Uittreksel uit de Burgerlijke Stand van 30 oktober …

Omdat de organiserende krant van de Tour de France in de Tweede Wereldoorlog nogal fout was geweest, werd L’Auto direct na de bevrijding van Frankrijk een verschijningsverbod opgelegd dat de krant niet heeft overleefd.

Het was de Franse regering die er op aandrong dat de Tour de France zo snel mogelijk weer doorgang zou vinden, maar wilde voor het oog der natie niet in zee met de mensen die tot en met 1939 bij L’Auto het evenement organiseerden.

Tom Poes bedacht een list en met de medewerking van mediatycoon Amaury en zijn krant Le Parisien Libéré werd in 1946 La Course du Tour de France georganiseerd door de nieuw opgerichte sportkrant L’Équipe.

Wat het grote publiek niet wist was dat deze krant werd geleid door de mensen van L’Auto die daar verantwoordelijk waren voor de organisatie van de Tour. Onder leiding van Jacques Goddet.

Om de schijn van onpartijdigheid op te houden werd een wedstrijd uitgeschreven wie het beste kon organiseren. Een combinatie van kranten, onder leiding van Le Soir nam het op tegen L’Équipe en Le Parisien Libéré.

Le Soir c.s. organiseerden La Ronde de France, een rittenkoers met vijf ritten tussen Bordeaux en Grenoble. L’Équipe kwam met La Course du Tour de France, een even lange rittenkoers van Monaco naar Parijs.

Waar de organisatie van Le Soir aan alle kanten rammelde door gebrek aan ervaring, daar leverden de mensen van Goddet een vlekkeloze koers af met een mooie winnaar: de toen 25-jarige Jean-Apôtre Lazarides.

Een kind van Griekse ouders die in de jaren twintig als emigranten in de zonnige Provence neerstreken en twee wielrennende zonen op de wereld zetten: Lucien en Apô, zoals ze Jean-Apôtre in de dagelijkse omgang noemden.

Apô was de beste van de twee, want hij was een superieure klimmer. Een klein, pezig, tanig mannetje dat de cols gelijk een ballerina kon opdansen zonder dat het hem zichtbaar veel inspanning kostte.

Echt goed heb ik dat niet gezien, maar ik herinner me zijn beeld uit de Polygoon-journaalbeelden uit het begin van de jaren vijftig. Hij was een pupil van le Roi René, de bijnaam van René Vietto een superklimmer van net voor de Tweede Wereldoorlog.

Omdat Apô naast zijn klimmercapaciteiten als wielrenner geen uitgesproken talenten had, is zijn palmares bescheiden. In de Tour de France eindigde hij twee keer bij de eerste tien. In 1949 als negende en in 1947 als tiende.

In de door hem gewonnen kleine Tour van 1946 won hij ook de vijfde etappe. Hij behaalde ook enkele mooie tweede plaatsen, zoals in 1948 in het Criterium der Azen en in datzelfde jaar in het WK op de weg. Dat was in Valkenburg en de wereldkampioen was dat jaar Briek Schotte. Apô werd ook nog een keer tweede in de Dauphiné van 1950.

Opgeleid voor pâtissier, oftewel banketbakker, belegde Apô na zijn wielercarrière zijn verdiende centjes in enkele horecazaken. Hij overleed vandaag precies achttien jaar geleden in Nice.

Foto’s: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 30 oktober 2016 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web