Henk CORNELISSE

Geboortedatum: 16 november 1940
Geboorteland: Nederland

Vroeger was de overgang van de nieuwelingen naar de amateurs een grote stap. Waar ik nieuweling schrijf daar bedoel ik de tegenwoordige klasse van de junioren. Dat waren heel vroeger nog de nieuwelingen.
Het doorlopen van de diverse categorieën was toen en nu nog steeds een soort afvalrace. Bij ieder stapje hoger wordt de concurrentie sterker. Tot er bij de beroepsrenners alleen de allersterksten overblijven.
Voor Henk Cornelisse, de |Amsterdammer die vandaag zijn 76ste verjaardag viert, gold die wet niet. Hij won in zijn laatste jaar bij de nieuwelingen maar liefst negentien koersen.
Eenmaal amateur zette hij die zegereeks gewoon voort. Waren het bij de nieuwelingen alleen maar criteriums en clubwedstrijden daar won hij in zijn eerste jaar bij de amateurs gelijk drie klassiekers of het niks was.
Hij werd ook nog tweede in het nationaal kampioenschap achter zijn stadgenoot Cor Schuuring. Het zijn concurrenten voor het leven gebleven en tot op de huidige dag zitten ze elkaar op facebook dwars. Op z’n Amsterdams natuurlijk dus met een voertje.
Ze hebben ook eens een groot succes gedeeld. Dat was bij de Olympische Spelen van 1964 in Tokyo. Met nog twee Amsterdammers (Jaap Oudkerk en Gerard Koel) behaalden ze een bronzen medaille in het nummer ploegachtervolging op de baan.
Een jaar later werd Henk beroepsrenner en hij kreeg een contract bij de Televizier-ploeg van Kees Pellenaars. De Pel had het niet zo op niet-Brabanders en aan verbaal begaafde Amsterdammers had hij helemaal een broertje dood.
En Henk Cornelisse was verbaal begaafd. Hij zat nooit om een woordje verlegen, want hij was een volkse, rondborstige Mokummer met het hart op de tong. Hij zei altijd precies waar het op stond en daar is niet iedereen van gediend.
In zijn eerste jaar als prof won hij een paar koersjes, maar daarna werd het steeds minder. Zijn carrière verzandde en hij stopte al op 29-jarige leeftijd.
Ik herinner me nog een zielig artikel in het blad Panorama of de Revu waarin geschreven werd dat de Amsterdammer geheel aan de grond zat en eigenlijk niet wist hoe het verder moest. De tabloids moesten nog worden uitgevonden, maar de toon was al gezet. Het zal wel meegevallen zijn, want hij sloeg zich door alle tegenslag heen en hij werd – waar hij eigenlijk voor geknipt was – taxichauffeur in Amsterdam.
Ik heb eens een keer bij hem in de auto gezeten en ik vond hem echt het prototype. Hij trouwde met de zus van de voetballer Ruud Krol en ze werden de vader en moeder van Michel Cornelisse, die in de voetsporen van zijn vader trad.
De talentvolle zoon werd niet wat van hem verwacht werd, maar hij overtrof als beroepsrenner wel zijn vader. En dat komt in de wielrennerij niet vaak voor. Of zijn zoon Mitchel zijn vader gaat overtreffen ligt nog in de toekomst.
Overigens is Henk niet helemaal met wielrennen gestopt toen hij als prof geen contract meer bij een ploeg kon versieren. Terug naar de amateurs was toen geen optie, want als oud-beroepsrenner kreeg je in zijn tijd dan geen amateurlicentie meer.
Gelukkig was er nog de N.W.B., de zogenaamde wilde bond. Daar waren ze niet zo streng. Ieder weekend ging Henk dan naar Oost-Brabant of Limburg om er te koersen. De wilde bond was namelijk alleen daar actief.
Hij was niet de enige want tal van andere oud-profs die buiten de boot waren gevallen stonden in die koersjes aan de start. Zoals Bart Solaro, Gerrit de Wit, Jef Drummen, Jo van Seggelen en Fonske Steuten.
Met Henk erbij zal er heel wat afgelachen zijn.

16-11-2016