Patrick EYK

Geboortedatum: 6 juni 1966
Geboorteland: Nederland

In 2007 schreef ik al eens een stukje over Patrick Eyk, de oud-beroepsrenner die vandaag zijn 52ste verjaardag viert. Ik moet eerlijk bekennen dat ik toen niet veel van hem wist en het was dan ook een kort stukje.
Patrick is de zoon van Tonny Eyk, de bekende pianist, componist, lekkerbek, schrijver van kookboeken, wielerliefhebber en verzamelaar van leiders- en kampioenstruien en een hele aardige man.
Tonny was ook een enthousiast lid van DOF, een wielerclubje met nog meer Bekende Nederlanders en ik had eens in Wielerrevue gelezen dat hij eens met zijn puberzoon van Badhoevedorp naar het vakantiehuis van de familie Eyk in Zuid-Frankrijk was gefietst.
Dat schreef ik in dat stukje omdat ik over de wielercarrière van Patrick niet veel te melden had, behalve dat hij twee jaar voor Jan Raas had gefietst en dat daarna zijn contract niet was verlengd en hij naar Amerika was vertrokken.
Die nogal summiere samenvatting van een wielercarrière van zestien jaar, waarvan acht als beroepsrenner, viel terecht niet goed bij Patrick die mij in een reactie danig op de vingers tikte. Ik was de levensles van mijn vader weer eens vergeten dat als je iets doet, je het goed moet doen.
Jaren later kwam ik op facebook andermaal in contact met Patrick, die tegenwoordig als corporate flight attendant werkt, wat (ik heb het opgezocht) zoiets is als purser/steward in privé vliegtuigen. Hij kwam in zijn reactie terug op onze eerdere dialoog en verschafte me wat gegevens over zijn wielerverleden. Net zo summier overigens, want meer dan wat uitslagen waren het niet. Desondanks beloofde ik hem ter gelegenheid van zijn eerstvolgende verjaardag op hem terug te komen.
Dat is vandaag en ik heb me de afgelopen dagen via het onvolprezen internet uitgebreid verdiept in leven en werken van Patrick Eyk die van 1991 tot en met 1998 beroepsrenner was. Eerst twee jaar bij de Buckler-ploeg van Jan Raas en daarna bij vijf verschillende buitenlandse ploegen, met voor mij goeddeels onbekende namen. Ik kwam ook een interview tegen uit 1995, waar ik meer over zijn persoon te weten kwam.
Het was een stuk uit De Volkskrant en de auteur was Bart Jungmann, destijds de wielerverslaggever van die krant. Aanleiding voor het interview was de selectie van Patrick door bondscoach Knetemann voor het WK in Colombia.
Hij was toen al drie jaar uit beeld voor de Nederlandse wielerliefhebbers en werd dan ook ‘de grote onbekende’ genoemd in de selectie van De Kneet. Patrick vond ‘verrassend’ een betere kwalificatie, want als Jungmann zou hebben opgelet dan had hij moeten weten dat Patrick al vijf jaar beroepsrenner was en op het Amerikaanse continent best wel mooie uitslagen had gereden.
Hij kwam voor mij uit dat interview naar voren als een eigenzinnige jongen, die wist wat hij kon, zich uitermate plezierig voelde in dat deel van de wereld, maar zich ook uiterst kritisch afzette tegen de kleingeestigheid van het Europese profpeloton en zich daarom veel meer op zijn plaats voelde in Amerika waar en veel beter mentaliteit heerste.
Ook de sfeer in de Buckler-ploeg was hem destijds niet bevallen, liet hij weten. Zo heel anders dan in Amerika en hij deed de uitspraak dat Lance Armstrong (de renner van voor zijn ziekte en bijzondere wederopstanding) het in Europa nooit zou redden met zijn grote bek.
Toen ik zover was gekomen met lezen, had ik mijn oordeel wel zo’n beetje klaar. Ik had helemaal niets met die zoon van Teun, die zichzelf daar afficheerde als een miskend genie, omdat hij enkele malen liet weten dart er veel meer had ingezeten. En daarover een beetje zat te zeuren tegen een krant die hem daarvoor een platform bood.
Ik heb het interview gelukkig uitgelezen, want mijn stemming sloeg om toen ik zijn uitspraken las over het gebrek aan continuïteit in zijn carrière. Dat hij bijna jaarlijks op zoek moest naar een nieuwe ploeg in dat zo door hem aanbeden Amerika. Hij stelde iets aan de kaak waar ik me jaren later druk om maakte bij het schrijven over al die verloren talenten uit de jaren tachtig en negentig.
Met iedere keer weer de kans noodgedwongen te moeten stoppen. In Europa zou het niet anders zijn geweest, vrees ik, als ik denk aan de carrières van jongens als Michel Zanoli en Raymond Meys, klasbakken en generatiegenoten van Patrick.
Mijn oordeel over hem kantelde definitief toen ik las: 'Maar mijn filosofie is altijd geweest: ik wil zelf bepalen wanneer ik stop. Niet omdat het vanwege de omstandigheden moet. Dat overkomt al zoveel renners in Nederland.’ Ik begreep hem ineens, want zo heb ik ook altijd in het leven gestaan. Baas zijn over je eigen leven, wat anderen ook van je vinden.
Patrick is een onafhankelijke geest, die niet voor het geld fietste maar omdat hij fietsen zo leuk vond en er al het plezier uit wilde braden dat er in zat. Hij heeft het afscheid kunnen rekken tot na z’n 32ste jaar. Hij heeft ervan genoten en en passant toch een mooie erelijst bij elkaar gereden.
De jarige van vandaag woont al lang weer in Nederland, heeft een gezin en is gesetteld, terwijl ik vrijwel wekelijks op facebook de verrichtingen van zijn tienjarige zoon Tyler volg die in zijn leeftijdscategorie al de sterren van de hemel fietst.
Patrick, gefeliciteerd met je verjaardag, succes met je zoon en doe de groeten aan je vader.

06-06-2018