Cas KLEEFSTRA

Geboortedatum: 10 april 1925
Geboorteland: Nederland
Overleden op: † 00.01.1989

Ik zal een jaar of negen zijn geweest toen ik als welp lid werd van de padvinderij. Daar zat ene Coentje op en dat vond ik als prille wielerliefhebber een interessante jongen. Vanwege zijn ooms. De ene was een broer van zijn vader en Gijssie Cooper was als Amsterdamse wielrenner een lokale beroemdheid. De ander, de broer van zijn moeder was echter landelijk bekend.
Dat was Cas (Cassie zeiden we, want het was een heel klein mannetje) Kleefstra, die in 1945 en 1946 kampioen van Nederland op de weg was bij de amateurs.
Cassie behoorde in 1947 tot de eerste lichting dienstplichtige militairen, die werd uitgezonden naar (toen nog) Nederlands Indië om daar orde op zaken te stellen en de rebellen, onder leiding van Soekarno een kopje kleiner te maken.
Dat is bij Soekarno niet gelukt, maar wel zijn heel veel onschuldige burgers onder leiding van oorlogsmisdadigers als kapitein Raymond Westerling vermoord. Ik heb de details daarvan eens mogen horen van een nog steeds trotse beroepssergeant toen ik zelf in dienst zat en van hem leerde hoe je met de bajonet een pop moest doorsteken .
Of Cassie aan die moordpartijen heeft moeten meedoen of er getuige van is geweest, is niet bekend, want hij heeft er nooit over willen praten. Wel is het een feit dat hij bij terugkomst niet meer dezelfde man was.
Hij was ook niet meer de wielrenner van voorheen, behaalde nog wel wat succesjes op de baan, zoals foto 3 aantoont, waar hij op staat met Ad Schotman die hem in 1951 te snel af was in het NK 50 kilometer.
Op de weg kon hij zich in ieder geval niet meer meten met zijn voormalige concurrenten, zoals Gerrit Voorting, Gerard van Beek, Piet de Vries en Harm Smits die goede beroepsrenners waren geworden. Cas Kleefstra stopte in 1952 met de wielersport.
Om aan de kost te komen zat hij eerst in de wasmachineverhuur en later begon hij een bedrijf in autobekleding. Het bekleden van autostoelen, omdat veel automobilisten in die tijd vele jaren met hun aftandse vehikel deden. Als de bekleding van de stoelen was versleten lieten ze die bij Cassie vernieuwen.
Hij kon het niet vinden, ging in Spanje wonen, keerde weer terug, had problemen in de privésfeer en haalde nog eens alle kranten toen als hij in januari 1989 op straat werd doodgeschoten.
Een afrekening in het criminele milieu, vermoedden de media, en zoiets moet het wel geweest zijn. Want waarom zou iemand op klaarlichte dag anders, in het toen nog zo brave Amsterdam, zijn geliquideerd?
Door dat vriendje van de padvinderij had ik een mooie glanzende publiciteitsfoto van hem, die tussen allerlei andere sportfoto’s in mijn kamertje aan de muur hing.
‘De poppenkop’, smaalde mijn moeder als ze die zag hangen. Ze had het niet zo op mijn belangstelling voor de wielersport.
Tot de poppenkop op een dag bij ons in de keuken stond met een Hoovertje op zijn nek. Zo'n wasmachientje kon je toen huren voor een gulden per dag.
“Dat was nou de poppenkop, mam”, zei ik toen hij was vertrokken. Ze heeft het nooit meer gezegd.

10-04-2016