ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Pierre BRAMBILLA

Geboortedatum: 12 mei 1919
Geboorteland: Frankrijk
Overleden op: † 13.02.1984

Zonder verhalen, anekdotes en legendes zou de Tour de France een gewone sportwedstrijd zijn. Maar dat enorme brok historie zorgt ervoor dat we over de Ronde aller ronden nooit uitgepraat raken.
De Tour van 1947 was er een met een fantastische ontknoping, vergelijkbaar met de wijze waarop afgelopen zondag de Nederlandse voetbalcompetitie eindigde, met de kleine Breton Jean Robic (foto 2) als metafoor voor PSV.
Winnen en verliezen horen bij elkaar als peper bij zout en de grote verliezer van die Ronde van Frankrijk (het droevige Ajax) was Pierre Brambilla (foto 1). Die begon aan de laatste etappe met een voorsprong van 2’58” op Robic.
Daar tussen stond nog de Italiaan Aldo Ronconi met 53 seconden achterstand op Brambilla.Maar dat was een ploeggenoot van de geletruidrager van wie dus normaal gesproken geen gevaar te duchten was. Dat was ook zo, maar helpen was een ander verhaal.
Brambilla was een in Zwitserland geboren Italiaan, die in Frankrijk woonde en daarom in zijn vaderland al lang niet meer als een authentieke spaghettivreter werd gezien. Hij was eerder een verrader in de ogen van alles wat Italiaans was.
Daarom hadden zijn ploeggenoten, de ‘echte’ Italianen, niet zo’n trek om hem te helpen in zijn poging de Tour te winnen. Ook de andere nationaliteiten lieten hem aan zijn lot over. Hij was immers een Italiaan en dat land was in de net afgelopen oorlog, onder leiding van Il Duce Benito Mussolini, stevig fout geweest.
Arme Brambilla de voor een dubbeltje geboren coureur die ook nog eens was toegerust met een forse overbite en een grote kluskin, waaraan men zijn bijnaam ‘La Galoche’ (de klomp) ontleende.
Ondanks alle tegenwerking was hij op de laatste dag van de eerste naoorlogse Tour echter drager van de gele trui en dus de grootste kanshebber op de eindzege.
Hij stond na de monstertijdrit over 139 kilometer stevig aan de leiding met nog slechts twee vlakke ritten voor de boeg naar Parijs. De renners waren moe, hadden er bijna vierenhalfduizend kilometer opzitten en verlangden hevig naar het Parc des Princes in Parijs.
In de voorlaatste etappe kon Brambilla zich nog makkelijk handhaven, maar in de laatste rit over 257 kilometer van Caen naar Parijs ging er een groepje lopen onder aanvoering van de geduchte Belg Briek Schotte, de Fransman Edouard Fachleitner en … Jean Robic.
Het peloton lummelde richting Parijs en geen enkele renner stak een poot uit om de arme Brambilla te helpen. Hij bood overal geld, maar de helden waren (te) vermoeid.
Toen 'de gele klomp' in Parijs over de streep kwam was Jean Robic al zestien minuten over de finish en zeker van de overwinning. De kleine Bedouien met het leren hoofd, was nog lelijker dan Brambilla, maar mateloos populair in Frankrijk.
Als tweede in de eindstand mocht Brambilla op het erepodium staan, maar hij keek nog lelijker de wereld in dan normaal. Ontroostbaar en woedend trapte hij na de huldiging ter plekke zijn fiets in elkaar, nam de schroothoop mee naar huis en begroef die in zijn tuin.
In 1949 liet hij zich tot Fransman naturaliseren en in 1960 keerde hij in het peloton terug als ploegleider van de Liberia-ploeg. Daarin zaten knappe renners als Henri Anglade, Germain Derycke, Jean Dotto, Dominique Forlini en Richard Van Genechten. Hij zal ze ter motivatie wel niet zijn trieste verhaal hebben verteld.
Pauvre Pierre overleed in 1984 op 74-jarige leeftijd.

12-05-2016