Het balhoofdplaatje van Otto …

Al in 1969 had industrieel ontwerper Frans de la Haye (bekend van de Auping matrassen en de Shell benzinestations) het idee gelanceerd om een fiets te bouwen met een kruisframe, een frame dat in het kruis kan scharnieren. Daarbij moesten de uiteinden van de framebuizen met staalkabels tot een strak frame gespannen worden.

Fietsenfabriek Union bouwde in 1972 een prototype (foto 1), maar het bleek praktisch gesproken onmogelijk om met het materiaal van toen - buizen, staalkabel, bevestigingsmateriaal en spanners - iets te maken dat voldoende stijfheid had om er bijvoorbeeld een berg mee af te dalen.

Als niet geschikt voor de wielersport werd het ontwerp bijgezet in het mausoleum der interessante uitvindingen, maar in 1992 beleefde de spanfiets een kortstondige revival. De sociale werkplaats van de gemeente Den Haag wilde het ontwerp van De la Haye (what’s in a name) tot een paradepaardje maken.

Net als de Dursley-Pedersen fiets (foto 2) waren voor de rijwielindustrie de productiekosten te hoog, vanwege het vele handmatige werk. Dat nadeel gold niet voor de sociale werkplaats waar handwerk juist een pre is.

De ambitie was groot, want ze wilden er mee aantonen dat ze in een sociale werkplaats in staat waren technische hoogstandjes te verwezenlijken. Op voorwaarde dat de gehandicapte arbeiders er in alle rust en zonder grote commerciële druk aan konden werken.

Om het nog leuker te maken, werden die Haagse spanfietsen van de mooiste materialen gemaakt. Titanium buizen en Campagnolo-groepen. De gemeente Den Haag had de gedachte dat alle Haagse gemeente-ambtenaren er op moesten gaan fietsen in het woon- en werkverkeer. Het was de tijd van de fiscale fietsenplannen. Iedere werknemer mocht eens in de vijf jaar met belastingvoordeel een woon-werkfiets kopen.

Het moest een hype worden en de gemeente Den Haag rekende zich al rijk. De spanfietsen zouden niet aan te slepen zijn en het plan zou over het hele land uitgerold moeten worden en Europa, Amerika en Japan veroveren.

De eerste drie prototypes (Record, Chorus en Athena) werden ten doop gehouden op een bijeenkomst in het Haagse gemeentemuseum en toute La Haye verscheen voor de introductie op de rode loper.

Er werden drie coryfeeën uit de wielersport uitgenodigd om zoveel mogelijk aandacht te trekken. Gerrie Knetemann, René Pijnen en Gerard Koel strak in het pak en met stropdas waren aanwezig, maar zonder het voornemen de Haagse spanfiets de hemel in te prijzen.

Integendeel ze deden hun colbertje uit en deden verwoede pogingen de onvoldoende stijfheid van de fiets aan te tonen. Dat lukte prima en de heren maakten er een lolletje van. Ze noemden het in de evaluatie een geinig ding, maar geen serieuze fiets.

Van het project is later niet veel meer vernomen.

Foto’s: archief Otto Beaujon

Door Otto Beaujon, 28 oktober 2016 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web