Arie van HOUWELINGEN

Geboortedatum: 28 november 1931
Geboorteland: Nederland

Er wordt van Arie van Houwelingen gezegd dat hij de hele dag aan het woord is. Met zo iemand houdt geen mens het uit, zou je denken, maar Arie is al ruim veertig jaar met dezelfde vrouw getrouwd.
Wie met hem praat, begrijpt het. Arie is namelijk een zeer onderhoudende en originele gesprekspartner. In de eerste plaats heeft hij gevoel voor humor en in de tweede plaats gaat het altijd ergens over.
Hij denkt over de dingen na en ontwikkelt oorspronkelijke denkbeelden. Als het heel ingewikkeld wordt, roept hij: "Ken je me volgen?"
Die laatste vraag zal zijn gangmaker Frits Wiersma nooit gesteld hebben, want Arie kon volgen als de beste. In 1959 werd het duo oppermachtig wereldkampioen bij de amateurs.
Op de laatste plaats gestart werkten ze zich naar voren en eenmaal op kop werd het hele veld verschillende malen gedubbeld.
Twintig ronden voor het einde kreeg Wiersma motorpech. Er kwam een reservegangmaker in de baan tot ome Frits kort voor het einde weer terugkeerde. Arie perste er nog een fikse eindsprint uit en met bijna twee ronden voorsprong op nummer twee werd hij wereldkampioen.
Wie hem dat zes jaar daarvoor voorspeld zou hebben had hij voor gek verklaard. Arie begon pas na zijn militaire diensttijd met wielrennen en hij kon er geen hout van. Hij ontmoette na een paar maanden een oud-beroepsrenner en die zei: "Jongen, als je drie jaar hard traint en je hebt dan nog niks gewonnen, dan ken je beter stoppen."
Arie ging keihard trainen, zwaar lichamelijk werk doen en veldrijden en in 1956 won hij vier koersen. Op de baan had hij sneller succes. Hij schreef in 1955 in voor het NK achtervolging.
Een baanfiets had hij niet, maar hij sloopte al het overbodige van zijn wegfiets af. "Laat dat achterlichie maar zitten" zei de baancommissaris die het vehikel in ogenschouw nam. Arie werd tweede achter Piet van Heusden en een jaar later nog eens achter Frans Braat.
Het was zijn broer die hem opmerkzaam maakte op een oproep om te gaan stayeren. Op een fiets van de bond probeerde hij het en hij liet zich onderrichten in de geheimen van het rolrijden. Voor de rest zocht hij het allemaal zelf uit.
Hij masseerde zich zelf, hij was zijn eigen mecanicien en zijn zelfbedachte voedingsleer werd beroemd. De wielerwereld lag in een deuk, want Arie at zeegras en hij dronk zeewater. Dat was zwaar overdreven, maar niemand wilde weten hoe zijn menu er in werkelijkheid uitzag.
In 1960 werd hij beroepsrenner, maar hij had de makke dat er toen teveel Nederlandse stayers waren. De spoeling was dun en de eigenzinnige Sassenheimer kwam nauwelijks aan de bak.
De gearriveerde rolrijders hielden de rijen gesloten en er kwam niemand tussen. "Du bist nicht im Geschäft" zei een Duitse gangmaker tegen hem.
Teleurgesteld stopte Van Houwelingen met wielrennen om postbode te worden. Op tweeënzeventigjarige leeftijd fietst hij nu nog regelmatig en op zolder staat de accordeon, de enige gewonnen prijs die hij altijd heeft bewaard.
"Verder heb ik nooit niks verdiend met dat wielrennen", lacht hij. "Ken je me volgen?"

Uit Wielerhelden van Oranje 2003

28-11-2018