Uittreksel uit de Burgerlijke Stand van 24 oktober …

Deze flamboyante renner was een in Haarlem geboren pistier die zo lang in Amsterdam heeft gewoond dat hij vrijwel een Mokummer werd.

Hij was oorspronkelijk een talentvolle sprinter en bij de amateurs was hij op dat nummer een hele piet. In 1941 werd hij tweede in het Nederlands kampioenschap om een jaar later kampioen van Nederland te worden.

In de oorlogsjaren werd hij nog een keer kampioen en twee keer tweede. Maar dat was allemaal in Nederland en pas in 1946 kon hij zich als nationaal kampioen meten met de rest van de wereld.

Dat viel niet tegen, want hij werd in Zürich bij het WK derde achter de Zwitser Oskar Plattner en de Deen Axel Schandorff. In 1947 werd hij in Parijs zelfs tweede, waar hij alleen het Britse sprintwonder Reginald Harris moest voor laten gaan.

Bij de beroepsrenners kwam hij er helemaal niet aan te pas. In de eerste plaats kreeg hij in eigen land te maken met de meervoudige wereldkampioenen Arie van Vliet en Jan Derksen en die waren allebei net een maatje te groot voor hem.

Hij werd achter die twee drie keer derde in het Nederlands kampioenschap, maar internationaal kon hij geen potten breken. Hij ging zich op andere baanonderdelen toeleggen en op het nummer vijftig kilometer zonder gangmaking stond hij diverse malen op het podium, maar nooit op de hoogste trede.

Ook in het stayeren wist hij de hegemonie van specifieke rolrijders als Jan Pronk, Kees Bakker en Cor de Best niet te breken. Hij leek mij meer een renner voor de zesdaagsen, maar daar heeft hij nooit een serieuze kans gekregen. Zijn makke is waarschijnlijk geweest dat hij te allround was en er overal net tegen aan zat.

Hij bleef als renner actief tot 1961 om aan het eind van de jaren zeventig in de wielrennerij terug te keren als bondscoach van de KNWU voor de dames. Met succes, want met een generatie aangevoerd door Keetie Hage behaalde hij vele successen.

Hij had toen al een goedlopende sigarenwinkel op het Olympiaplein in Amsterdam. Daar had ik in 1998 eens een gesprek met hem in het keukentje achter de zaak, terwijl permanent de winkelbel klonk.

Hij had in zijn vrouw Henny echter een krachtige koppelgenoot die hem probleemloos afloste. Cor was een gezellige man met prachtige verhalen en het gesprek in dat keukentje liep behoorlijk uit.

Vandaag precies achttien jaar geleden overleed Cor Bijster onverwacht aan een herseninfarct. Hij werd 75 jaar.

Foto 1: archief dewielersite.net
Foto 2: © T&T Tekst & Traffic

Door Fred van Slogteren, 24 oktober 2016 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web