Jan PIETERSE

Geboortedatum: 29 oktober 1942
Geboorteland: Nederland

Jan Pieterse was in het begin van de jaren zestig een veelbelovend coureur. De boerenzoon uit Oude-Tonge was een echte ronderenner. Hij kon redelijk bergop en voor een tijdrit draaide hij zijn hand niet om.

Met die eigenschappen won hij in 1963 de Ronde van Oostenrijk. Pieterse behaalde zijn winst in de redelijk vlakke tweede etappe en in de aansluitende ploegentijdrit kon hij zijn voorsprong nog iets uitbouwen. Het was genoeg om de leiderstrui acht dagen lang met succes te kunnen verdedigen.

In 1962 had hij zich al in de selectie van Joop Middelink gereden, maar zijn echte doorbraak kwam pas twee jaar later toen de bondscoach hem opstelde in de Nederlandse WK-ploeg voor de 100 kilometer ploegentijdrit in het Franse Sallanches. Hij denkt er met weinig plezier aan terug. De ploeg was geen eenheid en tempobeul Bart Zoet reed z'n drie maten volledig over de kop.

Desondanks was Pieterse direct zeker van zijn plaats in de ploeg die twee maanden later tijdens de Olympische spelen van Tokyo het nog eens mocht proberen. Overigens samen met Bart Zoet, want de tactiek van Middelink was keihard vertrekken en dan maar zien hoever je komt.

Tegen de instructies in besloot de ploeg op 14 oktober 1964 tot een andere tactiek. Karstens had de onstuimige Zoet eens ernstig toegesproken en hem opgedragen het in het begin wat kalmer aan te doen en Gerben was de enige van wie Bartje iets aannam.

Zoet zou in het begin zoveel mogelijk op kop rijden, maar met de rem erop. Pieterse zou in zijn wiel zitten om hem al schreeuwend in te tomen als het toch nog te hard zou gaan. Zo zouden de drie anderen in het kielzog van Zoet in hun ritme proberen te komen.

Het lukte voorbeeldig en in de stromende regen werd het eind van de eerste ronde bereikt. Vanaf daar bleven Zoet, Karstens en Dolman iets langer op kop en in het korte venijnige klimmetje vlak voor de finish moest Pieterse zorgen dat het tempo op peil bleef.

In de tweede ronde keken ze de voor hen gestarte Fransen in de rug. Dat gaf de burger moed en in de laatste ronde ging het echt volle bak met de op volle stoom liggende Zoet meestal op kop. Alleen in het klimmetje smeekte hij of het wat kalmer aan kon, maar Karstens brulde: BEH JE BEDONDERD, RIJE!!!

De Fransen werden ingelopen en de Nederlandse ploeg finishte in de overtuiging dat ze het aardig hadden gedaan met een kansje dat er een podiumplaats in zat.

Ze maakten zich echter geen illusies omdat de Italianen, de Zweden en de Russen veel sterker werden geacht en nog binnen moesten komen. Na het douchen hoorden ze tot hun verbazing dat ze eerste waren geworden. Fris gewassen en in schone truitjes stond het viertal even later ontroerd naar het Wilhelmus te luisteren.

Dolman en Karstens zouden nog vele successen aan hun palmares toevoegen, maar voor Zoet en Pieterse was Tokyo het hoogtepunt van hun carrière. Terug in Nederland sloot Jan zijn amateurcarrière af met drieëndertig overwinningen.

Vol ambitie werd hij prof bij de Belgische Flandria-Romeo-ploeg van Lomme Driessens. Het werd een ramp. Hij voelde zich van meet af aan niet thuis in die ploeg. Overeenkomstig de reputatie van Driessens kregen de grote renners daar alles, terwijl de kleintjes moesten bedelen om een paar tubekes.

Z'n beste prestatie was een derde plaats in de Omloop van Westouter, een kermiskoers. Op weg naar huis kreeg hij een zwaar auto-ongeluk en zeven maanden lang was hij bezig met herstel en revalidatie.

In zijn tweede profseizoen reed hij voor Caballero, een Nederlandse ploeg onder leiding van manager Frans van den Enden en ploegleider Gé Peters. Een sympathiek team met een bescheiden budget. Dat was niet echt motiverend en hij sloot het seizoen af met slechts enkele ereplaatsen.
In 1967 was het al gebeurd met zijn carrière. Hij werd dat jaar nog twaalfde in de Amstel Gold Race, maar kort daarna kwam hij in een koers zwaar te vallen en belandde hij in het ziekenhuis.

Hij kon een baan krijgen bij een verzekeringskantoor in zijn woonplaats. Hij volgde de opleidingen die voor dat vak vereist zijn en al na enkele jaren kon hij het kantoor overnemen en werd hij ATP, oftewel assurantietussenpersoon.

Met hard werken bouwde hij het bedrijf op en in zijn eenenzestigste levensjaar is hij nog volop actief. Af en toe denkt hij nog wel eens aan die prachtige dag in Tokyo, toen vier jonge wielrenners voor een hoogtepunt zorgden in de Olympische geschiedenis van Nederland. Bart Zoet en Eef Dolman leven helaas niet meer, waardoor een reünie slechts een eentweetje kan zijn.

Voor Jan Pieterse was het niet de eerste confrontatie met de dood. Hij was nog maar zevenentwintig jaar toen zijn vrouw aan een hartstilstand overleed. Net begonnen met de opbouw van zijn zaak, bleef hij achter met twee kleine kindjes. Een dochtertje van twee jaar en een zoontje van vijf maanden.

Gelukkig was zijn jongste zusje bereid om vier jaar lang het moederschap waar te nemen, anders had Jan niet geweten hoe hij dat moest oplossen. Hij is inmiddels al weer vele jaren gelukkig met een nieuwe partner en hij geniet van elke dag.

Uit Wielerhelden van Oranje 2003

29-10-2016