Het balhoofdplaatje van Otto …

Het fameuze uurrecord van Graeme Obree, negen jaar na Moser, was al die jaren een obsessie voor en het ultieme doel van een jonge Schotse wielrenner, die alleen in de eigen regio enige faam genoot als tijdrijder.

Om de stroomlijn te verbeteren bouwde hij een fiets zonder liggende achtervork, waardoor het bracket een stuk smaller kon. Hij gebruikte er een lager van een wasmachine voor.

Mike Sinyard van Specialized vond het wel een leuk idee een set driespaaks wielen ter beschikking te stellen. Geld voor een windtunnel was er niet, maar dat was geen beletsel om stug door te zetten.

De meeste winst boekte Obree door met zijn armen opgevouwen tegen zijn borst en de kin op het stuur te rijden. Een intensieve yoga-training maakte het hem mogelijk de spierpijn in zijn armen een uur lang te verdragen.

De meest originele en innovatieve renner van dat moment had laten zien wat er allemaal technisch èn fysiek mogelijk was om sneller te fietsen. In 1993 leverde hij het resultaat: een afgelegde afstand van 51 kilometer en 596 meter in één uur! Een nieuw werelduurrecord!

Weliswaar tilde Chris Boardman een week later (tijdens de rustdag van de Tour de France) het record naar 52 kilometer en 270 meter, maar de naam van Obree was gevestigd en ging de hele wereld over. De man die van een oude wasmachine een recordfiets maakte.

Hij werd in datzelfde jaar wereldkampioen achtervolging en verbeterde een jaar later andermaal het uurrecord met een afstand van 52 kilometer en 713 meter. Toen hij later dat jaar aan het WK achtervolging deelnam, keurde de technische commissie van de UCI Old Faithful, zoals hij zijn fiets had genoemd, af. Een regelrechte schande.

Een maand later raakte hij het uurrecord kwijt aan Miguel Indurain, de meervoudige Spaanse Tourwinnaar die in een uur 53 kilometer en veertig meter had afgelegd. 

De fiets van Obree mocht dan wel door de UCI onreglementair zijn gevonden, zijn zitpositie had de wielertechneuten wel aan het denken gezet. Bij de tweede recordverbetering zat hij met bijna gestrekte armen heel ver naar voren. Dat was voor de UCI aanleiding regels te stellen om dat onmogelijk te maken.

De loodlijn vanaf de zadelpunt moest achter de hartlijn van het bracket vallen. Voor de triatlon golden die UCI-regels niet, en zodoende ontstonden er ware gedrochten met een extreem steile zithoek en stuurhoek (foto 2).

Het waren bijna omgekeerde ligfietsen die voorovervehikels waarmee triatleten hun 180 kilometer tijdrit konden rijden. Het was geen gezicht, maar het ging wel ontiegelijk hard.

Eén en ander was al op de najaarsbeurzen van 1993 te bekijken. Ze waren zichtbaar in zeer korte tijd in elkaar geknutseld. Dat deze fietsen geen lang leven beschoren zouden zijn was voor iedereen duidelijk.

Foto’s: archief Otto Beaujon



Door Otto Beaujon, 4 november 2016 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web