Leijn LOEVESIJN

Geboortedatum: 2 januari 1948
Geboorteland: Nederland

Leijn Loevesijn werd op vijftienjarige leeftijd wielrenner en op de baan van het Olympisch Stadion werd hij door Jan Derksen gescout als een mogelijke sprinter. "Ik kon vanuit een hoog tempo met de snelsten mee en ik vond sprinten leuk."
Het leven was in die periode bepaald niet aardig voor de jonge Amsterdammer, want in vier jaar tijd stierven zowel zijn broer als zijn ouders.
"Mijn vader wilde dat ik mijn bestemming zou vinden voor-ie overleed. Volgens Derksen zou ik als sprinter goed aan de bak kunnen komen en hij zou zorgen dat ik in de zesdaagsen aan de slag kon. Zo werd ik met dispensatie al op mijn twintigste beroepsrenner."
"In Varese bij het WK van 1971 kwam ik in de kwartfinale tegen Luigi Borghetti. Ik was zo zenuwachtig dat ik mijn helm verkeerd om op mijn kop zette. In volle sprint zakte dat ding voor mijn ogen. Ik zag niks, maar ik won wel.”
“In de halve finale moest ik tegen Giordano Turrini en die won ik ook. In de finale kreeg ik de Fransman Robert Van Lancker. In de eerste manche reed ik mijn eigen race: op vierhonderd meter demarreren en dan keihard doorgaan. De tweede manche verloor ik door eigen stommiteit."
De beslissende belle werd een getrouwe kopie van de eerste manche en Leijn Loevesijn was wereldkampioen sprint bij de beroepsrenners. Veertien jaar na Jan Derksen die de eerste was om hem te feliciteren.
Hij behoorde enkele jaren tot de top van de wereld, maar langzamerhand werden de prestaties en de verdiensten minder en Loevesijn besloot in 1976 te stoppen. Hij werd uitbener in een vleesgrossierderij en later metselaar in de bouw.
Zware beroepen, waardoor hij een schouderblessure opliep, waaraan hij begin 1979 werd geopereerd. "In het ziekenhuis stond ineens Jan Derksen voor mijn neus. Die vertelde dat het WK dat jaar in Amsterdam werd gehouden en dat er geen Nederlandse sprinter meer was.”
“Uit een geintje zeg ik: nou dan doe ik toch weer mee. Een week later kreeg ik van de KNWU bericht dat m'n licentie klaar lag." Na drie weken trainen kwam het oude gevoel weer terug, maar Leijn was te lang uit competitie geweest om nog met de besten te kunnen concurreren.
In 1984 ging hij bij de Amsterdamse Dienst Waterbeheer en Riolering werken. Hij werd intern opgeleid tot technisch opzichter, een leidinggevende functie voor het inspecteren en onderhouden van rioolconstructies.
In zijn werk heeft hij het bijzonder naar zijn zin en ook privé ging het lang goed. Tot zijn vrouw ziek werd en in april 2003 overleed. Alle nare herinneringen uit zijn jeugd kwamen weer terug en zijn reactie 'houdt het dan nooit op' is begrijpelijk.
Gelukkig heeft Leijn - gesteund door zijn volwassen kinderen - zijn leven weer enigszins op de rails. Hij is vastbesloten er nog wat van te maken en zijn liefde voor de wielersport zal daar zeker een rol in spelen. Sterkte Leijn.

Uit Wielerhelden van Oranje 2003

02-01-2017