De Burgerlijke Stand van 23 maart.

Eric DE VLAEMINCK (1945, België)

Het gezin De Vlaeminck uit Eeklo had drie kinderen. Toen Eric geboren werd was vader De Vlaeminck wielrenner. Geen topper, maar wel een fanatieke. Hij hield van de stiel, maar hield er te weinig geld aan over om zijn gezin te onderhouden. Vanaf die dag was Eric De Vlaeminck voorbestemd om wielrenner te worden. Zijn hele jeugd stond in het teken ervan en hij kreeg al zijn eerste aanwijzingen toen hij nog niet eens kon fietsen. Eric had in die tijd meer met gymnastiek op school. Dat vond hij mooi en zijn vader vond het goed dat hij in afwachting van de minimumleeftijd voor het koersen lid werd van een turnvereniging. De kleine Eric had talent, maar hij moest van de turnclub af toen hij de leeftijd had om coureur te worden. Het werd niks. Het startschot was nog niet gelost of hij moest lossen en op de weg terug moest hij de verwensingen van zijn vader over zich heen laten gaan. Op een dag zei zijn vader tegen hem: ‘Als je vandaag weer gelost wordt, dan zie je maar hoe je thuiskomt, maar ik neem je niet meer mee’. Dat was schrikken en voor het eerst reed Eric de koers uit. Het was de ommekeer, want het gaf hem zelfvertrouwen. Maar hij wist ook dat hij nooit een groot renner zou worden, want hij kon niet tijdrijden, klimmen was een beproeving en in de aankomst behoorde hij niet tot de rapsten. Zijn vader had zich inmiddels tot het jongere broertje Roger bekeerd, die wel over supertalenten beschikte en tegen Eric zei hij: ‘waarom gaat ge niet crossen, misschien hebt ge daarvoor wel talent?’ Het werd een openbaring want in no-time werd Eric De Vlaeminck een van de beste veldrijders uit de historie. Zijn wapen was zijn turnverleden. Hij was zo soepel en lenig dat hij met de fiets alles kon. Hij was de eerste die over balkjes heen sprong en als er in het parcours een greppel of een sloot zat, dan stond het publiek daar rijendik. Daar kwam Eric en waar alle andere renners van de fiets moesten daar zeilde hij zo over de sloot heen. Hij werd zeven keer wereldkampioen en dat is nog steeds een record. Hij werd ook nog een redelijke wegrenner, want van het crossen alleen kon een renner in die tijd niet bestaan. Hij won de Ronde van België, Parijs-Luxemburg en een rit in de Tour. Maar Eric was een van de vele renners in die tijd die verslaafd raakte aan amfetaminen en zijn carrière ging als een nachtkaars uit. Hij overwon de verslaving, werkte jarenlang anoniem als betonvlechter, verwerkte het verlies van zijn zoon Geert en keerde uiteindelijk in het wielermilieu terug als bondscoach van de Belgische veldrijders. Als zodanig legde hij de basis voor de grote successen van de laatste jaren. (Foto: © T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Erwin VERVECKEN (1972, België)

Als ik het veldrijden ten tijde van Eric De Vlaeminck vergelijk met de huidige tijd is er een wereld van verschil. De sport is enorm geëvolueerd, terwijl het ook professioneel en financieel een volwaardige discipline is geworden met louter specialisten aan de top. De Vlaeminck moest het hele jaar aan de bak om een redelijk inkomen te verwerven en Erwin Vervecken kan zich beperken tot het veldritseizoen. Dat begint overigens al in mei als de cyclocrossers aan hun voorbereiding beginnen. Vervecken is voor honderd procent veldrijder en een van de beste van de wereld. In februari werd hij voor de derde keer wereldkampioen bij de profs en dat is opmerkelijk omdat zijn landgenoot Sven Nys de laatste jaren vrijwel onklopbaar is. Maar Vervecken weet op het juiste moment te pieken en dat is ook belangrijk. Hij was in 2001 voor de eerste keer wereldkampioen, maar dat was nog niet voldoende om hem mentaal te veranderen. Hij was een wat timide persoonlijkheid en dus kwetsbaar. Door zijn tweede wereldtitel in 2006 is hij veranderd. Zijn persoonlijkheid is uitgebot, hij blaakt van het zelfvertrouwen en hij weet was hij kan. Hij stelt dat Nys weliswaar de beste is van dit moment, maar dat hij mentaal de betere is. Zijn derde wereldtitel toont dat ook aan. Zowel Bart Wellens, Sven Nys als Erwin Vervecken werden het slachtoffer van tegenslag, maar Vervecken kwam er het beste uit. Hij ging onverdroten door, terwijl de andere twee zich ernstig van de wijs lieten brengen door een foute manoeuvre van een motard. Ze kwamen ten val en Vervecken kwam alleen op kop. Maar Vervecken viel eveneens spectaculair en later nog eens. Maar hij ging gewoon door en werd wereldkampioen, terwijl Nys zich afvroeg waarom de pechduivel nou juist hem moest hebben en Wellens zelfs naar de rechter stapt om van de VRT schadevergoeding te eisen. Daarom is Erwin Vervecken voor mij de terechte winnaar, hoewel ik het Nys na een superseizoen ook wel gegund had. Maar dan moet hij niet zo slachtofferig doen. (Foto: © Cor Vos)

De andere op 23 maart geborenen zijn:

AMBERG, Leo (1912, overleden 18.09.1999, Zwitserland)
BARRAL, Luigi (1907, overleden 07.11.1962, Italië)
CASAGRANDE, Stefano (1973, Italië)
DE WILDE, Etienne (1958, België)
ERNZER, Marcel (1926, overleden 01.04.2003, Luxemburg)
GRILLO, Paride (1982, Italië)
HILVERT, Jonathan (1985, Frankrijk)
HOY, Chris (1976, Groot Brittannië)
SMEETS, Hein (1932, overleden 1988, Nederland)
VAN DIJCK, Edward (1918, overleden 22.04.1977, België)
VERMOOTE, Geert (1971, België)

Door Fred van Slogteren, 22 maart 2007 23:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web