Jaap OUDKERK

Geboortedatum: 2 augustus 1937
Geboorteland: Nederland

De stayer Kees Bakker was een familielid van hem en daarom ging de kleine Japie naar het Olympisch stadion als Bakker daar moest rijden. Hij wilde ook wielrenner worden en op zestienjarige leeftijd reed hij zijn eerste koersje.
Hij ontwikkelde zich tot een sterke jachtrijder, die zich specialiseerde in het achtervolgen. Zijn stijl, die aan Hugo Koblet deed denken, was een lust voor het oog. Drie keer werd hij nationaal kampioen en bij het WK stond hij twee keer - als tweede en derde - op het erepodium.
Bij de Olympische spelen van Tokyo behaalde hij samen met Gerard Koel, Cor Schuuring en Henk Cornelisse een bronzen medaille op de ploegachtervolging. Omdat er weinig toekomst zat in het achtervolgen ging de Amsterdamse boerenzoon stayeren. Dat was in 1964 en in datzelfde jaar werd hij zowel Nederlands kampioen als wereldkampioen.
Een jaar later werd hij beroepsrenner. Er waren veel goede stayers in die tijd, zoals de legendarische Spanjaard Timoner, de Belgen Proost en Verschueren, de Italiaan De Lillo, de Duitser Rudolph en de Nederlanders De Wit en Stam.
Bijna zijn gehele carriere heeft Jaap met gangmaker Bertus de Graaf gereden. Ze bereikten hun sportieve hoogtepunt in het Antwerpse sportpaleis bij het WK van 1969. De Belgen waren in een jubelstemming, want op de avond van de stayersfinale was Patrick Sercu al wereldkampioen geworden bij de profsprinters en Ferdinand Bracke bij de beroepsachtervolgers.
Theo Verschueren kon dus het Belgische succes compleet maken en dat was de in Nederland geboren Belg vast van plan. Het was al direct duidelijk dat het tussen Verschueren en Oudkerk zou gaan. Na wat speldenprikken besloot De Graaf tot een serieuze aanval.
Toen de twee combinaties boven elkaar lagen, stuurde Stakenburg plotseling omhoog, waardoor De Graaf moest inhouden om ongelukken te voorkomen. De temperamentvolle Bertus kwam er door in de stemming. 'Hij zou die klootzak wel `ns effe wat laten zien.'
Even later lagen de twee weer boven elkaar en het publiek klom op de banken. Een duel dat vele ronden duurde en uiteindelijk door de twee Nederlanders werd gewonnen.
Toen het achterwiel van Oudkerk gelijk lag met het voorwiel van de motor van Stakenburg, stuurde die wederom omhoog. Levensgevaarlijk, want hij miste Oudkerk op een paar centimeter na. Die schrok zich kapot, maar reageerde koelbloedig. De ene aanval na de andere sloegen ze vervolgens af. Tien ronden voor het einde kwam de laatste. Het was alles of niets.
Verschueren ging tot het gaatje, maar in het heetst van de strijd raakte hij los van de rol. Oudkerk en De Graaf konden jubelend de honderd kilometer volmaken.
In 1972 beëindigde Jaap zijn fraaie carrière op vijfendertigjarige leeftijd en hij vond een baan bij een bedrijf in brandblusapparatuur. Hij is nu gepensioneerd en hij heeft alle tijd om zich weer aan zijn oude liefde te wijden. Een paar keer per week pakt hij de racefiets of de mountainbike.
Een rustige, bescheiden, blozende buitenman die met acht Nederlandse titels en twee wereldtitels het heldenwalhalla bereikte.

Uit Wielerhelden van Oranje 2003

02-08-2016