ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Joop RIETHOVEN

Geboortedatum: 21 mei 1922
Geboorteland: Nederland
Overleden op: † 18.06.2014

Vandaag precies twee jaar geleden overleed Joop Riethoven, wielerman in hart en nieren. Te zijner nagedachtenis de onderstaande monoloog die ik in 2005 uit zijn mond mocht noteren.

"Jopie was al een grote Tourrenner toen de Tourstart naar Leiden kwam. Drie keer was hij al twee geworden en in ’77 had hij dat dopinggevalletje gehad. Ik geloof niet dat dat waar was, want hij zei eens tegen me: ‘Als ik doping moet nemen om in het wielrennen te blijven, word ik net zo lief weer timmerman’.
Hij heeft nooit zelf wat genomen, dat weet ik zeker. Jopie geloof ik gewoon. Daarom heb ik de Tour het jaar daarop naar Leiden willen halen, om Jopie te rehabiliteren eigenlijk. Jopie vond dat mooi, maar hij toonde het niet zoals ieder ander dat zou doen, want daarvoor is hij veel te bescheiden. Een heel bescheiden jongen, maar een fijn mens toch wel hoor.
Hij heeft vaak voor niks voor mij gereden als het voor een goed doel was. Ik heb zelf een gehandicapte dochter. Ze is een keer rondemiss geweest bij de Ronde van Leiden. Daar heb ik nog een foto van waar ze met Jopie op staat. Voor een goed doel was Jopie niet de beroerdste.
Ja hoor, dat was nog echt haalbaar toen, de Tour naar Leiden halen. Dat kwam ook door Jopie. Hij kwam uit Leiden, althans uit de buurt, en hij was natuurlijk een potentiële winnaar. Ik heb als organisator de Tour toen naar Leiden gehaald.
Ik had een licentie van de KNWU, dus ik mocht alle wedstrijden organiseren. In die tijd werkte ik veel voor Teekens, de Vleeschmeesters, een grote slagerijketen. Ik had een schildersbedrijf en deed het onderhoud van die slagerijen.
Die Teekens heb ik zo gek gekregen dat hij het hele bedrag betaalde om de Tour naar Leiden te halen. En met die toezegging ben ik naar Lévitan gegaan.
Ik kan wel Frans vrijen, maar spreken doe ik het niet. Maar mijn vrouw en mijn schoondochter spreken allebei goed Frans en ik had een secretaris, Bas Vonk, die sprak ook goed Frans. Wij naar Parijs, naar Lévitan in dat gebouw van l’Équipe. Hij was altijd onberispelijk gekleed, maar je kreeg nog geen koppie thee van ’m. Wij moesten ook onberispelijk zijn.
Ik weet nog goed, dat toen hij later een keer zelf in Leiden kwam, er een journalist bij was die volgens hem niet goed gekleed was. Die man moest weg. ‘Dat maken wij wel uit’, heb ik toen laten vertalen, want als je daar aan begint is het einde zoek.
Maar ik zat daar dus bij Lévitan en ik zei: ‘De naam is Riethoven, voorzitter van Joop Zoetemelk en ik wil dat de Tour volgend jaar in Leiden start. Wat moet dat kosten?’ Toen gooide hij z’n hand d’r op en zei: ‘Voor een miljoen francs komen we. Waar ligt Leiden?’
Mijn vrouw zat een dag voor de start bij de voorstelling op de eerste rij, naast de burgemeester. Ik was net gehuldigd en kreeg alle lof toegezwaaid. Zo van zonder uw geweldige medewerking hadden we het nooit kunnen redden, je kent dat wel.
Er werden twee trofeeën uitgereikt, één voor Eddy Merckx en één voor mij. Toen moest ik een dankwoord spreken en onder het spreken kreeg ik een raar gevoel in mijn hoofd.
Toen ik klaar was, zei ik tegen mijn vrouw: ‘Joh, geef me een asperientje want ik sterf van de pijn’. Ik liep de Groenoordhal uit en ging bij de eerste ingang staan. Helemaal alleen. Ik was nog bij mijn positieven dus ik dacht: potverdomme als ik hier maar niet neerval. Ik transpireerde alsof ik net uit het water was gehaald. Toen viel ik neer. Chris Delbressine heeft me gevonden.
Ik heb geluk gehad, hoor. Ik had twee artsen aangesteld voor het geval er wat zou gebeuren, want met al die mensen in die hal kun je geen risico nemen. Ze constateerden een hersenbloeding bij me. Ik moest naar het ziekenhuis. Maar dat moest nog effe wachten want ik had nog geld in mijn zak, voor Jopie en voor Gerben. Zij hadden reclame gemaakt voor de Tourstart. Dat heb ik nog geregeld en alles wat er daarna gebeurde, weet ik niet meer.
Zes dagen ben ik buiten bewustzijn geweest. Toen ik uit het ziekenhuis kwam, was de Tour voorbij.
De betekenis van Jopie voor het Nederlandse wielrennen? Tja… In één woord, geweldig. Ja hoor. Vertegenwoordiger van de Nederlandse bescheidenheid. Niet van dat blufpokertje. Ik zal een voorbeeld geven: ik weet nog goed, dat Jopie in de Tour van ’76 door een steenpuist aan zijn kont zich niet goed had kunnen verdedigen en Van Impe was in een etappe – met de hulp van Ocaña – drie minuten bij hem weggelopen.
Aan het eind van de Tour zat hij op de Puy de Dôme met Van Impe vooruit. Van Impe schakelde verkeerd en Jopie demarreerde en werd toen één. Ik stond aan de finish en daar kwam Jopie aan. Hij had een kleur als een dooie, niet te geloven.
Die steenpuist had hij helemaal stuk gereden en het bloed liep zo langs zijn benen omlaag. Vreselijk. Als je Knetemann of Karstens in die situatie op dat moment gevraagd zou hebben waarom ze drie minuten op Van Impe achter stonden, hadden ze geschreeuwd: ‘Wat verwacht je dan klootzak, als je een steenpuist op je reet hebt?’
Maar Jopie zei: ‘Ik heb effe zitten slapen, niet opgelet, en toen is Lucien drie minuten weggelopen’. Dat bedoel ik nou, dat was Jopie. Hij zocht altijd de verantwoordelijkheid bij zichzelf en een steenpuist hoort erbij. Dat kan iedereen gebeuren, vond hij.
Ik was op vakantie in een plaatsje in de buurt van Clermont Ferrand op de dag dat Jopie wereldkampioen werd. En als je daar in dat café het publiek had horen klappen en gillen voor Jopie, dan had je dat niet voor mogelijk gehouden.
Als de president van de club Zoetemelk ben ik die dag toch dronken geworden joh, niet normaal meer. Het waren allemaal Fransen daar, ik was de enige Nederlander. Maar hij was daar net zo populair als hier. Ze beschouwen hem in Frankrijk gewoon als Fransman.
Hij was de allergrootste die we ooit hebben gehad, Jopie. En altijd een goeie vriend van me geweest. Ik ben wel veertig keer bij hem in Germigny l’Evèque geweest. Ik ben ook op z’n trouwen geweest. Wat een feest was dat! Het hele politiekorps was dronken. Je zou denken zo’n klein dorpie, maar het barstte daar op die dag van de agenten. Allemaal voor Jopie. Zo populair was hij toen al.”

Uit JOOP, de geautoriseerde biografie van Joop Zoetemelk 2005

18-06-2016