Patrick TOLHOEK

Geboortedatum: 26 juni 1965
Geboorteland: Nederland

Patrick Tolhoek was een talentvolle renner die eind jaren tachtig op weg leek naar een mooie profcarrière. Een ambitieuze coureur met veel wilskracht en doorzettingsvermogen.
Als kind hield Patrick helemaal niet van wielrennen, althans van het wereldje. Daar wist hij als klein jongetje al alles van, want ieder weekend werd hij door zijn ouders meegesleept naar de criteriums in heel het land waar vader Ko Tolhoek moest koersen.
Hij deed liever andere dingen dan daar rondhangen. Toch kroop het bloed waar het niet gaan kon en zo werd ook hij wielrenner, net als later zijn zoon Antwan die over elf dagen zijn debuut maakt in de Tour de France.
Met hem heeft Patrick gemeen dat hij een aanvaller was, een renner die graag het avontuur zocht. Een beetje noodgedwongen, want als sprinter was hij een lantaarnpaal, omdat een strijkijzer nog over de strijkplank kan glijden. Daarom ging Patrick er graag alleen vandoor.
Hij kon van alles wat en als amateur behaalde hij ondanks zijn handicap 25 overwinningen. Dat bracht hem tot in de nationale selectie, waar hij enkele jaren een vaste waarde was hij en hij mee mocht doen aan het WK en aan buitenlandse etappekoersen.
Hij debuteerde in 1989 in de Tour de France als een van de dertig (!) Nederlanders die dat jaar van start ging. Twee keer reed hij in ontsnappingen in ontsnappingen, maar beide keren leverde het niet meer op dan een derde plaats.
Jan Raas, zijn provinciegenoot en werkgever in die jaren, had wel lol in dat aanvallende coureurke uit Yerseke, maar moest wel vaststellen dat de resultaten steeds minder werden. Niemand wist waar dat aan lag, want Patrick had last van onverklaarbare pijn in een van zijn benen.
De artsen dachten aan een hernia. Hij stopte vanwege de aanhoudende pijn al in 1991 met wielrennen en pas toen kwamen de doktoren er achter dat de klachten werden veroorzaakt door een afknikking van de bekkenslagader. Hij werd geopereerd en hij voelde zich herboren.
Hij had echter drie jaar verloren en het was te laat om de draad weer bij de profs op te pakken. Hij was echter nog geen dertig jaar, te jong om je al een oud-renner te voelen met een mooie toekomst achter zich en zo keerde hij terug op de fiets. Niet meer op een racefiets, maar op een mountainbike.
Niet zo maar een beetje voor de lol, maar wederom bloedfanatiek. In 1998 werd hij kampioen van Nederland en een jaar later wist hij een ticket voor Sydney te bemachtigen waar de Olympische Spelen werden gehouden.
Het moest het hoogtepunt van zijn sportieve carrière worden, maar juist op de dag dat het moest gebeuren voelden zijn benen aan als pap. Het liep voor geen meter en gedesillusioneerd stapte hij al na enkele ronden af.
Zijn falen in Sydney mocht de pret niet drukken en met twee zesde plaatsen bij de wereldkampioenschappen is hij van mening alles uit zijn carrière te hebben gehaald. Maar ja nu moest hij nog een alternatieve loopbaan zien op te bouwen in de maatschappij.
Hij had het diploma rijwielhersteller op zak, maar zag daar toch geen gedroomde toekomst in. Maar wat dan? Als Olympisch deelnemer kreeg hij hulp van het NOC*NSF waar ze een programma hebben om olympiagangers na hun carrière een handje te helpen op de maatschappelijke ladder.
Op kosten van de sportkoepel mocht hij een jaartje afkicken van de topsport, zich op zijn toekomst bezinnen en wat vrijwilligerswerk doen. Zo ontdekte hij zijn pedagogische kwaliteiten en besloot te gaan studeren. Na driekwart jaar stond hij voor de klas.
Niet bevoegd, maar hij studeerde vier jaar als een gek en had toen al zijn papieren om op een lyceum in Goes sport, recreatie, gezondheidszorg en toerisme te studeren. Zijn tweede succesvolle carrièreswitch.
Hij viert vandaag zijn 53ste verjaardag en tijdens zijn verjaarsfeestje zal het gesprek ongetwijfeld over zoon Antwan gaan die over een goede anderhalve week in de voetsporen van zijn vader gaat treden.

26-06-2018