Het balhoofdplaatje van Otto …

Wielerliefhebbers die hun klassieken kennen zullen bij het zien van deze merknaam direct denken aan Leandro Faggin (foto 2), de renner uit Padua die in 1956 bij de spelen van Melbourne twee gouden medailles veroverde.

In de jaren zestig was drie keer wereldkampioen achtervolging. Het fietsenmerk Faggin heeft daar echter niets mee van doen, want de naamgever luisterde naar de voornaam Marcello en die kwam uit Udine.

Ik denk echter wel dat de successen van Leandro de verkoopcijfers van deze fietsenfabriek gunstig zullen hebben beïnvloed. Marcello Faggin was ook wielrenner, maar in een politiek zeer moeilijke periode.

De dictator Benito Mussolini hield wel van wielrennen, maar nog meer van wapengekletter en hij was graag bereid dat met veel machtsvertoon te onderstrepen. Alles wat jong en sterk was, werd opgeroepen voor militaire dienst.

Ook Marcello Faggin moest er aan geloven en toen alle ellende van de Tweede Wereldoorlog voorbij was, was hij al 33 jaar. Te oud om nog in een profcarrière te geloven en hij begon daarom een framebouwbedrijf in zijn geboortestad.

Een aantal jaren later verhuisde hij zijn snel groeiende nering naar Padua. Hij kon het toen al lang niet meer alleen en omdat hij geen zonen had, leerde hij zijn vijf dochters alles over de fietsenmakerij.

Naar verluidt konden ze zonder uitzondering als de beste vakmannen een frame snijden, vijlen en solderen. Marcello Faggin verkocht zijn fietsen onder eigen naam, maar maakte ze ook wel voor anderen.

Eén van zijn beroemdste klanten was Gino Bartali, die kort na zijn loopbaan zijn naam te gelde maakte door racefietsen op de markt te brengen van het merk Cicli Bartali.

Die werden echter gemaakt bij Faggin en dat was in vakkringen niet alleen bekend, maar ook een aanbeveling. In 1990 werd Faggin & Dochters overgenomen door de Duitse zakenman Hans-Joachim Bohnen.

Die introduceerde het merk met succes op de Duitse markt. De stalen, aluminium en carbon frames worden nog steeds in Padua gefabriceerd, beweert de Duitse eigenaar.

Van het feit dat de verdere assemblage plaatsvindt in het Duitse Grefrath, net over de grens bij Venlo, maakt hij echter geen geheim.

Waarom dan al die toestanden van duur transport en invoerbeslommeringen, denk ik dan en daarom geloof ik dat we hier te maken hebben met een goed en degelijk Duits product dat ter wille van de verkoop met een Italiaans sausje is overgoten.

En daar is niets mis mee, want op de racefietsenmarkt wemelt het van de nep-Italianen. Ook in Nederland.

Foto 2: archief dewielersite.net

Door Otto Beaujon, 18 november 2016 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web