De Burgerlijke Stand van 2 april.

Paul DUBOC (1884, overleden 12.08.1941, Frankrijk)

Het verhaal van Paul Duboc is overbekend, want het behoort tot de legendes van de Tour de France. We schrijven 1911 en de renner uit Rouen had al twee keer eerder deelgenomen. In 1908 werd hij 11e en in 1909 4e. In dat laatste jaar won hij ook de Ronde van België dus het was een coureur om rekening mee te houden. Toch gold hij niet als een van de favorieten voor de eindzege. Dat waren François Faber, Octave Lapize en Gustave Garrigou. Het was de eerste keer dat de Tour zowel de Pyreneeën als de Alpen aandeed, dus het was de vraag hoe de renners daarop zouden reageren. Voor de drie favorieten viel het behoorlijk tegen, maar Duboc vloog op indrukwekkende wijze over de reuzen in de Pyreneeën en hij won zowel de etappe naar Perpignan als naar Luchon. In de volgende rit van Luchon naar Bayonne ging Duboc er andermaal vandoor en de volgers berekenden dat als hij ook deze rit zou winnen hem de Tourzege waarschijnlijk niet meer kon ontgaan. In de beklimming van de Aubisque nam hij enkele slokken uit een drinkkruik. Hoe hij daaraan kwam is niet duidelijk. Er zijn drie mogelijkheden en de eerste twee heb ik in diverse beschrijvingen gelezen. Hij kreeg de kruik aangereikt van een toeschouwer of hij had hem gekregen bij de bevoorrading. Er is ook een mogelijkheid dat hij die kruik zelf bij zich had toen hij van start ging, want niemand weet het. Wat we wel weten is dat hij die slokken nog maar net had genomen toen hij …

… kronkelend van de pijn van zijn fiets viel en spontaan begon te braken. Er is toen algemeen aangenomen dat hij was vergiftigd en iedereen heeft dat verhaal voor lief genomen en het staat als zodanig dan ook in diverse boeken. Maar er is natuurlijk nog een mogelijkheid. Misschien was Duboc wel een van de eerste dopingzondaars die met een bepaald medicament in zijn drinkkruik de dagen ervoor gevlogen had en zich zelf ook voor de derde dag had geprepareerd. Tot ver na de tweede wereldoorlog redeneerden de meeste renners als volgt: als ik één pil neem dan rij ik harder, als ik er twee neem dan kan niemand mijn wiel houden, dus als ik tien pillen neem dan vlieg ik. Of het woord amfetamine toen al bekend was, weet ik niet, maar er bestonden vast al wel opwekkende middelen. Misschien niet uit de chemische fabriek, maar van een of andere kruidendokter. Daarom zou het best kunnen dat Duboc ook zo redeneerde en een overdosis van het een of andere middel in zijn kruik heeft opgelost. Er is nooit onderzoek gedaan naar de oorzaak van zijn ‘vergiftiging’ en daarom zou hij best een voorganger kunnen zijn van Jean Mallejac en Gerrit Schulte, renners die jaren later hetzelfde is overkomen. Maar toen wisten we wel wat er aan de hand was. Maar zelfs als ik mijn theorie zou kunnen bewijzen dan nog zal de legende van Duboc, die door een tegenstander of een vijand werd vergiftigd, blijven bestaan en keer op keer worden opgeschreven. Veel schade heeft het hem overigens niet gedaan, want hij reed die Tour gewoon uit en hij werd tweede.

De andere op 2 april geborenen zijn:

CROSBIE, Nicolas (1980, Frankrijk)
D’AMORE, Crescenzo (1979, Italië)
GLOMSER, Gerrit (1975, Oostenrijk)
HAGMANN, Robert (1942, Zwitserland)
HEULE, Christian (1975, Zwitserland)
LEANIZBARRUTIA, Alberto (1963, Spanje)
RINCON QUINTANA, Oliviero (1968, Colombia)
VRIES, Jean de (1938, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 2 april 2007 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web