Arie van VLIET

Geboortedatum: 18 maart 1916
Geboorteland: Nederland
Overleden op: † 09.07.2001

Viervoudig wereldkampioen en Olympisch gouden medaillewinnaar Arie van Vliet is geboren en getogen in Woerden. Zijn vader Gerrit was in 1906 kampioen van Nederland op de weg. Gerrit van Vliet bezat samen met zijn broers een smederij en de kleine Arie groeide op tussen aambeeld en blaasbalg met hinnekende paarden voor de deur, die beslagen moesten worden.
Paarden die boerenwagens en rijtuigen voorttrokken waren in die dagen nog een vertrouwd verschijnsel in het Woerdense stadsbeeld, waar ook al enkele automobielen reden en het gebruik van het rijwiel steeds populairder werd. Die twee nieuwe vervoermiddelen zouden de toekomst van de familie Van Vliet beslissend beïnvloeden.
De gebroeders Van Vliet begonnen een automobielbedrijf en een fabriekje waar fietsen werden gemaakt van het merk Struisvogel. Na zijn schooltijd ging Arie in dat fietsenfabriekje werken en hij raakte in de greep van de wielersport.
Hij kocht een racekarretje en hij ging meedoen aan wedstrijden op het kleine wielerbaantje van Gouda. Hij had talent en al in 1934 werd hij derde bij het nationaal sprintkampioenschap voor amateurs met maar liefst honderd inschrijvers. Twee jaar later behaalde hij zijn eerste wereldtitel en werd hij uitgezonden naar die omstreden Olympische Spelen van 1936 in Nazi-Duitsland.
Hij was naar Berlijn vertrokken om een gouden medaille te halen op het nummer sprint, maar dat werd een teleurstelling. De Duitser Toni Merkens week in de finale zodanig van zijn lijn dat Van Vliet er niet meer voorbij kon komen en een protest indiende. De jury honoreerde dat, maar legde Merkens slechts een geldboete op terwijl hij de gouden plak mocht houden.
Gelukkig was Arie ook ingeschreven voor de kilometer tijdrit omdat hij toch in Berlijn was. Geladen na die verloren sprintfinale vertrok hij als een wervelwind. "De laatste honderd meter zat ik helemaal kapot en eenmaal over de streep zakte ik in elkaar. Ik had het vermogen me op zo'n klein stukkie helemaal leeg te rijden. Met de olympische recordtijd van één minuut en twaalf seconden kreeg hij alsnog een gouden medaille.
Een jaar later was hij beroepsrenner, maar bij het WK moest hij zijn meerdere erkennen in de veelvoudige wereldkampioen Poeske Scherens. In 1938 was de uitslag precies andersom, want in het zo vertrouwde Olympisch Stadion van Amsterdam had de Belg geen schijn van kans. Het jaar daarna bereikten Van Vliet en Scherens in Milaan wederom de finale, die de volgende dag verreden zou worden. Het is er niet van gekomen omdat de Duitse legers Polen binnenvielen en het WK direct werd afgelast.
Pas in 1946 kon hij zijn titel verdedigen maar toen was hij al niet meer de onoverwinnelijke Arie van Vliet van voor de oorlog. De mooiste jaren van zijn wielerleven waren voorbij.
Hij reed nog tot 1957 en nog twee keer mocht hij de regenboogtrui aantrekken.
In zijn afscheidsjaar bereikte hij nog wel de finale, maar daarin moest de eenenveertigjarige het afleggen tegen de drie jaar jongere Jan Derksen.
Na zijn afscheid ging Arie van Vliet in het automobielbedrijf van de familie werken. Een jaar later werd het DAF-je geïntroduceerd, het autootje met het pientere pookje. De fabrikanten, de gebroeders Van Doorne uit Eindhoven, zochten in het hele land naar dealers en in Woerden kwamen ze in contact met Arie van Vliet.
Het leidde tot een nieuw bedrijf binnen de familieonderneming. Arie werd DAF- en later Volvo-dealer voor Woerden en omstreken. Hij had het er zo druk mee dat hij nooit meer op een racefiets heeft gezeten. Hij miste het wereldje wel en hij bleef er lang bij betrokken in allerlei bestuurlijke functies binnen de KNWU.
De laatste jaren van zijn leven waren triest. Hij en zijn vrouw Miep gingen sukkelen met hun gezondheid en ze verhuisden uiteindelijk van de oude witte villa naar een serviceflat. Miep overleed het eerst en enkele maanden daarna op 9 juli 2001 was het ook gedaan met de 85-jarige Arie.
`s Avonds in het journaal zagen de Nederlanders in zwart/wit weer eens die diepzittende wieleratleet voorbijflitsen, met tussen die brede schouders dat grote hoofd met dat brilletje. Een leuke kerel, een fantastische sportman en een groot kampioen was heengegaan.

18-03-2018