Achiel BRUNEEL

Geboortedatum: 19 oktober 1918
Geboorteland: België
Overleden op: † 05.06.2008

Vandaag precies acht jaar geleden overleed Achiel Bruneel. Op 89-jarige leeftijd, reden waarom de journalisten even moesten zoeken wie hij ook weer was. Tot ze er achter kwamen dat het om een baanrenner ging.
Dat heeft de stukjes bij zijn heengaan danig bekort, want de baan staat lang niet meer zo in de belangstelling als in de hoogtijddagen van de overledene. Toen zaten bij ieder wielerprogramma de rangen in de sportpaleizen stampvol.
Dat was tussen 1939 en 1955, de jaren dat de in Herenthout (provincie Antwerpen) geboren coureur beroepsrenner was, ook zo. Dat verklaart ook zijn keuze voor de baan, omdat daar in die periode veel meer te verdienen was, dan op de weg.
Niet dat hij daar niet uit de voeten kon, want in zijn amateurtijd was hij in 1936 wegkampioen van België. Maar toen hij in 1939 zijn eerste proflicentie aanvroeg stond zijn besluit vast.
Hij zou zijn centjes op de baan gaan verdienen, in ploegkoersen en zesdaagsen. Dat was ondanks de goede verdiensten een gewaagde keuze. Er waren nogal wat goede baanrenners en vele varkens maken de spoeling dun.
De toppers op de Europese winterbanen, de mannen die de lakens uitdeelden en de hoofdprijzen pakten, waren niet zo maar genegen om hun zwaar bevochten privileges met anderen te delen. Daarom werd er een kongsie in het leven geroepen om jong talent buiten de deuren te houden.
Dat waren de denkbeeldige deuren van de Blauwe Trein, wel te verstaan, want daarin zetelden slechts de absolute toppers onder aanvoering van de machinist, de machtigste man op de winterbanen van destijds.
Gerrit Schulte heeft die functie jaren met succes bekleed en ook Peter Post heeft daarna met ijzeren hand geregeerd. De enige manier om een plaatsje in de Blauwe Trein te bemachtigen was de sportieve.
Die gasten die de touwtjes in handen hadden te verslaan en dan moest je van goeden huize komen. Opboksen tegen een combine van zo’n drie à vier van de beste koppels. Dat is Bruneel gelukt en daarom mocht ook hij plaatsnemen op het gecapitonneerde pluche van de Eerste Klasse.
Er zat wel enige logica in deze hiërarchie, want er waren in de jaren veertig en vijftig nog niet zoveel zesdaagsen. Hooguit vier à vijf per seizoen en in de tijd dat Bruneel debuteerde nog minder, omdat Hitler de zesdaagsen in Duitsland had verboden, als zijnde te gevaarlijk. Een gotspe op zich.
Daarom reed Bruneel in zijn jaren als beroepsrenner maar 42 zesdaagsen, waarvan hij er twaalf won. Eén op 3,5. Een mooi gemiddelde, waarmee hij hoog zou scoren als de ranglijst aller tijden in moyennes was uitgedrukt in plaats van in absolute zeges.
De man die door zijn ouders Achilles werd genoemd had als renner geen kwetsbare hiel. Hij was snel en in hoge mate koersslim en hoefde niet altijd een vaste partner. Het maakte hem niet veel uit met wie hij reed.
Wel ontwikkelde hij in de loop van zijn carrière een lichte voorkeur voor Lucien Acou (foto 2), de man die in de jaren zestig de hand van zijn dochter Claudine schonk aan Eddy Merckx.
Het koppel Bruneel-Acou was heel bedreven in koppelkoersen en daar hebben ze er heel wat van gewonnen. Met de beau-père van d’n Eddy won hij twee zesdaagsen, even veel als met Rik Van Steenbergen (foto 3) en de Fransman Guy Lapébie.
Achiel Bruneel werd als renner niet legendarisch, want daarvoor was hij te bescheiden, maar hij was wel een groot vakman, zonder wie echte zesdaagsen niet verreden kunnen worden.

05-06-2016