De Burgerlijke Stand van 21 maart.

Hugo KOBLET (1925, overleden 06.11.1964, Zwitserland)

Zúrich is de geboortestad van Hugo Koblet, een van de grootste legenden uit de wielersport. In diezelfde stad staat ook de Oerlikon wielerbaan en ten tijde van Koblets jeugd was er de fietsenwinkel van Leo Amberg, een van de beste Zwitserse wielrenners van voor de tweede wereldoorlog. Op 15-jarige leeftijd kreeg Hugo een baantje bij Amberg in de werkplaats. Hij werd rijwielhersteller en geïnspireerd door de heldendaden van zijn baas ging hij op de Oerlikonbaan eens proberen of hij er ook wat van kon. Hij werd gelijk geïnfecteerd met de wielerbacil en hij trainde elke ochtend voor het werk dat de stukken eraf vlogen. Drie jaar later was hij Zwitsers kampioen achtervolging en had hij de Omloop van de Vier Kantons op zijn naam staan. A star was born. Hij manifesteerde zich vooralsnog vooral als een achtervolger en na de oorlog en vanaf 1947 was hij in die discipline acht jaar op rij profkampioen van zijn land. Op de weg duurde zijn doorbraak tot 1950 het jaar waarin hij zowel de Ronde van Zwitserland als die van Italië won. Hij was in één klap een vedette, die in eigen land had af te rekenen met Ferdinand Kübler en in het buitenland met coryfeeën als Coppi, Bartali, Magni, Bobet, Geminiani, Robic, Van Steenbergen, Ockers en Schotte. In 1951 won hij de Tour de France op een manier die legendarisch is geworden. Hij won vijf ritten en zijn zege in de etappe van Brive naar Agen was een demonstratie van macht als zelden vertoond. In zijn eentje realiseerde hij een voorsprong van vier minuten en hield die 150 kilometer lang vast op een fel jagend peloton met alle groten van zijn tijd, die ook in de Alpen en de Pyreneeën door hem werden vernederd. Maar zijn rijk duurde maar kort. Koblet was gek op vrouwen en zij op hem. De pédaleur de charme lustte er wel pap van en maakte gretig gebruik van al het aanbod. Hij liep een geslachtsziekte op en dat velde hem. Niet als mens, maar als groot wielrenner. Na genezing was de atletische macht verdwenen. Hij reed nog jaren door, won nog heel veel, maar niet meer op die indrukwekkende manier van daarvoor. Na zijn carrière ging het snel bergafwaarts met de voormalige godenzoon. Zijn huwelijk liep stuk, zijn zakelijke avonturen mislukten en op 2 november 1964 reed hij zich in zijn Alfa Romeo sportauto te pletter tegen een boom. Ook dat mislukte, want hij leefde nog vier dagen. Het leven van Koblet is merkwaardigerwijs nooit verfilmd, want het heeft alle ingrediënten van een groots en meeslepend drama.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Jesper SKIBBY (1964, Denemarken)

Jesper Skibby, de Deen die beter Nederlands spreekt dan veel van zijn Nederlandse en Vlaamse collega’s, was een populair renner bij de pers. Altijd had hij een mooi verhaal paraat en wist hij de publiciteit te halen. Meestal niet gebaseerd op zijn resultaten als renner, want hij was een modale prof die bijna zijn gehele beroepscarrière in Nederlandse dienst reed. Hij won een keer de Ronde van Nederland en dat is het hoogtepunt op zijn palmares. In 1987 haalde hij de hele wereldpers door in de Ronde van Vlaanderen in de beklimming van de Koppenberg ten val te komen. De achter hem rijdende volgwagen kon hem wel, maar zijn fiets niet ontwijken en die werd verpletterd. Skibby had hetzelfde lot ondergaan als hij niet als een speer in de berm was gedoken. Hoewel dat beeld nog altijd op mijn netvlies staat, was ik Skibby al een beetje vergeten, toen hij vorig jaar weer volop in de publiciteit kwam met zijn autobiografie ‘Let me explain’. Daarin beweert hij niet langer met de leugen te willen leven. Vijf jaar na het beëindigen van zijn wielerloopbaan was het hem opeens te machtig geworden. Hij had doping gebruikt. En niet incidenteel een pilletje, maar de hele apotheek van Willy Voet had hij tot zich genomen. Epo, cortisonen, groeihormomen, you name it, he took it. Ik neem aan dat er een uitgever was voor wie de glans van de naam Skibby nog zo blonk dat die er brood in zag, anders was dat boek er nooit gekomen. Maar om het geld van de uitgave er uit te halen moest er wel de nodige sensatie in. Als Skibby op dat moment had geweigerd, was-ie een kerel geweest, maar hij speelde het spel mee. Van mij mag het allemaal, maar zou hij nu wel kunnen leven met de gedachte dat hij de sport – waaraan hij zo veel te danken heeft – nog een trap heeft nagegeven op een moment dat die sport al zoveel ellende over zich heen had gehad en nog zou krijgen. Als hij zich nog eens onder de oud-profwielrenners durft te vertonen, dan heeft hij ‘a lot of explaining to do’. Als de heren überhaupt nog met hem willen praten. (Foto: © Cor Vos)

De andere op 21 maart geborenen zijn:

BAUMANN, Eric (1980, Duitsland)
BROOKS, Benjamin (1979, Australië)
CAPTEIN, Joop (1937, Nederland)
CHAVANEL, Sébastien (1981, Frankrijk)
DEFILIPPIS, Nino (1932, Italië)
EHLEN, Nol (1932, overleden 03.01.1998, Nederland)
GIJSEL, Raf (1939, overleden 29.01.1977, Nederland)
JACOBS, Michel (1956, Nederland)
KASECHKIN, Andrej (1980, Kazachstan)
LAMERS, Jo (1932, Nederland)
POST, Tommy (1966, Nederland)
RUITENBEEK, Manman (1987, Nederland)
SONNERY, Blaise (1985, Frankrijk)
VAN DEN BROECK, Inge (1978, België)
VIERBERGEN, Lars (1988, Nederland)
IJZENDOORN, Eddy van (1985, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 21 maart 2007 0:00

jesper skibby

oei, wat een cynisme... zit de boosheid hem vooral daarin dat skibby (ongetwijfeld) aardig geld verdient door aan het boek mee te werken, en zo in feite twee keer 'profiteert'? het boek heb ik niet gelezen dus daar kan ik niet over oordelen. blijkbaar is het nogal gericht op de sensatie.
is het oordeel over bijvoorbeeld iemand als peter winnen ook zo hard? of niet omdat die het thema doping in zijn eigen wielercarrière met enige nuance benadert?

Geplaatst door ronnie vd bogaart, 21 maart 2007 15:10:16

Skibby

Waar ik me aan stoor, beste Ronnie, is het feit dat Skibby pas na vijf jaar met die bekentenis komt. Op een moment dat onze geliefde wielersport negatieve berichten kan missen als kiespijn. Als je de naam van Skibby googelt dan gaan de meeste berichten over die bekentenis. Dat boek is bijzaak, zijn carrière is bijzaak, de man is bijzaak. Het boek van Peter Winnen - Van Santander naar Santander - is niet bekend geworden vanwege de dopingervaringen van Peter, maar omdat het gewoon een prachtig boek is. Dat is het verschil. Winnen is trouwens ook door de wielerwereld veroordeeld, nadat hij samen met Maarten Ducrot en Steven Rooks in het programma Reporter hun farmaceutisch verleden hadden onthuld. Was daar toen maar voor uitgekomen, was de algemene opvatting en ik ken oud-profs die niet meer met de drie willen praten. Dat gaat mij veel te ver, maar in het geval Skibby mag het van mij.

Fred

Geplaatst door Fred, 21 maart 2007 15:56:47

jesper skibby 2

beste fred

bedankt voor de reactie. ik doelde wat betreft peter winnen ook op de genoemde tv-uitzending. gelukkig gaat het jou ook te ver als vanwege die uitzending mensen niet meer met winnen, rooks en ducrot willen praten. als iemand van buiten de wielersport, heb ik deze uitzending ook gezien. mijn indruk was dat het deze drie niet om de sensatie ging (zoals blijkbaar wel in het boek van skibby) maar eerder om bij te dragen aan de oplossing van het dopingprobleem door hier open over te zijn.

en 'santander' is inderdaad een prachtig boek. het komt wat mij betreft in de buurt van 'de renner'. het goede van winnen is denk ik, dat hij in zijn boek juist doping tot een bijzaak maakt en het zo een meer reële plaats geeft. zonder het onderwerp te negeren. want je hebt gelijk: het woord doping hoeft maar te vallen en alles lijkt verder bijzaak te worden. ook ondergetekende stoort zich daaraan.

nogmaals dank dat je je bericht hebt toe willen lichten.

met vriendelijke wielergroeten,
ronnie

Geplaatst door ronnie vd bogaart, 21 maart 2007 17:08:24

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web