Jan ALING

Geboortedatum: 14 juni 1949
Geboorteland: Nederland

In de jeugdrangen en als amateur was de Drent Jan Aling een echte kanjer. Als nieuweling behaalde hij al achttien overwinningen, waaronder het kampioenschap van Nederland. Geboren in Bunne, een dorp met nauwelijks tweehonderd inwoners, trainde hij dagelijks met Popke Oosterhof uit het nabijgelegen Eelde.
Dat waren geen trainingen, maar regelrechte strafexpedities, zo gingen die twee tekeer. Met de kop onder het stuur, zoals renners dat plastisch zeggen, maakten ze om en om lange beurten op kop om dan bij het meteren elkaar helemaal kapot te rijden.
‘Meteren’ is het naast elkaar rijden met de bedoeling precies naast elkaar te blijven. Kwam je een half wiel achter dan moest je een ontzettende inspanning leveren om weer naast de ander te komen. Het vergt het uiterste van renners en het was een geliefd spelletje van grooten als Jan Janssen en Jan Raas.
Als amateur boekte Jan Aling 75 zeges onder meer in de Ronde van Friesland, de Ronde van Overijssel en de Omloop der Kempen, de amateurklassieker die hij twee keer won. In 1969 en 1973.
De eerste keer wekte hij de woede op van Harry Jansen, die na afloop niet met hem op het podium wilde staan. “Die Aling is een boef”, riep de Amsterdammer. “Hij heeft geen meter kop gedaan.”
Dat was niet helemaal juist. Aling had vijf keer geprobeerd de beslissing te forceren. De vijfde keer lukte het met Jansen en met Fedor den Hertog. Als Iwan de Verschrikkelijke op kop kwam groeide de voorsprong met iedere pedaalomwenteling. Jan Aling kon maar ternauwernood het wiel houden en zeker twintig kilometer niet op kop kon komen, vermoeid als hij was van het forceren van de beslissende ontsnapping.
Maar hij kwam er doorheen en in de laatste tien kilometer leverde hij volop zijn aandeel om in de laatste honderden meters af te rekenen met de rappe Harry Jansen, die verbaal bij de mannen van de pers verhaal ging halen over die boef.
In 1973 was er geen sprake van ongenoegen bij zijn tegenstanders. Er was een groep van zeven renners gaan lopen met Aling en drie topamateurs als Piet van der Kruijs, Frits Schür en Fons van Katwijk. In de sprint had de rappe Aling geen kind aan ze.
Met die overwinning op zak stapte Drentse Jan in 1974 over naar de profs. Om er op de koffie te komen, want het winnen was goeddeels verleden tijd. Hij kon zijn belofte niet waarmaken. Dat lag in de eerste plaats aan de tijd waarin hij actief was. Je moest bij een grote ploeg onder dak komen en dat lukte maar niet.
Ook niet bij de toen net opgerichte TI-Raleigh-ploeg van Peter Post. Pas in zijn vijfde jaar als beroepsrenner kwam Jan bij een redelijke ploeg terecht. Dat was de Belgische formatie Marc-Zeepcentrale met renners als Eric De Vlaeminck, Patrick Sercu, Ferdi Van Den Haute en Herman Vanspringel in de gelederen.
Jan liep toen al tegen de dertig en was niet meer de belofte die als een jonge hond naar kansen zocht. Hij moest het ploegbelang dienen. Na twee seizoenen in de hemelsblauwe kleuren kon hij vertrekken.
Hij bleef tot 1984 actief in steeds kleinere ploegjes en ik was eigenlijk benieuwd hoe hij zelf op zijn carrière terugkeek. Ik had het hem in 2010 kunnen vragen bij de Ronde van het Groene Hart, waar ik even met hem sprak. Ik vond het echter wat impertinent om een aardige man te vragen waarom hij het als prof niet had gemaakt.
Dat doe je niet. Wat ik wel doe op deze plaats is Jan Aling feliciteren met z’n 69ste verjaardag.

14-06-2018