Gerard van BEEK

Geboortedatum: 1 november 1924
Geboorteland: Nederland)
Overleden op: † 14.03.1951

Gerard van Beek was een uiterst talentvolle renner die in 1951 aan het begin stond van een veelbelovende profcarrière, die hem heel ver had kunnen brengen.
Maar in de Zesdaagse van Berlijn in maart 1951 kwam hij noodlottig ten val. Een schedelbasisfractuur werd hem fataal, want de operatie mocht niet baten. Het was de eerste keer dat ik in mijn bestaan van wielerliefhebber met de dood werd geconfronteerd en het maakte grote indruk op me.
Van Beek werd in Volendam geboren, maar hij woonde vrijwel zijn hele korte leven bij zijn broer in Oostzaan. Als wielrenner was het een klasbak en als mens een volkse en vrolijke jongen, die uiterst positief in het leven stond.
Als amateur behoorde hij tot de vier musketiers, een kwartet amateurrenners dat met kop en schouders boven de rest uitstak. De andere drie waren Gerrit Voorting, Piet de Vries en Harm Smits. Ook de Amsterdammer Cas Kleefstra had er toe behoord, maar toen die als militair naar Nederlands Indië moest, verdeelden de heren de poet met z’n vieren.
Het was gewoon een officieus genootschap dat elkaar hielp bij het behalen van overwinningen en het winnen van premies om na afloop van de koers de buit te verdelen. Het was in die tijd armoe troef in de wielrennerij en Piet de Vries vertelde me eens dat ze met hun laatste centen per trein naar de koers reisden en dan wel verplicht waren om premies te winnen anders konden ze de terugreis niet betalen.
Als prof is Gerrit Voorting een topper geworden en Van Beek was op weg er ook een te worden toen hem dat fatale ongeluk overkwam. Hij reed die zesdaagse met de Beverwijker Arie Vooren en die moest alleen naar huis. Hoe het met zijn meissie is afgelopen met wie hij op punt van trouwen stond, vermeldt de historie niet.
Over die terugreis van Arie Vooren met verzorger Jan van Dinteren bestaat nog een mooie anekdote. Berlijn was na de Tweede Wereldoorlog een verdeelde stad. Het oostelijk deel stond onder supervisie van de Sowjet Unie.
In het westelijk deel waren de Amerikanen, de Britten en de Fransen de baas. De vier staddelen waren streng gescheiden en de gehele stad lag op het grondgebied van de DDR en het was vrijwel onmogelijk om ongezien vanuit West-Berlijn West-Duitsland te bereiken.
Dat lukte ook niet toen Van Beek en Van Dinteren per auto naar Nederland terugreden. Bij iedere grensovergang staken ze drie paspoorten naar buiten twee van hen zelf en een van die slapende passagier op de achterbank die met een hoed op zijn hoofd en een kussen onder zijn nek lag te slapen.
Pas toen ze de Nederlandse grens waren gepasseerd gaven Vooren en Van Dinteren elkaar een high five om een paar uur later het stoffelijk overschot van Gerard van Beek netjes in het rouwcentrum van Zaandam af te leveren en de familie in te lichten. Dit alles om te voorkomen dat het weken zou duren voor het lijk door de geallieerde autoriteiten zou zijn vrijgegeven en met een torenhoge rekening voor de nabestaanden naar Nederland zou zijn getransporteerd.
Of deze anekdote helemaal op waarheid berust heb ik niet kunnen achterhalen. Vrijwel iedereen die er rechtstreeks mee te maken heeft gehad is dood, maar de dochters van Arie Vooren keken er niet vreemd van op en achtten daar postuum hun vader toe in staat.
Gerard van Beek overleed op 14 maart 1951 op 26-jarige leeftijd.

01-11-2017