Jean-Marie LEBLANC

Geboortedatum: 27 juli 1944
Geboorteland: Frankrijk

Jean-Marie Leblanc was tot en met 2006 de grote Tourbaas. Een charmante aimabele man die met iedereen door één deur kon, maar daarbij altijd zelf de grenzen bepaalde. Dat heeft hij meermalen aangetoond en in zijn geschillen met de UCI kon hij keihard zijn.
Een instituut als de Tour laat zich niet in regeltjes dwingen die door derden worden opgelegd. Vanuit het Franse machtsdenken gezien, zit daar wel iets in maar ik moet daarbij toch vooral denken aan wijlen koningin Wilhelmina.
Die dacht toen ze in 1944 van haar ballingschap in Londen in ons land terugkeerde dat ze zich niets meer hoefde aan te trekken van de te herstellen parlementaire democratie, maar samen met haar schoonzoon Nederland wel op haar manier kon gaan regeren.
Een koningin valt echter onder de grondwet en voor de Tour de France geldt hetzelfde. Wat niet wil zeggen dat de UCI de renners, de nationale bonden en de sponsors maar alles door de strot kan duwen zonder voorafgaand overleg.
Maar terug naar Jean-Marie. Toen ik in 2001 aan mijn boek over Jan Janssen begon, stond de eerste Nederlandse Tourwinnaar niet te juichen. Er was al eens een boek over hem geschreven, zei hij, het was allemaal al zo lang geleden en nog een aantal excuses passeerden zijn lippen.
Ik zei tot mezelf: Tom Poes bedenk een list en ik dacht direct aan Jean-Marie. Janssen en hij waren ooit ploegmaats en sindsdien grote vrienden.
Ik belde met de Tourorganisatie in Issy-les-Moulineaux en ik kreeg zowaar zijn secretaresse aan de telefoon. Ik legde haar uit wat ik wilde en de afspraak was zo gemaakt.
Op een ijskoude januaridag meldde ik me bij de receptie en enkele minuten later stond ik oog in oog met de grote man van de Tour. “Fredde”, zei hij warm en voor mij was hij direct Jean-Marie.
We gingen zijn kantoor binnen en het was er een chaos. Overal stapels papieren, rapporten, tijdschriften en op zijn grote bureau was maar moeilijk plaats te vinden voor de twee koppen koffie die binnen werden gebracht.
We spraken Engels en dat vond ik in verband met het komende interview wel prettig. Maar op het moment dat de bandrecorder aanging, schakelde hij direct over in het Frans. Van Engels wilde hij niets meer weten, bang als hij kennelijk was om iets verkeerds te zeggen.
Hij vertelde de verhalen over Janssen die ik al kende, maar het interview was voor mij alleen maar aanleiding voor een ander doel, ik moest Janssen nog over de streep trekken.
Vlak voor we afscheid namen, vroeg ik het: “Jean-Marie, zou jij het eerste exemplaar van mijn boek aan Jan willen overhandigen en wel op 9 juli a.s. in Antwerpen als de Tour daar is.” Hij reageerde direct: “Mais naturellement Fredde, bien sûr!”
De volgende avond belde ik Jan en vertelde hem wat Jean-Marie me had beloofd. Het was even stil, toen klonk een bulderende lach en hoorde ik hem in plat Haags zeggen: “Vuile rat, nouh ken ik niet meer terug, kom volgende week maar langs dan gaan we prateh.”
Met dank aan Jean-Marie Leblanc die vandaag 72 jaar wordt.

27-07-2016