Uit de ordners van Jan …

Komende zaterdag is het precies zeventig jaar geleden dat in een etagewoning in de Van Loostraat 119 in Den Haag Hendrik Gerardus Joseph Zoetemelk werd geboren. Hij werd door zijn ouders Jopie genoemd.

Dat werd later Joop en tussen 1970 en 1987 was het Joop en verdere aanduiding was in de wielerwereld niet nodig. Daarbuiten had hij alleen concurrentie van Joop den Uyl. Die moest in die jaren wel eens zijn meerdere erkennen in Van Agt en Wiegel, terwijl Joop Zoetemelk uitgroeide tot de beste wielrenner in de Nederlandse wielergeschiedenis.

Hij was het oudste kind van Gé en Rie Zoetemelk die daarna nog vijf kinderen kregen, waarvan er één door een noodlottig ongeval in de huiselijke kring maar twee jaar mocht worden.

Toen Jopie drie jaar was verhuisde hij met zijn ouders naar Rijpwetering waar hij verder opgroeide in een langzaam groter wordend gezin. Een warm katholiek nest, waar ook plaats was voor opa Zoetemelk.

Joop had in zijn jeugd niet veel op met sport. Pas in de strenge winter van 1962/1963 toen hij als jonge bouwvakker uitgevroren was, begon hij te schaatsen op de dichtgevroren plassen in de omgeving.

Hij vond het leuk en ging wedstrijden rijden. Toen het ijs verdwenen was ging hij af en toe naar de Jaap Edenbaan in Amsterdam om er te trainen, maar dat vond hij niks tussen al die recreatieschaatsers.

Op zijn achttiende verjaardag in 1964 kreeg hij van zijn ouders een tweedehands racefiets cadeau. Om voor het schaatsen kilometers te maken. Hij kwam in contact met de wielervereniging Swift in Leiden en daar begon de wielercarrière van Joop Zoetemelk.

Als nieuweling won hij in augustus 1964 zijn eerste koers in het Gelderse Puiflijk. Er zouden nog ruim zeshonderd zeges volgen, waarbij de Tour de France, de Ronde van Spanje, een gouden Olympische medaille en natuurlijk het wereldkampioenschap op de weg in 1985.

Hij is vele malen onderscheiden. Zowel door de Nederlandse als de Franse overheid en verder door de leden van de KNWU die Joop in 2003 kozen tot de beste Nederlandse wielrenner aller tijden. Vorig jaar kreeg hij tijdens het sportgala in december van het NOC*NSF - mede door een actie van de slogblog - de hoogste sportonderscheiding: de Fanny Blankers-Koen Trofee.
 
Na een succesvolle carrière bij de amateurs debuteerde Joop in 1970 bij de profs en werd meteen tweede in de Tour de France achter een nog ongenaakbare Eddy Merckx. De Belg was in de eerste jaren van zijn profloopbaan nog een maatje te groot.

Pas in 1974 was hij in het voorjaar sterk genoeg om de Kannibaal in twee rittenkoersen te verslaan. Een confrontatie in de Tour de France ging dat jaar echter niet door, omdat Joop een vreselijk ongeval overkwam en hij jaren nodig had om daar geheel van te herstellen.

Toen hij weer geheel de oude was had Merckx de fiets al aan de wilgen gehangen. Of het zo moest zijn, stuitte hij toen op Bernard Hinault, de Fransman die hem twee maal van een Tourzege afhield.

Tot Joop in 1980 dan toch eindelijk de gele trui in Parijs bracht en na Jan Janssen de tweede Nederlander werd die de belangrijkste wedstrijd van het jaar op zijn naam schreef. Hij had toen al de Vuelta gewonnen en zette op 38-jarige leeftijd de kroon op zijn werk door in Italië wereldkampioen te worden.

Als beroepsrenner ging hij altijd zeer economisch met zijn krachten om. Hij was geen aanvallend ingestelde renner. Hij kon echter geweldig aanklampen en was vaak de enige die Merckx en Hinault in hun beste dagen partij kon geven.

Joop is nu bijna zeventig jaar en een van zijn grootste wensen is dat hij als tweevoudig winnaar van een grote ronde een Nederlandse opvolger krijgt. We hoeven volgens hem niet te wanhopen, want die dag is nabij.

“Namen durf ik niet te noemen, maar het zou zomaar kunnen dat er ineens een grote jongen opstaat. Zelf werd ik als Tourdebutant in 1970 meteen tweede. Dat had ook vrijwel niemand verwacht.”, zei hij in 2014 in een interview.

Voor de huidige generatie Nederlandse wielrenners heeft hij drie tips. “Blijf jezelf, pak voldoende rust en maak vrienden in het peloton. Goed slapen is essentieel om te herstellen. En zonder vrienden win je geen Tour.” En boterhammen met pindakaas eten, zou ik nog willen aanvullen.

Sinds hij die uitspraak heeft gedaan won Tom Dumoulin in 2015 bijna de Vuelta, kan over Steven Kruijswijk in de Giro van 2016 hetzelfde worden gezegd en was domme pech er oorzaak van dat Bauke Mollema in de Tour van dit jaar een podiumplaats miste.

Ja, die jarige Joop heeft er nog steeds kijk op.

Foto’s: © Cor Vos



Door Jan Houterman, 28 november 2016 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web