Uit de stalling van Peter R. de Fiets …

In 1989 viel de muur in Berlijn en kort daarna spatte het immense Sovjetrijk uiteen in een groot aantal landen, waar een normaal mens, die na de Tweede Wereldoorlog op school heeft gezeten, nog nooit van had gehoord.

In de Sovjet Unie werd de wielersport bedreven door zogenaamde staatsamateurs waar je alleen maar van hoorde bij de WK’s en de Olympische Spelen. En natuurlijk bij de Vredeskoers, de Tour de France van het Oostblok, alleen toegankelijk voor (staats)amateurs.

Na de val van de muur konden die voormalige amateurs uit het Sowjetrijk en de Oostbloklanden ook prof worden. De beste renners vonden dan ook gretig onderdak bij grote ploegen.

De iets mindere goden kwamen naar het westen met een eigen ploeg, Alfa Lum genaamd. Een formatie vol met onbekende en moeilijk uit te spreken en te onthouden namen. Dat zou niet lang zo blijven, want de heren konden er wat van.

Pjotr Ugrumov, Andrej Tchmil, Dimitri Konychev en Djamolidine Abdoeshaparov waren de namen. Winnaars waren het en vooral Abdoeshaparov reeg als supersprinter de zeges als kralen aaneen.

In massasprints ontwikkelde hij zo’n hoge snelheid dat wanneer hij in beeld van de vaste camera’s kwam en de commentator aan het uitspreken van zijn naam begon, meneer al lang en breed de eindstreep was gepasseerd.

Vandaar dat men hem Abdoe noemde, voormalig militair en afkomstig uit de hoofdstad Tasjkent van dat voor ons nieuwe land Oezbekistan. Abdoe deed letterlijk en figuurlijk veel stof opwaaien in het peloton.

Men zag hem de hele wedstrijd niet, maar in de laatste honderden meters ontplofte hij als het ware om als een kamikazepiloot zigzaggend van links naar rechts de sprint te winnen. Alles bewoog aan hem, zijn fiets bezweek zowat onder het geweld. Alles wat op zijn weg kwam kreeg een kwak en niet zelden veroorzaakte hij een valpartij. Soms lag hij er zelf bij, maar vaak ook niet.

De ene keer werd hij gediskwalificeerd en de andere keer kreeg hij gewoon de bloemen uitgereikt. Hij kreeg een reputatie als een niets ontziende Tartaar. In de acht jaar als prof veranderde hij elk jaar van ploeg voor een steeds hoger salaris.

In 1995 tekende hij voor de Nederlandse formatie Novell van ploegleider Jan Raas. De Zeeuw had Abdoe aan het werk gezien in de Ronde van Nederland van 1994. Daarin had hij twee etappes gewonnen en hij was tweede in het eindklassement geworden.

Raas bood hem een miljoenencontract en Abdoe tekende. “Met hem heb ik een winnaar in huis, een echte afmaker”, zei Raas tegen de Volkskrant. Het viel tegen.

Slechts drie overwinningen behaalde Abdoe in 1995, inclusief een Touretappe. En toen stapte hij weer op naar een volgende werkgever om zijn bankrekening nog verder te spekken. In totaal duurde het sprookje van Abdoe niet duizend-en-één nacht, maar was het 101 overwinningen lang.

Hij was een kleurrijk figuur en dit is zijn Colnago uit 1995. Gespoten in de Novell kleuren en op de bovenbuis gesigneerd door Ernesto Colnago himself. Hij is niet verstevigd tegen kaderbreuk, dus waarschijnlijk heeft Abdoe er in dat ene jaar meerdere versleten.

Foto’s: © T&T Tekst & Traffic

Door Peter Ravensbergen, 18 oktober 2016 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web