat dat betreft had Richard het makkelijker, want Rein Groenendaal was zeker geen veldrijdende Eddy Merckx. Wel een hardwerkende stukadoor die in de bouw zijn 'kwakkies' smeerde om in het weekend als een fanatieke stoemper de strijd aan te binden met gesoigneerde profs als Hennie Stamsnijder en Roland Liboton.
Als hij die twee af en toe eens verschalkte dan was er geen gelukkiger mens dan die kleine 'snorremans' uit Sint Michielsgestel, die vanwege zijn vechtlust razend populair was. Toen hij afscheid nam, mocht zijn erelijst met ruim honderdtwintig overwinningen gezien worden.
Hoewel hij als peutertje al vertrouwd was met het wielermilieu zag het er aanvankelijk niet naar uit dat Richard in de voetsporen van pa zou treden. Hij deed als jongen aan waterpolo en dat vond hij heel leuk.
Het was dan ook niet zijn vader die hem uiteindelijk in de wielersport bracht, maar de jongens uit het dorp. Die organiseerden zogeheten 'wilde' wedstrijden en eenmaal uitgedaagd pakte Richard een fiets van zijn vader om mee te doen.
Voor hij het wist was hij wielrenner. Een wegrenner, die in de winter wel eens een cross reed. Zoals het Nederlands kampioenschap. Bij de start merkte hij al dat hij zijn achternaam niet mee had om anoniem ervaring op te doen. Hij werd op een te klein verzet toch zevende.
Dat was knap, maar het publiek was teleurgesteld. Dat zou het ook zijn geweest als hij tweede was geworden. Op de weg had hij veel minder last van de reputatie van zijn vader, want die reed haast nooit in criteriums.
Hij ontplooide zich tot een fanatiek bijtertje. Altijd rammen en nooit opgeven. Als junior werd hij al tweede bij het WK als lid van de Nederlandse tijdritploeg en als veldrijder werd hij in 1989 zelfs wereldkampioen bij de junioren.
Hij wist dat hij ooit zou moeten kiezen, maar voorlopig bleef hij nog even van twee walletjes eten. Op de weg kwam hij als amateur in de nationale selectie. Hij reed in 1991 het WK en in 1992 was hij lid van de Nederlandse ploeg op de Olympische Spelen van Barcelona.
Hij concludeerde dat hij als wegrenner hooguit tot de beteren behoorde, terwijl hij in het veldrijden zou kunnen uitgroeien tot een vedette. Zijn beslissing om alles op het crossen te zetten, werd mede veroorzaakt door de wijze waarop door de bondscoach en andere betrokkenen op zijn besluit werd gereageerd.
Dat was toen hij meldde een ontstoken slokdarm te hebben als gevolg van een scheurtje in het middenrif. De opmerking dat 'hij er niks van kon' stak hem als een dolkmes. Zijn debuut als veldrijder bij de profs was daverend. Hij werd direct Nederlands kampioen en bij het WK reed hij in het Belgische Koksijde lange tijd aan de leiding.
In de laatste ronde kwam de ontketende favoriet Paul Herijgers echter d`r op en d`r over. In het voorbijgaan gaf de Belg hem een schouderklopje om vervolgens hard door te halen. Herijgers bedoelde het ook als zodanig, maar het zag er op de beelden nogal arrogant en vernederend uit.
Inmiddels was de Rabobank in de wielersport gestapt en met het enorme budget kon ook een veldritploeg op poten worden gezet. Met sterke troeven als Adri van der Poel, Sven Nys en Richard Groenendaal werd oranje een bekende kleur bij wereldbeker- en Super Prestige-wedstrijden.
Van der Poel werd in 1996 wereldkampioen en Richard in 2000 op zijn vertrouwde trainingsrondje nabij zijn woonplaats. Sindsdien zit het hem niet zo mee, want hij wordt behoorlijk door pech achtervolgd. Ook heeft hij wel eens problemen met de fanatieke Belgische supporters die hem voornamelijk verwijten dat hij Nederlander is.
Richard Groenendaal is uitgegroeid tot een gelouterde prof, die gedreven als een amateur zijn vak beoefend. Hij is een onverbeterlijke materiaalfreak. De laatste jaren is dat niet meer zo nodig want aan de fietsen en de kleding is vrijwel niets meer te ontwikkelen.
Zijn materiaalfanatisme heeft mooie verbeteringen opgeleverd. In het begin van zijn carrière toen het kliksysteem op de pedalen nog niet bestond, sleutelde hij samen met zijn vader zodanig aan zijn schoenen dat hij bij het lopen een uitstekende grip had en niet meer zo makkelijk weggleed.
Bij het WK in Tabor in 2001 verscheen hij aan de start met banden voorzien van een speciaal profiel. Dat had hij samen met zijn mecanicien ontwikkeld. Het was van tevoren bekend dat ze zeker met winterse omstandigheden te maken zouden krijgen en het parkoers lag inderdaad vol met stijf bevroren sneeuwresten.
Aan de banden heeft het dan ook niet gelegen dat Richard daar zijn wereldtitel niet kon prolongeren. Dat lag aan zijn lichamelijke conditie, die ernstig verzwakt was door een voedselvergiftiging. Dat koste hem de power om met die speciale banden voor de hoofdprijs te gaan.
Richard Groenendaal is dag en nacht met zijn vak bezig. Tien maanden per jaar. Als het crossseizoen erop zit, neemt hij eerst uitgebreid vakantie en hij geniet dan samen met zijn vriendin, de oud-wielrenster Evelien Basten, van alle dingen die een normaal mens het hele jaar kan doen.
In mei is het al weer zover en begint hij ter voorbereiding op de winter aan een lange reeks wegkoersen, terwijl hij de intensiteit van zijn dagelijkse trainingen in de bossen steeds verder opvoert.
Als hij tussen alle beslommeringen door even wil ontspannen, pakt hij een tuinstoel om naar zijn Japanse koi-vissen te kijken in de vijver van zijn tuin. Veel is er niet aan te zien, maar Richard is er uren zoet mee. Het is als een yoga-oefening, maar dan in een gemakkelijke houding.

Uit Wielerhelden van Oranje 2003

26-04-2018