Monique KNOL

Geboortedatum: 31 maart 1964
Geboorteland: Nederland

Monique Knol was als kind gek van sport en bij schaatskampioenschappen zat ze fanatiek voor de TV mee te leven. Ze ging zelf schaatsen om tot de ontdekking te komen dat ze het helemaal niet kon. Bij het droogtrainen was ze de fanatiekste van allemaal, maar op de ijzers kon ze haar bereconditie niet omzetten in prestaties. Wat ze ook probeerde, ze kreeg die specifieke techniek niet onder de knie.
Op de fiets ging het beter en haar vriendin, de wielrenster Monique de Bruin, introduceerde haar in 1984 bij de Amersfoortse wielervereniging De Pedaalridders. Daar ontmoette zij de oud-wielrenner Wim Kruis. Hij werd haar trainer, coach, mentor, begeleider en uiteindelijk ook haar levenspartner.
In haar eerste jaar reed ze heel veel clubwedstrijden. Kruis leerde haar alles en dat was een dankbare taak, want Knol had veel talent en ze was leergierig. Ze kon goed alleen rijden en op een glooiend heuvelachtig parkoers kon ze op de macht met iedereen mee. En ze kon razendsnel aankomen. Ze won koersen bij de vleet en al in haar tweede jaar zat ze in de nationale vrouwenselectie. Ze reed veel buitenlandse wedstrijden en al in haar vijfde jaar als wielrenster was ze rijp om te oogsten.
In het peloton was ze ontzettend gedreven en fanatiek en dat werd door haar collega's niet altijd gewaardeerd. Maar daar zit een echte topsporter terecht niet mee. In 1988 reed ze een zwaar programma met het oog op de Olympische Spelen in Seoul. Ze reed de Ronde van Noorwegen, die van Texas, de Tour de l`Aude en Epinal en natuurlijk ook de Tour Féminin, waarin ze vier etappes won. Van winnen kreeg ze een geweldige kick.
Er was wel altijd stress en daar kon ze aanvankelijk niet mee omgaan. Maar ook dat kun je leren en zo werkte Monique op alle fronten aan haar progressie om op de Olympische Spelen het hoogtepunt van haar carrière te bereiken. Ze ging in Zuid-Korea van start in een driemansploeg met Cora Westland en Heleen Hage. Cora zou haar gedurende de hele wedstrijd bijstaan en de steun van Heleen zou afhangen van het verloop van de koers.
Het parkoers was zo plat als een dubbeltje en Jeannie Longo voorspelde daags tevoren al dat er op dit rondje maar één kanshebster was: Monique Knol. Niet dat Longo het haar gunde, want ze had Monique uit pure woede al eens in het gezicht geslagen nadat ze in de sprint door de struise Hollandse was verslagen.
De voorspelling van de Française kwam uit, maar het was niet makkelijk. Op een kilometer voor het einde zat Knol helemaal ingesloten en haar kansen leken verkeken. Toen kwam de genadeloze topsportster in haar boven. Vloekend en schreeuwend werkte ze zich naar voren. Op vierhonderd meter voor de streep was daar plots het gaatje en ze stortte zich er in. Als een oranjekleurig projectiel knalde ze uit de loop van het peloton en ver voor de finish kwamen de armen jubelend omhoog en schreeuwend van geluk ging ze over de streep. OLYMPISCH GOUD!!!
Ze was daarna de onbetwiste vedette van het Nederlandse vrouwenwielrennen en de ster van de Nederlandse selectie. Dat beeld trof Piet Hoekstra aan toen hij in 1989 als bondscoach aantrad. Hij kon eigenlijk maar drie vrouwen uit de bestaande selectie gebruiken en dat waren Knol, Monique de Bruin en Cora Westland. Hij bracht de nationale ploeg op sterkte na oproepen in de media en het houden van clinics in het hele land. Zo haalde hij ook ene Leontien van Moorsel bij de selectie, die toen ijverig trainde onder de hoede van Egbert van `t Oever.
Hoekstra was door de KNWU aangesteld om het Nederlandse vrouwenwielrennen, na het succes in Seoul, verder uit te bouwen om internationaal met de grote landen te kunnen wedijveren. De Olympische medaille van Monique mocht niet als een incident de boeken ingaan. Volgens Hoekstra had hij Knol graag willen herprogrammeren, maar gezien haar status en ervaring was dat een onmogelijke opgave. Wel zag hij haar als een pijler voor de ploeg die in de WK ploegentijdrit van 1990 wereldkampioen moest worden.
Voor het overige moest er veel gebeuren in de selectie. "De beste vrouwen van dat moment waren Longo en Marsal en die wogen elk nog geen vijftig kilo. Je hoefde alleen maar naar onze meiden te kijken om te zien waarom ze internationaal niet mee konden. Het vetpercentage moest omlaag en ik stelde een grens van twintig procent, anders konden ze vertrekken", aldus Hoekstra.
Monique Knol trok zich daar weinig van aan en ze ging op haar manier verder met haar carrière en met winnen. Aan tafel met de selectie zat zij met een flink bord pasta, terwijl de andere meiden zaten te miezemuizen om maar zo weinig mogelijk naar binnen te hoeven werken. "Ze waren op een gegeven moment zo mager als een lat en de spieren lagen boven op hun poten. Maar rijen als de brandweer. Ze reden puur op moraal en de een na de ander ging er onderdoor. Het was zielig om te zien", herinnert Monique Knol zich.
De ploeg die op het WK in het Japanse Utsunomiya van start ging bestond uit Monique Knol, Leontien van Moorsel, Cora Westland en Astrid Schop. Het was een parkoers met vijfentwintig kilometer vals plat heen en dan dezelfde afstand terug, maar dan omlaag. Van Moorsel en Schop zouden als beste klimsters op de heenweg het tempo aangeven en Knol en Westland zouden op de terugweg voluit rammen. Die tactiek werkte uitstekend en het viertal werd wereldkampioen, met slechts zestien seconden voorsprong op de Amerikaanse ploeg.
Van Moorsel werd tijdens datzelfde WK ook nog wereldkampioene achtervolging en als de nieuwe koningin werd ze op Schiphol ingehaald. Hoekstra gaf in een interview met het blad Wielerrevue hoog op over de kwaliteiten van de Brabantse en je behoeft geen mensenkennis te hebben om te begrijpen dat Monique dat niet leuk vond. Het ontaardde in regelrechte vijandschap tussen de twee, die merkwaardigerwijs tot op de huidige dag schijnt voort te duren.
Hoekstra bouwde in de jaren die volgden zijn hele selectie rond een steeds dunner wordende Leontien en Monique viel buiten de boot. Ze besloot haar eigen weg te gaan en met hoofdbestuurslid Hein Verbruggen sprak ze over de mogelijkheid van een gesponsorde vrouwenploeg, die buiten de nationale selectie om aan wedstrijden in het buitenland kon deelnemen.
In een TV-interview met Mart Smeets sprak ze terloops over die mogelijkheid en een dag later belde een aardige meneer op. Die bleek eigenaar te zijn van meerdere bedrijven. Hij zegde namens de zoetwarenketen Jamin spontaan een bedrag toe.
"Het was in het begin heel kneuterig, m'n man was ploegleider, m'n vader deed de boekhouding, m'n moeder kookte zo nu en dan voor ons en de man van Monique de Bruin was onze mekanieker. Alleen de vrouwelijke soigneur was in dienst. Toch waren die eerste twee jaren de leukste uit m'n carrière. Sportief heel geslaagd in een gemoedelijk sfeertje."
Bij de spelen van Barcelona in 1992 had ze nog eenmaal een forse aanvaring met de meiden van de selectie. Ze kon in de wegwedstrijd op geen enkele steun rekenen en ze behaalde slechts brons, waar het met een beetje hulp goud had kunnen zijn. De ruzie kreeg ruim aandacht in de media.
Na twee jaar Jamin, twee jaar Bose en twee jaar Keukengilde kwam er onverwacht een eind aan de carrière van Monique Knol. Vlak voor de spelen van Atlanta in 1996 scheurde ze een kuitspier en haar carrière was voorbij. Die blessure zou nog wel te overwinnen zijn geweest, maar na twaalf jaar topsport was ze geestelijk aan het eind van haar latijn.
De ploeg was steeds professioneler geworden en dat zorgde voor veel druk, waardoor ze op het laatst bijna geen oog meer dicht deed.
Nadat er rust in haar leven was gekomen, wierp Monique zich op de paardensport. Ze rijdt al jaren dressuurwedstrijden. Een concurrent van Anky van Grunsven zal ze nooit worden, want daarvoor is ze te laat met die sport begonnen. Het wielrennen blijft echter haar grootste liefde en ze werd eerst bondscoach van de damesjunioren en in de nieuwe structuur van de KNWU trainster van de vrouwelijke jeugd.
Zeer onlangs werd bekend dat ze in het seizoen 2004 trainster gaat worden van het @Home Cycling Team met sterke meiden als de zusjes Spijkerman, Loes Markerink, Miranda Vierling, Daphny van den Brand, Saskia Elemans en anderen. In het Nederlandse vrouwenpeloton rijden nu zo'n kleine tien gesponsorde ploegen rond en Monique komt de eer toe daar ooit mee begonnen te zijn. Ze vind dat zelf nog steeds een van de belangrijkste dingen die ze tot stand heeft gebracht.
Ze heeft een begin gemaakt met een professionele cultuur in het vrouwenwielrennen en dat heeft mede de successen van Leontien van Moorsel mogelijk gemaakt. De dames moesten na al die jaren samen maar eens een kopje thee gaan drinken. Monique en Leontien zijn heldinnen van de wielersport en adel verplicht.

Uit Wielerhelden van Oranje 2003

31-03-2017