Joop MIDDELINK

Geboortedatum: 21 juli 1921
Geboorteland: Nederland
Overleden op: † 03.11.1986

Joop Middelink, die vandaag zijn 95ste verjaardag zou hebben gevierd als hij niet in 1986 was overleden, was net voor en net na de Tweede Wereldoorlog wielrenner. Zo eentje die zijn gebrek aan talent compenseerde met koersinzicht en slimheid.
Zo won hij in 1946 de eerste Ronde van Noord-Holland. Lang duurde zijn carrière niet, want hij had al een gezin en er moest brood op de plank komen.
Hij werd vertegenwoordiger bij het Limburgse bandenfabriekje Radium, dat later werd overgenomen door Vredestein. Met het kleine Volkswagenkevertje van zijn baas begeleidde hij in zijn vrije tijd succesvol de wielrenners van zijn vereniging ASC Olympia.
De beloning voor zijn vakwerk volgde in 1961 toen hij door de sportcommissie van de KNWU werd gevraagd bondscoach voor de wegrenners te worden. De eerste in de geschiedenis van de KNWU.
In die functie groeide hij uit tot een monument met als grootste verdienste de doorbraak van een complete wielergeneratie met een kwaliteit en een omvang als nooit eerder vertoond. En wat hebben we daar met z'n allen van genoten.
Joop Middelink was een rustige, volkse Amsterdammer met een natuurlijke autoriteit en een open oog voor wielertalent. Hij had grote pedagogische kwaliteiten. Met zijn wat norse voorkomen dwong hij voldoende respect af waardoor stemverheffing nooit nodig was.
Aan het begin van ieder seizoen kocht hij altijd een stapeltje kleine zakagenda's, een voor elke renner die hij voor zijn selectie op de korrel had. Iedere zondagavond verzamelde hij de uitslagen van dat weekend en noteerde ze gedisciplineerd in die boekjes.
Als er een ploeg moest worden samengesteld voor de een of andere buitenlandse etappekoers kwam de stapel op tafel en de renners in vorm kregen de volgende dag bericht van hun uitverkiezing. Zijn woning in de Amsterdamse Hoek van Hollandstraat, fungeerde altijd als uitgangsbasis voor zijn trainingskampen en buitenlandse reizen.
Voor renners die ver weg woonden werd in de kleine woning liefdevol een bedje gespreid en niet zelden werden de drie eigen kinderen bij familie of vrienden ondergebracht om een ploeg renners een nachtje of een paar dagen in huis te kunnen nemen.
Als ze van een buitenlandse trip terugkwamen reden ze van Schiphol altijd linea recta naar huize Middelink. Daar stond moeder Jans al klaar om de shirts en koersbroeken te wassen en de biefstukken in de pan te leggen voor de hongerige rennersmagen. Ze hebben dat allemaal ervaren, die topamateurs uit de jaren zestig en zeventig, waarvan er een aantal later internationaal zulke grote vedetten zijn geworden.
Middelink ontving van de KNWU aanvankelijk geen enkele beloning voor zijn tijdrovende inspanningen. Hij was in dienst van Vredestein en zijn werkgever ging er graag mee akkoord dat hij na verloop van tijd vrijwel uitsluitend voor de KNWU werkte. De glans van zijn succes als bondscoach straalde immers ook af op het bedrijf waar hij officieel in dienst was.
Vredestein betaalde daarom blijmoedig zijn salaris en stelde volledig geoutilleerde ploegleidersauto's beschikbaar, waar de naam 'Vredestein' uiteraard prominent op was aangebracht.
De KNWU vergoedde wel de reis- en verblijfkosten die Middelink maakte, maar de bondscoach declareerde lang niet alles. “Ma heeft er vaak krom voor gelegen om ons Pa met een halve kip en een glaassie melk met die jongens op pad te laten gaan”, zegt Joop junior vertederd.
Minder vertederd is deze eveneens met de wielerbacil besmette Mokummer over het gebrek aan respect dat de KNWU aan de dag legde toen zijn vader na achttien jaar achteloos terzijde werd geschoven.
Hij betreurt het dat Joop senior het moment van afscheid zelf niet aanvoelde en daar op gewezen moest worden, maar hij kan zich nog steeds kwaad maken over de kille manier waarop dat gebeurde.
Middelink werd ouder, was in ernstige mate diabeticus en leed aan overgewicht. Bovendien werd tot zijn grote verdriet moeder Jans ernstig ziek waardoor hij zijn vertrouwde thuisbasis verloor. Het gevolg was dat zijn functioneren minder werd en er hier en daar voor het eerst kritiek werd gehoord.
Hij raakte de greep op z'n jongens kwijt. Op trainingskamp liet hij in die laatste jaren wel eens weten dat hij zich niet lekker voelde en verzocht de renners dan zonder hem te gaan trainen. Na luttele kilometers doken ze dan een terras op om zich te buiten te gaan aan ijs en andere voor de conditie slechte consumpties.
Meester Juuf van Ballegoijen de Jong zag het verval bij zijn hartsvriend ontstaan maar hij vond het pijnlijk om de man, met wie hij zoveel jaren in het belang van de KNWU had samengewerkt, de waarheid te zeggen.
“Ik heb het uiteindelijk gedaan omdat het gedaan moest worden. Het is echter geen mooie herinnering en Joop heeft het me enorm kwalijk genomen”, aldus de toenmalige preses van de KNWU.
Zijn opvolger had er minder moeite mee en als een koele manager deelde Ir. Jean-Karel Hylkema Middelink mee dat er een eind aan zijn bondscoachschap moest komen. Voor de Amsterdammer was het een klap in zijn gezicht, maar dit soort tragedies is helaas onvermijdelijk.
Hylkema kwam met Middelink overeen dat hij zijn opvolger Rini Wagtmans een jaar lang zou inwerken, maar dat lukte niet in de praktijk. Wagtmans werd direct het aanspreekpunt en Middelink werd door KNWU-functionarissen en de pers steeds vaker voorbijgelopen. Dat doet pijn, reden waarom hij zich na korte tijd definitief terugtrok.

21-07-2016