Hein VERBRUGGEN

Geboortedatum: 21 juni 1941
Geboorteland: Nederland
Overleden op: † 14.06.2017

Het nieuws dat Hein Verbruggen is overleden kwam voor mij als een verrassing, want ik wist niet dat hij ernstig ziek was. Na zijn terugtreden als bestuurder van de UCI en het IOC is hij langzaam van de radar verdwenen.
Al in een vroeg stadium van zijn leven, hij woonde nog bij zijn ouders thuis in Helmond, is hij bevriend geraakt met Herman Krott, in die tijd ploegleider van de amateurploeg van Amstel Bier en oprichter en organisator van de Amstel Gold Race.
Kort daarna is Verbruggen als productmanager in dienst getreden bij Mars, fabrikant van Mars- en Nutsrepen en ander snoepgoed. Dat concern besloot in 1969 een professionele wielerploeg te gaan sponsoren, omdat de reclamemogelijkheden in met name België beperkt waren.
Verbruggen had op de achtergrond veel met dat project te maken en in 1970 was hij de man die namens de sponsor akkoord ging met de komst van de talentvolle Joop Zoetemelk, zoals Herman Krott hem had gevraagd.
Het was het begin van een indrukwekkende carrière als sportbestuurder. Eerst bij de KNWU, waar hij een rol speelde in het democratiseringsproces van de wielerunie, toen bij de UCI waar hij in 1991 voorzitter van werd. Hij is dat tot 2005 gebleven. Een roerige periode.
Verbruggen was een voorstander van de professionalisering en de mondialisering van de beroepswielersport. In beide opzichten was hij een gedreven en actief bestuurder. Zo werd onder zijn leiding de ProTour categorie in het leven geroepen en een rankingsysteem.
In 1996 trad Verbruggen als UCI-preses tot het IOC en speelde hij een belangrijke rol bij de organisatie van de Olympische Spelen in Athene (2004) en Peking (2008). Ook was hij er verantwoordelijk voor dat ook profwielrenners vanaf 1996 toegang hadden tot de spelen.
Toen hij in 2005 als UCI-voorzitter werd opgevolgd door Pat McQuaed, verdween hij langzaam naar de achtergrond. Tot hij in 2013 ineens onder vuur kwam te liggen, vanwege de vele dopingbekentenissen en zijn vriendschap met Lance Armstrong.
Hij hield zich kranig onder de beschuldigingen en ging confrontaties met de pers niet uit de weg. Dat was hem wel toevertrouwd, want hij was een sterk debater die op een beleefde, maar zakelijke toon goed van zich af kon bijten.
Dat die beschuldigingen altijd aan zijn nagedachtenis zullen kleven, is onvermijdelijk en bij het lezen van de eerste in memoria gaat het toch vooral daarover. Dat is jammer, want Verbruggen heeft als invloedrijk sportbestuurder veel meer betekend.
En nu is hij er niet meer en denk ik terug aan het interview dat ik op 26 november 2004 met hem had in het clubhuis van een zeer chique tennisvereniging in St.Job-in ‘t-Goor. Hij was daar om voor een zaal notabelen een spreekbeurt te houden over de voordelen van sponsoring. Na afloop was hij voor mij beschikbaar voor het interview.
Ik was onder de indruk van zijn spreekbeurt. Hij deed dat in Frans, Engels en Nederlands en schakelde met het gemak van een doorgewinterde autocoureur. Ook de inhoud van zijn speech getuigde van veel kennis van zaken. Hij deed het op een zeer charmante wijze als de man van de wereld, die hij ook nadrukkelijk was.
Het interview ging over zijn ontmoetingen met Joop Zoetemelk over wie ik een boek aan het schrijven was. De eerste perscontacten met de jonge Joop bij Mars-Flandria, die tot zijn verbazing de lippen stijf op elkaar hield toen het journaille wilde weten wie die bleke jongen was die in de Tour gelijk tweede werd achter Merckx.
Of die avond in Italië nadat Joop in 1985 wereldkampioen was geworden en het hotel van de Nederlandse ploeg belegerd werd door de internationale pers. Verbruggen heeft toen de nieuwe wereldkampioen met diens instemming gekidnapt en meegenomen naar zijn eigen hotel. Waar ze met een klein gezelschap met spijs en drank de wereldtitel van Joop tot in de kleine uurtjes hebben gevierd.
Of de bemoeienis van madame Zoetemelk (Françoise) in de weken voor het WK van 1987, waar Joop niet aan mee mocht doen omdat hij de veertig was gepasseerd. Ze kreeg het voor elkaar dat haar man toch een startbewijs kreeg, omdat ze Hein onophoudelijk belde en Verbruggen het als stalken ervaarde.
Hoogst vermakelijke anekdotes die hij daar in die dure club zo uit zijn mouw schudde. Ik heb hem daarna nog een aantal keren ontmoet en werd dan steeds weer op dezelfde charmante manier begroet, alsof we oude vrienden waren.
Ik denk niet dat Hein veel echte vrienden had, want hij was toch een wat afstandelijke man. Hij had ongetwijfeld duizenden relaties, maar een vriend zoals Herman Krott dat was, zullen zeldzaam zijn geweest.
Een vriend, zoals ik dat vanmorgen weer van Jos Krott, de vrouw van Herman, hoorde, waarmee Herman zo lekker en eindeloos over wielrennen kon lullen. Ze voegde er aan toe dat ze hoopte dat de twee hun gesprekken daarboven hebben hervat. Tot wederzijds genoegen.
Rust zacht, Hein!

14-06-2017