ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Joop CAPTEIN

Geboortedatum: 21 maart 1937
Geboorteland: Nederland

De Populaires, die wekelijks in de jaren vijftig in het Olympisch Stadion werden gehouden, behoren tot de hoogtepunten in mijn wielerbeleving. Dat immense stadion met die betonnen wielerbaan van een halve kilometer klonk altijd hol, omdat alleen de marathontribune voor het publiek was opengesteld.
Er reden voor het merendeel jonge renners in diverse baandisciplines en in het serene schijnsel van de vier lichtmasten blonken en schitterden de kleuren van de racekarretjes zodanig dat je als jongetje maar één wens had, ook zo’n fiets.
En Jopie Captein zijn, want dat was de favoriet van al die begerige jongetjes op de tribune. Jopie was het idool. De jongste van al die jonge jongens met wielerambities had een mooie vetkuif en de brutale oogopslag van een Amsterdams straatschoffie.
Joop Captein was een groot talent, wist iedereen maar echt serieus was hij niet. Hij kon ongelooflijke dingen doen om er een week later ongeïnteresseerd met de pet naar te gooien.
Ik heb later van hem gehoord dat hij al op jonge leeftijd een groot liefhebber was van de kroeg en de vrouwtjes. Het waren na verloop van tijd alleen uitdagingen die hem weken, maanden tot een monnikenbestaan konden dwingen.
Zo wilde hij in 1956 naar de Olympische Spelen in Melbourne. Hij trainde er hard voor, ging elke avond vroeg naar bed en had met zijn flonkerend talent geen moeite om zich in de selectie te fietsen.
Hij kreeg van zijn vader het geld om twee prachtige fietsen op maat te laten maken, één voor op de weg en één voor de baan.
Scherp en afgetraind zat het Olympisch kostuum hem als gegoten. Het visum zat in zijn paspoort, toen een paar dagen voor het vertrek naar de andere kant van de wereld het bericht kwam dat het feest niet door ging.
Het was voor Joop alsof zijn wereld instortte. Een wrede hand had hem wakker geschud uit een heerlijke droom en naar de werkelijkheid teruggebracht van een ijskoude slaapkamer met bloemen op de ramen.
Joop reageerde zoals alleen Joop dat zou doen. Hij dook de kroeg in, dagenlang om zijn verdriet op te lossen in drank. Hij raakte maanden geen fiets meer aan en meldde zich als lid bij een voetbalclub.
Tot hij een jaar later toch maar weer een licentie aanvroeg en ging fietsen. Als prof ditmaal, want er moest geld verdiend worden.
Zijn verdere carrière is niet geworden wat menigeen er van verwacht zal hebben. Jopie kon alles, maar was nergens een topper in. Hij reed criteriums, de Ronde van Nederland en op de baan kon hij de oude Jan Derksen enigszins partij geven in het sprinten, maar achter de grote motor redde hij het niet.
Er was een schietincident in het stadion dat de kranten haalde, omdat hij de vrouw van een ander had ingepikt en de bedrogen minnaar in een crime passionel in het stadion vol publiek verhaal kwam halen.
Joop leek in zijn nadagen als wielrenner af te glijden naar de zelfkant, maar het voormalige wonderkind herpakte zich, ging in Haarlem wonen, deed iets in de autohandel en zo werd hij met zijn Ria langzaam oud.
Ouderdom komt met gebreken en die wijsheid is niet aan zijn deur voorbij gegaan. Waren het aanvankelijk alleen mechanische klachten, met versleten knieën enzovoort, daarna kwamen de ernstige kwalen, waar maar moeilijk genezing voor mogelijk is.
Het gaat de laatste jaren niet goed met Joop, dat eens zo vrolijke lefgozertje uit de Amsterdamse Houtrijkstraat, waar zijn ouders een melkwinkeltje hadden.
Ik heb hem als jochie bewonderd, schatte hem veel hoger in dan Peter Post, zijn toenmalige rivaal in de Populaires.
Maar Peter, veel minder talentvol, maar met een gigantisch ego en dito karakter, bereikte de top, terwijl Joop als vergane glorie de wielergeschiedenis is ingegaan.
Zou het anders zijn gelopen als hij wel naar Melbourne was gegaan? Ik vrees van niet.

21-03-2016