Jeroen BLIJLEVENS

Geboortedatum: 29 december 1971
Geboorteland: Nederland

Jeroen Blijlevens was een geweldige sprinter die in het begin van zijn carrière geen sprinter wilde zijn. Hij was dan ook diep teleurgesteld toen Egbert Koersen, zijn ploegleider bij de amateurploeg Koga Myata hem voorhield dat het alleen wat zou worden als hij zijn intrinsieke snelheid verder zou ontwikkelen.
Dat wilde Jeroentje helemaal niet. Hij wilde klimmen als Merckx en tijdrijden als Anquetil. Maar hij werd een sprinter als Blijlevens. En toen hij ging winnen en zag dat hij de durf had om zich erin te smijten en het gogme om het juiste wiel te kiezen werd hij een van de beste sprinters van zijn tijd. En dat wil wat zeggen, want hij had hij te maken met mannen als Cipollini en Zabel, om er maar eens twee spurtbommen uit zijn tijd te noemen.
In de geschiedenis van de Nederlandse wielersport zijn alleen Mathieu Hermans, Jean-Paul van Poppel en Jeroen Blijlevens er tot nu toe in geslaagd in de drie grote ronden wat het aantal etappezeges betreft de dubbele cijfers te halen. De enige die dat binnen een aantal jaren ook kan realiseren is Dylan Groenewegen.
“Het is een apart vak”, zegt Jeroen, “want je kunt het niet leren. Je kan het of je kan het niet. Je kunt er ook niet op trainen, want sprinten doe je op intuïtie. Je moet er blind in vliegen, want als je gaat nadenken ben je geklopt. Gevaar zie je pas als je weet dat je niet gaat winnen. Dat was voor mij altijd het moment dat ik de benen stilhield. Ik sprintte nooit voor een tweede of derde plaats, want dan besefte ik pas hoe groot de risico’s waren.”
Toch duurde het lang voor hij wist dat hij alleen voor sprinter in de wiel was gelegd. In zijn eerste jaar als amateur mocht hij als invaller mee naar de Ronde van de Vaucluse in Frankrijk. Een open wedstrijd, waar ook profs aan meededen, maar hij dacht wel kans te maken op de eindzege. Na afloop wist hij wel beter, want al in de proloog werd hij met zijn neus op de feiten gedrukt.
Hij reed volle bak, dacht met een wereldprestatie bezig te zijn toen Miguel Indurain hem met de handjes op het stuur voorbijreed. De vernedering werd nog erger toen hij zag dat de Spanjaard zich aan het warm rijden was. Pas toen wist hij dat Egbert Koersen gelijk had en is hij er hard aan gaan werken om een topsprinter te worden.
Dat ging gepaard met veel teleurstellingen tot zijn ploegleider voor de start van een wedstrijd tegen zijn renners zei dat ze die dag voor Jeroen moesten rijden voelde hij erkenning en waardering voor zijn harde werken.Toen de hele ploeg voor hem reed ontdekte hij dat hij ook met de druk kon omgaan, want hij voelde geen enkele spanning of nervositeit als de hele ploeg zich de kloten afdraaide in het vertrouwen dat hij het eventjes zou afmaken.
Veel sprinters zijn daar aan ten onder gegaan, maar Jeroen kreeg er juist meer zelfvertrouwen door. Hij heeft dat vertrouwen niet beschaamd, want hij heeft een grote prijzenkast bij elkaar gespurt en zijn moeder en later zijn vrouw Franske hebben tijdens zijn carrière nooit een bloemetje hoeven kopen.
Het was ineens voorbij toen hij na jaren voor de TVM-ploeg van Cees Priem te hebben gereden overstapte naar Polti, een Italiaanse ploeg. Het leek hem wel wat en hij ging met Franske in Bergamo wonen, in een omgeving waar hij goed kon trainen. Vooral bergop want ze hadden bij Polti bedacht dat hij beter moest leren klimmen.
Hij moest een sprinter worden die in bergetappes zijn eigen boontjes kon doppen. Op tijd aan de finish komen, zonder dat daar knechten voor hoefden te worden opgeofferd. Jeroen ging inderdaad beter klimmen, mede omdat hij op een streng dieet werd gezet. Van een Jerommeke met van die dikke sprinterspoten kreeg hij het minuscule lijf van een klimmer, zonder dat hij noemenswaardig sneller een col opklom.
Het resultaat was dat hij daarna nauwelijks nog een massasprint heeft gewonnen. Ook niet toen hij bij een Belgische ploeg het omgekeerde traject moest afleggen met vele borden pasta op een dag. Hij werd weer zwaarder, maar de flitseinde snelheid was verleden tijd. De rest van zijn carrière verliep in mineur en ook het plezier in het wielrennen verdween.
Voor zichzelf dan, want hij is tot op de huidige dag actief in de wielersport. Als ploegleider bij de ploegen van Marianne Vos. Hij had er daarbij niet op gerekend dat hij ontslagen en geschorst zou worden toen hij in een tv-documentaire opbiechtte tijden zijn actieve wielerjaren epo te hebben gebruikt.
Hij moest weg bij Rabobank, maar gaat na zijn schorsing nu zijn tweede jaar in als ploegleider bij WM3, de sterke damesformatie rond Marianne Vos. Daarnaast is hij dagelijks in de weer als agent van een buitenlands merk wielerkleding. Jeroen Blijlevens, de sprinter die geen sprinter wilde zijn, viert vandaag zijn 46ste verjaardag.

29-12-2017