Van de smalle bandjes naar de gladde ijzers …

Sinds het begin van dit schaatsseizoen moet de schaatswereld het doen zonder één van de belangrijkste toprijders uit de eerste na-oorlogse generatie. Eind oktober overleed namelijk op 93-jarige leeftijd Wim van der Voort.

Hij was winnaar van de zilveren medaille op de 1500 meter bij de Olympische Winterspelen van 1952 in Oslo. Hoewel hij nooit een nationale of internationale titel wist te winnen, was hij in zijn tijd een van de beste Nederlandse langebaanschaatsers.

Met Kees Broekman, Anton Huiskes en Gerard Maarse vormde Van der Voort het kwartet dat onder leiding van bondscoach Klaas Schenk jaar na jaar de kernploeg vormde en deelnam aan de jaarlijkse Europese en wereldkampioenschappen.

De Nederlandse toppers van toen waren wel wereldtop, maar nog lang niet zo dominant als Ard & Keessie dat later waren en alle succesvolle generaties na hen. Vooral de Noren domineerden toen met de de grote kampioen Hjalmar Andersen als grootste troef en in zijn spoor mannen als Roald Aas, Sverre Haugli en anderen.

Daar konden de Nederlanders aardig bij in de buurt blijven, maar Andersen was een maatje te groot. Het was de tijd dat er nog geen kunstijsbanen waren en de schaatsers uitsluitend op natuurijs konden trainen. Op natuurijs konden de Noren rekenen, maar de Nederlanders niet.

De schaatscarrière van de uit ‘s Gravenzande afkomstige tuinderszoon valt samen met de hoogtijdagen van de uit De Lier afkomstige Kees Broekman. De twee Westlanders werden ontdekt toen ze als jonge jongens in een schaatstocht in het spoor konden blijven van een vermaarde hardrijder uit die tijd.

Broekman had het meeste talent van de twee, was een echte stayer maar was mentaal niet sterk. Van der Voort was een echte 1500 meter specialist en een karaktermannetje. Er werd in die tijd vaak beweerd dat als Broekman zijn karakter had gehad hij meer internationale titels zou hebben behaald dan die ene Europese in 1953.

Van der Voort maakte zijn internationale debuut in 1948 bij het EK allround. Zijn deelname aan dit kampioenschap moest hij zelf bekostigen, met financiële hulp van ijsclubs uit het Westland.

Al snel brak de hegemonie van Hjalmar Andersen aan. De Noor legde in de jaren 1950-1952 een unieke serie op het ijs. Elk jaar behaalde hij zowel de Europese als de wereldtitel allround en in 1952 won de Noor voor eigen publiek Olympisch goud op drie afstanden.

Op de vijf en tien kilometer won hij goud met Kees Broekman op ruime afstand als tweede. Op de schaatsmijl ging het echter niet zo makkelijk, want met slechts tweetiende van een seconde wist hij Wim van der Voort voor te blijven.

Het was een enorme klap voor de Westlander die er een heel jaar keihard voor had getraind om goud te behalen. Het feit dat hij een maand later bij het WK Andersen wel klopte was maar een schrale troost.

Er is Van der Voort ook nog eens een Europese titel door de neus geboord. Dat was bij het EK van 1951 in Oslo. Na drie afstanden ging hij aan de leiding en Andersen stond tweede.

De beslissing moest op de afsluitende tien kilometer vallen. Normaal gesproken had Van der Voort op die afstand geen schijn van kans, tot Andersen in en rechtstreeks duel plotseling kwam te vallen en met een kapotte schaats niet verder kon.

Die val was veroorzaakt door het flitslicht van een fotograaf, oordeelde de jury onder druk van het chauvinistische publiek en de Noor mocht de rit overrijden. Zo vervloog de enige kans op een internationale titel voor Wim van der Voort.

Ook de gouden Olympische medaille was hem door de omstandigheden niet gegund, omdat hij onder veel slechtere omstandigheden zijn rit moest rijden dan Andersen. Dat hij desondanks slechts tweetiende van een seconde moest toegeven, toont aan dat hij dat jaar de beste rijder op de schaatsmijl was.

Bij afwezigheid van Andersen grepen de Nederlanders in 1953 bij de Europese kampioenschappen allround hun kans. Broekman en Van der Voort werden respectievelijk eerste en tweede maar het veroorzaakte geen euforie in het vaderland.

Daar hadden de mensen andere dingen aan hun hoofd, want in het weekend van die kampioenschappen, die alleen op de radio te volgen waren, woedde er in de nacht van zaterdag op zondag een springvloed, die tot een ramp van ongekende omvang leidde.

Er vielen bijna tweeduizend doden en tienduizenden mensen werden geëvacueerd. Het nieuws uit het vaderland werd voor de twee Nederlanders verborgen gehouden, hoewel ook het Westland in de gevarenzone lag.

En toen kwamen de Russen, die in eigen land op de wonderbaan van Alma Ata het ene na het andere record verbeterden. Met moeilijk uit te spreken en te onthouden namen eisten ze direct alle hoofdrollen op. Het betekende het einde van het tijdperk van Broekman en Van der Voort.

Hoewel de Olympische Winterspelen van 1956 nog wel een doel waren, koos Van der Voort meer en meer voor zijn maatschappelijke loopbaan. Hij kon een tuinderij overnemen, trouwde en gaf uiteraard prioriteit aan zijn gezin en bedrijf. Daarmee kwam een einde aan zowel zijn schaatscarrière als zijn wielercarrière.

Het wielrennen was voor Wim van der Voort altijd een goede zomertraining voor het schaatsen geweest. Het koersen met de beste amateurwielrenners van Nederland werd daarbij niet geschuwd. Hij koerste dfe hele zomer en was ook meermaals deelnemer aan het Nederlands kampioenschap op de weg.

Hij won menig criterium en ook de vermaarde Ronde van Capitol in Den Haag staat op zijn naam. In de even vermaarde Ronde van Feijenoord werd hij een keer tweede. Kortom, Wim van der Voort heeft zijn plaats in deze rubriek daarom meer dan verdiend.

IJs en wieler dienende, tot volgende week!

Met dank aan: Ton Wensveen, 'Wim van der Voort. De stalen man op noren', Historisch Jaarboek Westland 2015, incusief een wielerfoto uit de privécollectie van de familie Van der Voort
 



Door Ad van der Linden, 31 december 2016 14:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web