Karel KAERS

Geboortedatum: 3 juni 1914
Geboorteland: België
Overleden op: † 20.12.1972

Hij was in de geschiedenis van het WK de achtste wereldkampioen op de weg bij de beroepsrenners. En de jongste. Twintig jaar, twee maanden en vijftien dagen telde hij toen hij in 1934 in Leipzig de wereldtitel behaalde.
Hij is na 82 edities van de mondiale titelstrijd nog steeds de jongste en dat record zullen ze hem niet snel afpakken. Niet dat hij daar trots op is, want Karel Kaers is al 43 jaar niet meer onder ons.
Het was een kampioenschap met maar 26 deelnemers. Tweede werd de Italiaan Learco Guerra en derde Gustave Danneels, een andere Belg. De Nederlander Gerrit van de Ruit uit Capelle aan den IJssel werd fraai vijfde.
Kaers zou die wereldtitel niet behaald hebben als het protest van Guerra was toegewezen. De Belg week in volle sprint nogal van zijn lijn af, maar de jury zag daar geen opzettelijk hinderen in.
De fors gebouwde Vlaming won in 1939 ook de Ronde van Vlaanderen. Zonder daartoe overigens de intentie te hebben gehad. Hij was alleen maar gestart om de nodige trainingskilometers te maken met het oog op Parijs-Roubaix.
Een paar uur voor de start had hij zijn auto geparkeerd nabij de Oude Kwaremont. Met de bedoeling om na die vermaarde hindernis bij zijn auto af te stappen en de rest van de ronde voor gezien te houden. In het besef dat hij toch niet de hele afstand zou rijden, demarreerde hij uit het vertrek en bereikte de top van de Kwaremont met een minuut voorsprong.
Bij de plaats aangekomen waar hij zijn auto had neergezet, stond die er niet meer en daarom was hij wel verplicht om door te karren. De rest van de deelnemers zag hem pas terug bij de finish.
Daar kwam hij er achter dat zijn ploegleider, bij wie hij zijn kleren en autosleutels in bewaring had gegeven, de auto had verplaatst om hem te dwingen door te rijden.
Een list die volledig slaagde, want de naam Kaers ontbreekt op de erelijst van Parijs-Roubaix. Een ijzeren wet in de wielersport zegt dat je de kans moet grijpen als die zich voordoet, omdat je zo’n kans zelden weer krijgt.
Kaers was een veelzijdige renner. Hij blonk uit op de weg, maar zijn hart lag op de piste. Hij was razendsnel en reed records op de kilometer met staande én met vliegende start.
De Fransen noemden hem Le Phénomène omdat de vonken uit het hout van de baan sloegen als hij met zijn enorme kracht aanzette. Zijn erelijst als baanrenner is dan ook ellenlang en er staan ook vier zesdaagsen op, hoewel dat niet zijn specialiteit was.
Op 27 maart 1948 nam hij in Antwerpen afscheid van zijn publiek. Uiteraard in het sportpaleis, zijn tweede thuis. Gerard Peters, de Nederlandse wereldkampioen achtervolging van 1946, was gevraagd hem partij te geven en uiteraard te laten winnen.
Kaers was geen schaduw meer van de grote atleet van weleer en Peters moest de grootste moeite doen om hem niet voorbij te stevenen. Het kwam hem op een scheldpartij van Gerrit Schulte te staan, die vond dat je als toprenner niet aan dat soort bedrog moest mneewerken.
Na zijn afscheid verdiende Kaers zijn geld op drie manieren. Naast het sportpaleis had hij een café, waar echte wielerliefhebbers tot de stamgasten behoorden. Hij zat verder in de tweedehands autohandel en was matchmaker in het sportpaleis, waar hij de deelnemersvelden bepaalde.
Hij was in die hoedanigheid een man met autoriteit bij de renners die daar van hem mochten starten. Hij had er oog voor, want menige jonge renner is door zijn toedoen doorgebroken.
Karel Kaers was een reus van een vent, ijzersterk, maar daar hield Magere Hein geen rekening mee toen hij de in Vosselaar geboren oud-renner op 20 december 1972 op 58-jarige leeftijd kwam wegmaaien.
Hij werd in zijn geboortedorp in de Kempen als een koning begraven.

03-06-2016