Martin van der BORGH

Geboortedatum: 28 oktober 1934
Geboorteland: Nederland
Overleden op: † 12.02.2018

In zijn woonplaats Brunssum kwam op maandag 12 februari, terwijl stad en streek carnaval vierden, een einde aan het leven van Martin van der Borgh. De prostaatkanker die hij in een eerdere fase overwonnen leek te hebben bleek toch weer teruggekomen.
Dat liet de sympathieke oud-renner geen kans meer opnieuw deze strijd te winnen. Martin van der Borgh, Mart voor zijn Limburgse vriendenkring, werd 83 jaar.
Zijn glorietijd op de fiets beleefde hij in de jaren vijftig, zestig. Eerst deed hij van zich spreken in wedstrijden van de Wieler Federatie Limburg, de ’wilde bond’ die overigens een opstap bleek te zijn voor menige amateur en latere prof uit deze provincie.
Van der Borgh bewees dit onder meer door als amateur in 1954 de Ronde van Limburg te winnen en derde te worden in het wereldkampioenschap dat in het Duitse Solingen werd gehouden.
Drie jaar later, met de militaire dienst achter de rug, stapte hij de betaalde categorie binnen. En ook op het hoogste niveau kwam zijn kwaliteit als all-rounder tot uiting. Niet alleen won hij in het shirt van onder meer Eroba, Locomotief of het Duitse Rüberg de meerdaagse Tour du Nord in Frankrijk.
Hij zegevierde ook in de eveneens al van de kalender verdwenen Ronde van Haspengouw, die men zou kunnen vergelijken met hedendaagse koersen als Kuurne-Brussel-Kuurne of Brabantse Pijl.
Tevens behaalde hij ritzeges in de Ronde van Luxemburg en ereplaatsen in de ronden van Nederland, België, Duitsland, Romandië, Zwitserland, noem maar op.
Drie achtereenvolgende deelnames aan de Tour de France - die toen nog met landenploegen werd verreden - onderstreepten zijn kwaliteiten nog meer. Weliswaar haalde hij slechts één keer Parijs, maar dat kwam vooral omdat hij nogal eens met Vrouwe Fortuna overhoop lag, zoals in 1958 bij zijn debuut.
Als lid van een uit acht Nederlanders en vier Luxemburgers bestaande equipe was hij na twee weken bezig de top-10 van het klassement binnen te rijden toen hij in de vijftiende rit Luchon-Toulouse tijdens de afdaling van de Col d’Ares onderuit ging.
Met een gebroken linker sleutelbeen moest hij de volgende dag beginnen aan de thuisreis naar Koningsbosch, wielernest binnen de gemeente Echt-Susteren. Enkele weken later was hij overigens weer fit genoeg om op het WK in Reims als achtste en bestgeklasseerde Nederlander te eindigen.
In 1959 verliet hij opnieuw na twee weken de Tour omdat knieklachten het onmogelijk maakten nog verder te strijden. Het euvel was een gevolg van een zware tuimeling in het voorjaar tijdens een oefencampagne aan de Middellandse Zee.
Blijkbaar had hij zich naderhand in de Dauphiné Libéré en Ronde van Zwiitserland (zevende in de eindstand) geforceerd om toch maar tijdig terug op niveau te zijn voor La Grande Boucle.
In 1960 bestond dáárover geen twijfel. Toen hij op het einde van de openingsrit Lille-Brussel als koploper naar het Heyzelstadion snelde waren de dagzege én gele leiderstrui nog slechts een kwestie van enkele minuten.
Helaas voor Van der Borgh stuurde een paniekerige seingever hem vlak voor de ingang van het stadion dezelfde kant uit als de volgauto’s en motoren. Hij moest omdraaien, maar verspeelde de winst ten opzichte van zijn medestrijders die hij even tevoren in de steek had gelaten.
De vierde plaats was het povere resultaat. Het gemis van de etappezege, maar vooral dat van het gele erehabijt hebben de sterke Limburger, die na afloop van het seizoen 1964 zijn rennerscarrière beëindigde, nooit losgelaten.
Ik wens zijn nabestaanden veel sterkte toe bij het dragen van dit verlies.

Wiel Verheesen

13-02-2018