Piet de WIT

Geboortedatum: 6 maart 1946
Geboorteland: Nederland

Zijn vader had een fietsenzaak in Wormer en in de jaren vijftig kwam Kees Pellenaars daar elk jaar op bezoek. Net als bij alle andere fietsenwinkels die Locomotief-fietsen verkochten, want dat was het merk waarop de renners van Pellenaars in de Tour reden.
De kleine Piet de Wit vond het machtig interessant als die beroemde man met die sigaar druk pratend met zijn vader in de winkel was. Er kwamen dan nieuwe foto`s van de Tourploeg aan de muur en kleine Pietje kon er zijn ogen niet van af houden.
In 1961 had hij zelf een racefiets. Hij begon te koersen bij de Zaanse wielervereniging DTS. Er kwam al spoedig ook een baanfiets, want Amsterdam was dichtbij en er waren veel wedstrijden in het olympisch stadion.
Op negentienjarige leeftijd haalde gangmaker Bertus de Graaf de talentvolle amateur over om eens een paar rondjes achter de motor te gaan rijden. Het ging lekker en De Wit combineerde het rolrijden met allerlei andere wieleractiviteiten op weg en baan.
In 1966 werd het serieus toen hij tweede werd in het Nederlands kampioenschap met Noppie Koch. Drie maanden later bij het WK werd Piet verrassend wereldkampioen bij de amateurstayers.
Het volgende jaar werd hij Nederlands kampioen en prolongeerde hij zijn wereldtitel op de vertrouwde baan van het Amsterdamse stadion.
"De eerste keer overkomt het je en de tweede keer moet je", herinnert hij zich. "Het is een enorme druk. Bij de finale zat er vijfendertigduizend man in het stadion, waarvan er tienduizend alleen voor mij uit de Zaanstreek waren gekomen.
Het was fantastisch. Op je thuisbaan kun je meer dan op een andere baan en ik vloog. Ik kon niet moe worden. We reden gemiddeld met 83 kilometer per uur. De mensen stonden op de banken."
In 1968 werd Piet beroepsrenner. "Noppie reed bij de profs met de Belg Proost, maar Stakenburg was vrij. Met hem ben ik drie keer achter elkaar kampioen van Nederland geworden, maar een wereldtitel zat er niet meer in.
Je kon er niet van leven, maar ik reed ook zesdaagsen. Ik heb er meer dan zestig gereden en dat verdiende goed. Met partners als Bongers, Koel, Van der Lans en Ottenbros.
In 1974 ben ik plotseling gestopt. Ik had de zaak van mijn vader overgenomen en een nieuw pand laten bouwen, waardoor het veel grootschaliger werd. Dat was niet meer te combineren.
Mijn vrouw werd zwanger en mijn bedrijfsleider ging plotseling weg en toen moest ik wel stoppen. Tot 1995 heb ik hard in die zaak gewerkt en toen kon ik het spul goed verkopen.
Het wielrennen is toen weer belangrijk voor me geworden, want als teammanager van de KNWU trek ik veel met baanrenners op. Ja, er wordt nog steeds gestayerd. Er zijn nog zo`n tachtig wedstrijden in Europa en er is een Europees kampioenschap.
Jongens als Patrick Kops en Roland Rol rijden elke week nog wel ergens een wedstrijdje en daar komt nog altijd veel publiek op af. Je leest er echter nooit iets over in de media. Jammer."

Uit Wielerhelden van Oranje 2003

06-03-2017