Uit de ordners van Jan …

In november 1954, nu 62 jaar geleden werd er in het Roothaanhuis in Amsterdam een avond georganiseerd over de wielersport. Acht wijze mannen zaten op het podium achter een lange tafel om vragen uit de zaal te beantwoorden.

De meeste namen zeggen nu niets meer, behalve die van de toen nog actieve wielrenner Henk Faanhof en de latere televisiepresentator Barend Barendse.

Vier maanden eerder was in Amsterdam de Tour de France van start gegaan en dat was de eerste keer dat de Tour buiten Frankrijk begon. Faanhof had er aan meegedaan en zelfs een etappe gewonnen.

Er was een vraag over veiligheid. Een terechte vraag, want de broer van Fausto Coppi was in 1951 dodelijk verongelukt. De vragensteller was van mening dat Serse nog geleefd zou hebben als hij een valhelm had gedragen.

Op de wielerbanen was het al verplicht om met een helm te rijden. Dus waarom ook niet op de weg, was de vraag. Vanachter de tafel werd geantwoord dat dat eigenlijk zou moeten, nog onwetend van het feit dat het nog een halve eeuw zou duren voor de UCI het dragen van een helm ook op de weg verplicht zou stellen.

Uiteraard was er ook een vraag over het gebruik doping. Namelijk welke middelen door het forum werden aangeraden, als zijnde veilig voor de gezondheid. Unaniem werd vanachter de tafel het advies gegeven alleen maar naar het gezond verstand te luisteren en niet te gebruiken.

Dat het meer dan zestig jaar zou duren voor we (voorzichtig) over een enigszins schone wielersport durven spreken, had niemand achter die tafel en in de zaal kunnen voorzien.

Het is met de ogen van vandaag onwerkelijk om te lezen dat er iemand was die vroeg of gymnastiek en hardlopen in de wintermaanden voor wielrenners was aan te bevelen. Gelukkig waren de wijze mannen allemaal van mening dat het een must was om na het seizoen zo veel mogelijk in conditie te blijven.

Een vraag over de baanprogramma’s in het Olympisch Stadion werd door de toenmalige directeur van het stadion beantwoord. De vraagsteller vond dat er te weinig variatie was in het aanbod, terwijl er veel meer baandisciplines zijn.

De heer Bessems antwoordde dat het een kwestie van vraag en aanbod was. Het publiek kwam voornamelijk voor de sprinters, de4 achtervolgers en de stayers en was volgens hem niet geïnteresseerd in tandemwedstrijden en andere disciplines. Het publiek bepaalt en mocht de smaak veranderen dan zou hij daar zeker aan tegemoet komen.

In een zaal vol met wielrenners kwamen ook enkele technische aspecten aan bod. Zoals het rijden met korte of met lange cranks. Wat is het beste?

Het was Henk Faanhof die het verbluffend eenvoudige en dus juiste antwoord gaf. Een kleine renner rijdt het best met korte cranks, terwijl een lange renner, zoals hijzelf, beter met lange kan rijden. Kortom, Henk did it his way.

Eén forumlid zat achter de tafel ijverig te schrijven, zijn ballpoint danste over het papier. Dat was Frans Oudejans (foto 3), journalist en medewerker van het blad Wielersport. Uit zijn verslag heb ik het bovenstaande geciteerd.

Foto 2: archief familie Faanhof
Foto 3: © T&T Tekst & Traffic

Door Jan Houterman, 7 november 2016 11:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web