Leen POORTVLIET

Geboortedatum: 20 juli 1943
Geboorteland: Nederland

Leen Poortvliet uit Dirksland op de Zuidhollandse Eilanden was een opvallende renner. Eén meter 95 lang is hij en dat is heel groot voor een wielrenner. Als hij in een peloton voorbij flitste kon hij je niet ontgaan tussen al die kleine kereltjes waarmee ieder peloton vol zit.
Hij had door die lengte een geweldige abri en het was altijd dringen om bij hem in het wiel te zitten. Leen was geen oogstrelende stylist, want hij moest het van zijn kracht hebben. Een stoemper en daarom een ideale knecht om de koers hard te maken.
Dat was zijn taak bij Willem II-Gazelle de vermaarde ploeg van Ton Vissers in de jaren zestig en zeventig. In 1969 ging de sigarenploeg naar de Tour de France en de lange neoprof werd uitverkoren om knechtenwerk te doen voor Rik Van Looy, Rini Wagtmans en René Pijnen.
Dat waren de kopmannen van de ploeg. Het ging niet lekker met de man van Goeree Overflakkee. Hoewel hij de proloog met een 24ste plaats nog redelijk doorkwam, daar lag hij in de eerste rit in lijn direct op zijn gezicht, waarbij stevige blessures opliep aan buik en dijbeen.
Hij had daar veel last van en in de derde rit raakte hij ver achter om net voor het sluiten van de tijdcontrole binnen te komen. Hij herstelde enigszins en hij kon zich in de dagen die volgden nog goed verdienstelijk maken voor de ploeg.
Onder meer door bij Van Looy te blijven toen de Belgische veteraan in de vijfde etappe het tempo niet kon volgen en met bijstand van Lange Leen slechts twaalf minuten verloor, hoewel het peloton die dag veel haast had om de finish te bereiken.
De eerste bergrit over de Ballon d’Alsace was een kwelling voor Leen, maar in de eerste tijdrit liet hij zien meer in zijn mars te hebben dan steeds ver in de achterhoede eindigen. Met 22 seconden achterstand finishte hij op de tiende plaats.
De eerste rit in de Alpen overleefde hij nog ten koste van wederom een grote achterstand, maar in de tweede bergetappe naar Briançon was het einde oefening. Hij raakte weer betrokken bij een valpartij en belandde met zijn hoofd op een afrastering.
Hij kwam wel in Briançon aan, maar in de ambulance. Hij reed daarna nog twee jaar als prof bij de ploeg van Ton Vissers, won ook nog een handvol criteriums maar hield het daarna voor gezien. Althans met het profwielrennen, want hij bleef nog jaren actief bij de amateurs en later bij de veteranen..
Volgens oud-collega Jan van der Horst was Leen zeer gezien in het peloton. “Een leuke vent”, vertelde Jan me aan de telefoon. ‘Een harde werker, een buffelaar. Hij maakt nu nog steeds grote toertochten, met zijn vrouw op volbepakte sportfietse, de zogenaamde randonneurs.
Ik herinner me Leen van het interview dat ik telefonsich met hem had als een van de oud-Tourrenners in mijn boeken. Een bijzonder sympathiek mens en die indruk werd bevestigd toen ik hem in 2015 persoonlijk ontmoette bij de opening van die mooie Tourtentoonstelling in het Utrechtse Spoorwegmuseum.
Hij vertelde me bij die gelegenheid het verbazingwekkende verhaal dat hij pas nadat hij was gestopt met wielrennen een fiets op maat onder zijn kont kreeg, omdat er in zijn periode als renner geen constructeur was die voor zijn lengte een fiets kon bouwen die stijf genoeg was om hem te dragen.
Er is een goede kans dat Leen dit stukje leest en daarom feliciteer ik hem van harte met zijn 75ste verjaardag.

20-07-2018