Uittreksel uit de Burgerlijke Stand van 31 oktober …

Tijdens Het interbellum (de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog), was België het sterkste wielerland van Europa. Je kunt ook van de wereld zeggen, want het wielrennen op de weg was vooral een Europese aangelegenheid.

Negen keer won een Belg in die 21 jaar bijvoorbeeld de Tour de France en zes keer was een zuiderbuur de beste van de wereld in het WK. Waarbij dient opgemerkt dat het eerste wereldkampioenschap voor profs pas in 1927 werd gehouden en in 1939 vanwege de inval van Duitsland in Polen geen doorgang vond.

Een van de beste Belgen in de jaren dertig heette Vervaecke. Daar moet je wel de voornaam bij noemen, want er waren er drie. Alidor (1895), Julien (1899) en Félicien die op 11 maart 1907 als de jongste in Dadizele werd geboren.

Net als zijn streekgenoot Briek Schotte was Félicien een vloek op de fiets. Dat zag er niet uit, maar hij kwam wel goed vooruit vooral als het bergop ging. Schurend met zijn ellebogen op het wegdek sprokkelde hij in de Tour de punten voor het bergklassement bij elkaar.

Hij werd dan ook twee maal tot bergkoning gekroond en wel in 1935 en 1937. Die Tour van 1935 had hij eigenlijk moeten winnen, want hij was veruit de sterkste. Zijn pech was dat zijn ploeggenoot Romain Maes al in de eerste etappe de gele trui greep en hij direct gevangen zat in het ploegbelang.

Hij toonde zich een gentleman, hielp Maes, die het geel gedurende die hele Tour niet meer afstond, waar hij kon, cijferde zichzelf volledig weg en nam genoegen met de bergprijs en de derde plaats in de eindstand. Maar het knaagde wel.

Eenmaal weer thuis zei hij tegen een journalist dat als hij Maes niet had geholpen en zich niets van het ploegbelang had aangetrokken hij de Tour met zeker een uur voorsprong had gewonnen. Zo had hij zijn temperament moeten beteugelen.

In 1938 werd hij tweede, maar toen terecht. De jonge Gino Bartali stak met kop en schouders boven iedereen uit. (Op foto 2 is de top drie van die ronde te zien, met Vervaecke in het midden en Bartali rechts. Links zit de Fransman Victor (Titi) Cosson die derde werd).

Een jaar later was Bartali er niet bij. Vastbesloten in de Pyreneeën zijn slag te slaan en eindelijk de Tour te winnen, stond Vervaecke aan de start. Maar het mocht weer niet zo zijn, want andermaal gooiden ploegbelangen roet in het eten. Voor hij zijn plannen ten uitvoer kon brengen ging zijn ploeggenoot Ward Vissers aan de haal en pakte een behoorlijke voorsprong. Toen de verraste Vervaecke er achteraan wilde, werd hem dat door zijn ploegleider verboden.

Toen was de maat vol en de immer volgzame Félicien Vervaecke stapte woedend af. Hij zou geen gelegenheid meer krijgen revanche te nemen, want twee maanden later brak de Tweede Wereldoorlog uit en in mei 1940 was ook België bezet.

De meeste Belgische renners hebben tijdens de bezetting gewoon gefietst waar dat nog mogelijk was. Zo niet Félicien. In mei 1940 was zijn broer Julien (onder andere winnaar van Parijs-Roubaix) namelijk gefusilleerd. Het was voor hem reden om gedurende die bezettingsjaren geen fiets meer aan te raken.

Toen België in 1944 werd bevrijd en het wielerleven al snel weer op gang kwam, vond hij zich op 37-jarige leeftijd te oud om weer bij het profpeloton aan te sluiten. In plaats daarvan vroeg hij een veteranenvergunning aan, omdat hij nog te graag koerste.

Maar na enkele maanden alles gewonnen te hebben waar hij van start ging, ontnam de wielerbond hem zijn licentie met als reden dat hij voor die categorie veel te sterk was. Toen ging hij maar weer bij de profs rijden.

Een jaar later stopte hij definitief omdat het fietsen niet meer te combineren was met het uitbaten van zijn fietsenwinkel in Brussel.

Félicien Vervaecke overleed vandaag precies dertig jaar geleden op 79-jarige leeftijd. Zijn begrafenis werd onder andere bijgewoond door Eddy Merckx, die als jong rennertje menigmaal bij Vervaecke aanklopte voor advies.

Foto’s: archief dewielerzit.net

Door Fred van Slogteren, 31 oktober 2016 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web