Jaap EDEN

Geboortedatum: 19 oktober 1873
Geboorteland: Nederland
Overleden op: † 02.02.1925

Jaap Eden overleefde ternauwernood zijn eigen geboorte toen zijn moeder in het kraambed overleed. Artsen stonden in die tijd vaak voor de keus om óf het leven van het kind óf het leven van de moeder te redden.
De keuze die een Groningse arts in oktober 1873 maakte, zorgde ervoor dat de Nederlandse sportwereld werd opgezadeld met een symbolische aartsvader, wiens levenswandel bepaald niet model heeft gestaan voor het karakter van de meeste Nederlandse topsporters.
De kleine Jaap werd opgevoed door zijn grootmoeder die in Santpoort een hotel uitbaatte. Dagelijks zwierf hij door de Kennemerduinen waar hij graag mocht hardlopen in het mulle zand of zo snel mogelijk tegen zo'n zandhelling opklauteren om zich lekker weer omlaag te laten rollen.
`s Winters als het vroor was hij op zijn doorlopers niet van het ijs te branden en fietsen kon hij als de beste. Onbewust ontwikkelde hij zijn jongenslichaam tot dat van een veelbelovend atleet.
Als schaatser ging hij al op vijftienjarige leeftijd meedoen aan wedstrijden en hij won zijn eerste race met overmacht. Dat werd opgemerkt door ene Klaas Pander, die in die tijd internationaal tot de sterkste schaatsenrijders behoorde.
Pander zag in de jongen een ruwe diamant, die slechts geslepen en gepolijst diende te worden. Hij besloot het talent onder zijn hoede te nemen om het verder te ontwikkelen. Drie jaar later won Jaap Eden op de baan van de Amsterdamse IJsclub zijn eerste wereldtitel.
Hij won de 500, de 1500 en de 5000 meter en de regel was dat je je na het winnen van drie van de vier afstanden automatisch wereldkampioen mocht noemen. In Haarlem werd hij door een uitzinnige menigte ingehaald, zoals dat een kleine eeuw later ook Yvonne van Gennip zou overkomen.
In de jaren daarna stelde hij de bestaande wereldrecords zodanig bij dat ze jarenlang onaantastbaar waren. In 1895 won hij wederom drie afstanden bij de wereldkampioenschappen in Hamar en een jaar later zelfs vier in het Russische Sint Petersburg.
Daarna mocht hij niet meer meedoen aan de wereldkampioenschappen schaatsen, omdat hij een contract had getekend als beroepswielrenner met een jaarsalaris van vijfduizend gulden, een ongekend bedrag voor die tijd.
Wielrennen was een uitstekende voorbereiding voor het schaatsen, maar Eden liet het niet bij trainen alleen, want hij kwam in de zomermaanden ook uit in wielerwedstrijden. Zo won hij in 1893 het Nederlands kampioenschap op de weg en een jaar later werd hij op de wielerbaan van Antwerpen wereldkampioen op de tien kilometer. In augustus 1895 voegde hij daar nog de mondiale titel op de mijl aan toe.
In vijf jaar tijd had Jaap Eden evenzoveel wereldtitels op zijn naam gebracht en toen moest zijn carrière als dikbetaalde wielerprof nog beginnen. De sportliefhebbers wreven zich in de handen bij het vooruitzicht van een jarenlange hegemonie van hun landgenoot, maar dat viel bitter tegen.
Jaap Eden miste de discipline om als een asceet voor zijn sport te leven. Hij baarde al opzien door voor en na zijn wedstrijden met een grote sigaar in zijn hoofd tussen het publiek te verschijnen.
Puur op zijn reputatie verdiende hij een aantal jaren lang op zijn sloffen een halve ton aan guldens en dat was vergeleken met nu ruimschoots een miljoeneninkomen. Hautain sloeg hij een aanbod van vijftienduizend dollar af om in de Verenigde Staten enkele wedstrijden te rijden.
Jaap Eden had wel de sterke benen om op de wieler- en schaatsbaan zijn tegenstanders het snot voor de ogen te rijden, maar helaas niet om de weelde te dragen.
Hij verbleef bij voorkeur in mondaine steden als Parijs en Berlijn en Sekt und Liebe werden de genoegens waaraan hij zich enthousiast overgaf. Van zijn glanzende conditie was al gauw niets meer over en bij zijn afscheid als wielrenner was hij een berooide karikatuur van zichzelf geworden.
Hij probeerde in Rotterdam nog een rijwielzaak van de grond te krijgen, maar dat lukte niet. Ook als chauffeur op een bestelauto was hij geen succes. Hij eindigde zijn dagen in een Haarlemse inrichting waar hij op 2 februari 1925 overleed. Slechts eenenvijftig jaar oud.
Deze man is dus de 'vader' van alle Nederlandse topsporters. Het is de vraag of we daar zo gelukkig mee moeten zijn ook al is het maar symbolisch. Die erkenning heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat hij de eerste was en dat hij in twee verschillende sportdisciplines het hoogste bereikte.
De eerste kan er maar één zijn, maar er zijn tal van voorbeelden van sporters die in twee of zelfs nog meer sporten uitblonken. Joop Zoetemelk was ooit eens Nederlands kampioen langlaufen en Piet Moeskops was, evenals Ko Willems, een talentvol worstelaar voordat hij de fiets besteeg.
En wat dacht u van mannen als Piet Kleine en Dries van Wijhe. Schaatscracks, die ook op de racefiets successen behaalden. De bekendste postbode van Nederland nam als schaatser én wielrenner aan de olympische spelen deel en Dolle Dries was als topschaatser ook eens kampioen van Nederland op de weg bij de amateurs.
In 1973 werd Sheila Young wereldkampioene schaatsen op de vijfhonderd meter en een half jaar later behaalde zij dezelfde titel in het wielrennen op het onderdeel sprint. Geweldige prestaties, maar er is geen levende ziel die haar daarom tot de 'moeder' van de Amerikaanse sporters zou willen uitroepen.
Sheila zelf al helemaal niet. Voor die kwalificatie komen vrouwen als Wilma Rudolph, Flo Griffith en Gail Devers veel meer in aanmerking, vanwege de ellende die ze hebben moeten overwinnen om zo ver te komen.
Dat zijn vrouwen die bewezen hebben de kloten te bezitten om in hun sport de top te bereiken en bereid waren om daarvoor jarenlang door roeien en ruiten te gaan.
Jaap Eden hoort natuurlijk thuis in deze heldengalerij, maar een herbezinning van zijn legendarische positie moet mogelijk zijn. Als wieleratleet was hij ongetwijfeld een grote, maar als karaktermens kon hij natuurlijk niet in de schaduw staan van een tijdgenoot als Mathieu Cordang.
Of van latere 'vaders' als Piet Moeskops, Gerrit Schulte, Peter Post, Jan Janssen, Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper en … 'moeder' Tinus.

Uit Wielerhelden van Oranje 2003

02-02-2017