Jan HIJZELENDOORN Jr.

Geboortedatum: 20 maart 1929
Geboorteland: Nederland
Overleden op: † 22.10.2008

De jaren na de Tweede Wereldoorlog, vanaf pak ‘m beet 1948 waren de jaren dat ik mij voor wielrennen ging interesseren. Dat kwam door een jongen die mij op de op de padvinderij zat. Hij heette Coentje Cooper.
Coentje was een aardige jongen, maar in vond hem vooral interessant omdat hij twee wielrennende ooms had. De broer van zijn vader was Gijssie Cooper en de broer van zijn moeder was Cassie Kleefstra. Beide goede renners maar Cassie was in die jaren een beroemdheid in Amsterdam.
Twee maal (in 1945 en 1946) was hij kampioen van Nederland op de weg bij de amateurs geweest en daar kende ik er maar een van. Nou ja twee, want ook Jan Hijzelendoorn had ik weleens gezien in de paardenslagerij van zijn vader, bij mijn oma om de hoek.
Vanwege het beroep van zijn vader noemden ze Hijzelendoorn De Hit en op de Amsterdamse stadionbaan was hij vanaf 1946 ook een absolute hit. Dat jaar en het jaar daarna was de Haarlemmer Cor Bijster nog te sterk voor hem, om daarna de hitparade te bestormen met zeven Nederlandse titels op rij.
Ongenaakbaar was hij en achtereenvolgens voor Frits Contelaar, Piet Geukens, Cas Kleefstra, Ad Schotman, Patsi Willekes, nogmaals Schotman en Frans Mahn te sterk. Alle rappe jongens van die tijd wisten bij voorbaat dat ze tegen Jan Hijzelendoorn kansloos waren.
Op zijn baan in Amsterdam leek hij ongenaakbaar, maar daarbuiten bij de wereldkampioenschappen en de Olympische Spelen kwam hij er niet aan te pas. Hij werd meestal al in de series uitgeschakeld, maar in 1948 in Amsterdam, op zijn eigen baan, bereikte hij de kwartfinales.
Ik heb een keer een persoonlijke ontmoeting met hem gehad. Ik had in die jaren de plaatjes bijeengespaard met sportkarikaturen en die in het album geplakt dat je bij de kruidenier kon kopen.
Naast elk plaatje stond een stippellijntje voor een handtekening. Nu kwamen die sportlieden natuurlijk niet allemaal uit Amsterdam en ik zag mezelf niet naar Venlo of Heerenveen reizen voor een krabbel van Jan Klaassen of Abe Lenstra. Mijn ouders zagen me aankomen.
Maar Amsterdam was te doen en zo stond ik trillend van de zenuwen voor de deur bij Fanny Blankers-Koen in de Haarlemmermeerstraat, in de sigarenwinkel van Co Bergman in de Zoutsteeg en zijn collega van Blauw-Wit Piet Koekebakker in de Jan Pieter Heijestraat.
Ik had Jan Hijzelendoorn natuurlijk ook op mijn lijstje staan, maar toen ik bij Koekebakker met diens handtekening naar buiten kwam, zag ik opeens De Hit langs fietsen. Op een racefiets met een baanframe over de schouder.
Ik scheurde er op mijn jongensfiets achteraan en op de Overtoom zat ik in zijn wiel. Hij fietste richting het Olympisch Stadion en ik reed mee in grote twijfels hoe ik het moest aanpakken.
Bij het stadion aangekomen raapte ik al mijn moed bijeen en vroeg om zijn handtekening terwijl ik hem het album op de juiste bladzijde voorhield.
Hij zette zijn krabbel en zei toen: “Dat had je toch al op de Overtoom kunnen vragen!”

22-10-2017