Peter KISNER

Geboortedatum: 1 september 1944
Geboorteland: Nederland

Er zijn renners met een rijke palmares, met maar één zege die in het geheugen is blijven hangen. Er zijn ook renners die heel veel hebben gewonnen, zonder dat er één zege echt is blijven hangen.
Een derde categorie is de renner die met één overwinning in het collectieve geheugen zit bij de wielerliefhebbers die er toen bij waren.
Zo iemand is Peter Kisner, een Nederlandse beroepsrenner van zo’n 45 jaar geleden, die op zondag 21 juni 1970 kampioen van Nederland werd op een niet al te lastig parcours nabij Helmond.
Na 230 kilometer hadden vijftien renners bijna tien minuten voorsprong op het geslagen peloton. Met zes man van de Caballero-ploeg leek de rest kansloos. Ook de drie van Willem II-Gazelle leken voorbestemd voor de troostprijzen.
Net als de twee van de Franse Mercier-ploeg, ook al waren dat wel Joop Zoetemelk en Eddy Beugels. Ook die zaten in de tang van het toen zo populaire sigarettenmerk. En verder waren het alleen maar eenlingen, die ook niet voor elkaar wilden werken.
De winnaar zou een Caballero-renner worden, dat stond vast en wie was niet belangrijk, voor ploegleider Gé Peters. Dat moesten Harry Steevens, Jos van Beers, Henk Benjamins, Wim Schepers, Daan Holst en Leo Duijndam onderling maar uitmaken.
Zoetemelk probeerde het keer op keer, maar het was steeds Benjamins die hem terughaalde. Merkwaardigerwijs kreeg ook Duijndam niet de ruimte toen hij demarreerde. De Caballero’s gokten op de laatste meters van hun twee sprinters Jos van Beers en Harry Steevens.
Maar het werd de onbekende Peter Kisner die in de eindsprint de Amsterdammer Harry Jansen met iets van tien centimeter aftroefde. De twee hadden lengtes voorsprong op de rest. Jos van der Vleuten werd derde en Steevens mocht als vierde zijn ploeggenoten veel kwalijk nemen.
Direct na de finish was er op de perstribune de prangende vraag: who the fuck is Peter Kisner? Geboren in Amersfoort, woonachtig in het Belgische Stekene en rijdend voor Goldor-Fryns-Elvé, een onbeduidend ploegje met slechts twee bekende renners (Jos Boons en Frans Melckenbeeck) in hun nadagen.
Kisner was nog maar een jaar prof en had nog geen uitslag op zijn naam staan. Bij de amateurs had hij enige naam gemaakt door het regelmatig winnen van criteriums (35 stuks) en door zijn activiteiten op de baan waar hij met de Hilversummer Albert van Midden een sterk koppel vormde.
Maar toen Van Midden prof werd, werd Peter Kisner het uit armoede ook maar. Hij was een echte liefhebber van het koersen, maar bij de amateurs had hij het wel gezien. Daarom vroeg hij eind 1969 ook maar een proflicentie aan. Zijn werkterrein waren de Belgische kermiskoersen en daarin reed hij als snelle man regelmatig in de prijzen. Hij ging er ook wonen.
Voor de journalisten die de wielersport internationaal volgden waren dit geen wapenfeiten die ze moesten weten om hun vak uit te oefenen. Ze stelden hem wat vragen en schreven in hun kranten over een 'verrassende' kampioen.
De titel leverde hem de nodige contracten op en bij de kermiskoersen stond hij in het rood-wit-blauw op de eerste startrij, soms zomaar naast een vedette als Eddy Merckx.
Hij mocht dat jaar als Nederlands kampioen mee naar het WK en werd in de door de Belg Monseré gewonnen titelstrijd 26ste. Een jaar later won hij een etappe in de Ruta del Sol en met nog een gewonnen kermiskoers, waar hij onder andere Rik Van Looy klopte, was het dat wel zo’n beetje.
Vraag tien Nederlandse wielerliefhebbers van toen hoe het Peter Kisner verder in het leven is vergaan en ze zullen het antwoord waarschijnlijk schuldig blijven. Het antwoord is helaas: ‘niet zo best’.
In het seizoen 1973 ging hij om onverklaarbare redenen steeds slechter rijden. Hij reed geen platte prijs meer. Het zorgde ervoor dat hij als wielrenner geen toekomst meer voor zichzelf zag en aan het eind van dat jaar de koersfiets voorgoed in de schuur parkeerde.
Pas vijf jaar later kreeg hij van de artsen in het ziekenhuis te horen waar het aan lag. Peter Kisner leed aan multiple sclerose, de gevreesde spierziekte.
Na zijn afscheid had hij werk gevonden als magazijnbediende bij Dow Chemical en dat heeft hij volgehouden tot het echt niet meer ging.
Om te horen hoe het nu met hem gaat, heb ik hem weer eens gebeld. Ik kreeg gelukkig een optimistische man aan de telefoon, die me vertelde dat het hem sinds ons laatste gesprek niet zo best is vergaan.
Hij ging wel elke dag een rondje fietsen, tot hij in juni 2013 werd aangereden door een vrachtwagen. Hij had van alles gebroken en het heeft lang geduurd voor hij weer enigszins aan het leven kon deelnemen.
Het fietsen – zijn grote passie – ging echter niet meer, maar hij bleef niet thuis zitten. Met de rollator loopt hij elke dag een rondje van ongeveer een kilometer. Na zijn scheiding woont hij alleen en met wat hulp van mantelzorgers kan hij zich redelijk redden.
Peter is een bewonderenswaardige man die in het leven de nodige tegenslag te verduren heeft gehad. Maar met het karakter van een wielrenner slaat hij zich er – zo goed en zo kwaad als het gaat – doorheen. En, hij is zeker niet zielig.
De Nederlandse kampioen van 1970 viert vandaag zijn 72ste verjaardag. Ik hoop van harte dat hij het zo nog een aantal jaren volhoudt en verdere tegenslag hem bespaard blijft. Genoeg is genoeg.

01-09-2016