Het was me het weekje wel …

Het seizoen loopt op zijn einde. Er wordt hier en daar nog wel gekoerst maar alom heerst de gedachte dat het mooi is geweest. De helden zijn vermoeid, verlangen naar rust en een ontspannende vakantie ergens ver weg in een mooi warm klimaat.

Maar de selecte gezelschappen van de grote wielerlanden mogen nog niet aan die gedachten toegeven. Er wacht nog een klus, die vandaag begint. De wereldkampioenschappen op de weg.

In navolging van de wereldvoetbalbond FIFA heeft de UCI besloten dat het WK dit jaar in Qatar moet worden gehouden. Het emiraat aan de Perzische Golf heeft bij mijn weten nooit een wielrenner voorgebracht die een internationale prestatie heeft geleverd en het is de vraag of er überhaupt wel gefietst wordt.

Het is er namelijk bloed- en bloedheet. Ook nog medio oktober kunnen er temperaturen voorkomen van rond de vijftig graden Celsius. Het moeten binnen de UCI dan ook enkele dolgedraaide idioten zijn geweest die deze beslissing hebben genomen.

Renners daar een koers laten rijden van 250 kilometer is gekkenwerk. De reden waarom dit is bedacht heeft ongetwijfeld met geld te maken. Heel veel geld.

De schatrijke oliesheiks hebben vanuit hun gouden paleizen bedacht dat de naam van hun zandbak weer eens de hele wereld over moet. De bobo’s van de UCI wilden maar al te graag aan meewerken. Zij zullen geen last van de hitte hebben in de klimaatgeregelde hotels met van alle gemakken voorziene kamers. Aan de renners is echter niets gevraagd.

Dat het parcours zo vlak is als een biljartlaken, is niet erg. Ik vind dat om de zoveel jaar ook de sprinters kans moeten maken op de wereldtitel. Snelle mannen als Darrigade, Cipollini, Cavendish waren in het verleden terechte wereldkampioenen.

Dat gaat nu waarschijnlijk weer gebeuren, want op dat parcours rijdt niemand de snelle mannen eraf. Zeker als de lengte vanwege de hitte wordt ingekort en het een soort criterium wordt. Onze Dylan Groenewegen zou zomaar wereldkampioen kunnen worden.

Ik snap eigenlijk niet dat de renners en de ploegen het pikken. Vooral de topformaties die jaarlijks immense bedragen aan de UCI moeten afdragen om aan de WorldTour wedstrijden te mogen meedoen.

Maar ja, het is altijd zo geweest. Renners laten zich zonder protest alles welgevallen. Op een enkele keer na. Daarvoor moeten we terug naar de dagen van Bernard Hinault, die in 1978 in de Tour de France een rennersstaking (foto 2) organiseerde onder het motto: Ça suffit, ofwel genoeg is genoeg.

Foto’s © Cor Vos

Door Fred van Slogteren, 9 oktober 2016 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web