Bruno RISI

Geboortedatum: 6 september 1968
Geboorteland: Zwitserland

De opvallende populariteit van de zesdaagse in Nederland had in de jaren zeventig en tachtig veel te maken met de aanpak van matchmaker Peter Post die het evenement drastisch moderniseerde.
Onderdeel van die aanpak was het contracteren van beroemde wegrenners om die te koppelen aan echte pistiers. Dat was een groot succes en renners als Zoetemelk, Raas en Knetemann konden goed uit de voeten op die vaak kleine baantjes.
Het viel ook wel eens tegen want het rijden van een SIX was aan een man als Bernard Hinault niet besteed. Het betekende ook dat het aantal gespecialiseerde baners sterk afnam. René Pijnen, een van de grootste specialisten in dat spectaculaire onderdeel van de wielersport, vond dat maar zozo.
Enerzijds was er de toegenomen publieke belangstelling, maar anderzijds was er de devaluatie van een specifiek onderdeel van de wielersport. Hoe verdienstelijk ook, iemand als Zoetemelk beheerste, volgens Pijnen, niet de fijne kneepjes die de echte pistiers tot specialist maken.
Zoals Post, Pijnen, Sercu en nog tal van anderen dat waren. En niet te vergeten de jarige van vandaag, de Zwitser Bruno Risi. In november 1997 zag ik hem voor het eerst aan het werk toen ik een uitnodiging kreeg van Patrick Sercu om een avondje in Gent bij de zesdaagse te komen kijken.
Daar reden toen nog echte specialisten als Urs Freuler, Etienne De Wilde en Andreas Kappes. Die mannen had ik eerder gezien in Rotterdam, maar Risi kende ik niet. Al bij de voorstellingsronden zag ik hem. Een diep op zijn fiets zittende atletische renner.
Een big smile op zijn gezicht gebeiteld, met uit de achterkant van zijn helm een krullend blond matje gestoken, viel hij in de wedstrijd direct op door zijn snelheid, durf, overzicht om op het juiste moment te handelen.
Ik besloot niet op het middenterrein te blijven, maar op de tribune te gaan zitten om die Zwitser eens goed te bekijken. Hoewel ik nog zeker twee uur naar huis moest rijden ben ik tot één uur ’s nachts blijven zitten. Ik kon er geen genoeg van krijgen.
De zesdaagse is absolute topsport, maar het is niet de bedoeling dat één koppel de rest in de vernieling rijdt. Ik ben er van overtuigd dat Bruno Risi dat met de hulp van zijn vaste koppelgenoot (en zwager) Kurt Betschart met gemak zou hebben gekund.
Puur op kwaliteit het hele spul op tien ronden rijden, maar dat gebeurt niet omdat het niet commercieel verantwoord is. Een dergelijk vertoon van macht zou de tribunes ontvolken en dat is niet de bedoeling.
Als er gewonnen wordt is het met banddikte en dat accepteer je als wielerliefhebber alleen omdat je ziet hoe er afgezien wordt. Dat zag ik toen aan die koppen, want in ´t Kuipke zit je er bovenop.
Risi was ook wat dat betreft een uitzondering. Die zag er altijd uit of het hem geen enkele moeite kostte. Toen ik eens over hem met Pijnen praatte, zei René dat er in zijn tijd wel tien renners reden van het formaat van de Zwitser. Dat zal best, maar die tijd was toen al voorgoed voorbij.
Met 61 overwinningen staat Bruno Risi vijfde op de ranglijst aller tijden van meeste zesdaagsenoverwinningen. Met Pijnen (72) op de derde plaats en Peter Post (65) op de vierde. De nummer één is sinds jaar en dag Patrick Sercu en zijn aantal van 88 overwinningen zal wel nooit geëvenaard worden.
Zeker niet door Bruno Risi die in 2010 stopte en vandaag zijn vijftigste verjaardag viert.

06-09-2018