Jean DOTTO

Geboortedatum: 27 maart 1928
Geboorteland: Frankrijk
Overleden op: † 20.02.2000

Giovanni Dotto werd als Italiaan geboren, maar op negenjarige leeftijd werd hij tot Fransman genaturaliseerd, het land waar hij in de zeehaven Saint Nazaire ter wereld kwam. Later woonde hij aan de Franse Rivièra in de omgeving van Monaco.
In 1952 wilde hij als groot klimmer de twaalfde etappe van de Tour de France winnen. Die ging van Sestrière naar Monaco en dat was dus een thuiswedstrijd. Al twee keer had hij de klimkoers op de Col de la Turbie gewonnen en die col was de laatste hindernis in die zware etappe.
Hij dacht het al voor elkaar te hebben toen hij met een riante voorsprong met een onbekende Nederlander aan de leiding reed op weg naar het vorstendommetje waar de rijken der aarde zich van oudsher in luxe wentelen.
Maar op de voorlaatste klim werd hij op le Vigneron de Cabasse simpelweg losgereden door ene Jan Nolten uit Nederlands Limburg. Die maalde onverdroten op kop en het leek hem behoorlijk te irriteren dat die Dotto aan zijn wiel hing. Eén snok en de Fransman was gelost.
Hij wist helemaal niet dat er nog een pittige klim zat aan te komen. De Col de la Turbie heette dat kreng. Toen Nolten die voor zich zag opdoemen maakte het hem niets meer uit. Hij was in the winning mood en ook drie Turbies hadden hem niet meer van de wijs gebracht.
Hij kwam solo over de finish met een voorsprong van bijna anderhalve minuut op de hevig teleurgestelde Fransman. In die verder door Fausto Coppi gedomineerde Tour werd Dotto achtste in het eindklassement.
Dat hij zo door Nolten was vernederd wilde niet zeggen dat Dotto een koekenbakker was. Allerminst, want op zijn erelijst staat de Ronde van Spanje en twee maal was hij winnaar van de Dauphiné Liberé. Hij startte dertien keer in de Tour de France en eindigde vier keer bij de eerste tien.
In 1954 was hij vierde en dat was zijn beste prestatie. In de Vuelta die hij won leverde hij een wereldprestatie. In de tiende van de vijftien ritten veroverde hij de leiderstrui met maar enkele seconden voorsprong op de fameuze Fiorenzo Magni.
In de beklimming van de Santo Domingo in de omgeving van Bilbao kreeg hij een lekke band en Magni gaf vol gas. De kale Italiaan was in zijn tijd met voorsprong de beste daler van het gehele peloton.
Iedereen wist dat als Magni voor hem op de top van de laatste col was aangekomen er geen kans meer was om de etappe te winnen. Tenzij je in 1955 Dotto heette.
Die zette de achtervolging op Magni in en achterhaalde de Leeuw van Monza nog voor de top. Getweeën gingen ze in een duizelingwekkende vaart naar beneden. Dotto voorop en zo won de Fransman in grootse stijl de Vuelta.

20-02-2017