Uittreksel uit de Burgerlijke Stand van 3 oktober …

Arthur – zeg maar Tuur – Decabooter was een ijzersterke coureur, gezegend met een messcherp eindschot. In zijn tijd kocht ik regelmatig een Belgisch sportblad waarvan ik de naam ben vergeten. Dat deed ik het liefst in het voorjaar, want dan stonden er veel foto’s in van de Vlaamse koersen die in februari en maart waren verreden.

Zo maakte ik kennis met jonge amateurs die later beroemde profs werden. Zoals Fredje De Bruyne, Martin Van Geneugden, Richard Van Genechten, Walter Godefroot, de twee Gilberts en Manten Desmet, Noël Foré en natuurlijk ook Tuur.

Besmeurde rennerskoppen in zwart/wit waarin het lijden diepe groeven had getrokken keken je van de foto’s aan. Jongens van rond de twintig leken op mannen van veertig en ouder. En daar tussen zag ik voor het eerst de brede kop van Tuur.

Hij had toen net de Ronde van Vlaanderen voor amateurs gewonnen en daar was hij dolblij mee. Hij won die koers een paar jaar later ook als onafhankelijke en als kroon op het werk ook als prof.

Op die foto's veroorzaakte de gulle lach barsten en barstjes in het moddermasker, wat nog beter illustreerde hoe zwaar en nat het was geweest. De Ronde van Vlaanderen werd voor mijn gevoel in die tijd uitsluitend in pokkenweer gereden. 

Eveneens voor mijn gevoel reed Tuur altijd van voren in Vlaanderen en ook in Parijs-Robaix, koersen die voor hem gemaakt waren. Maar hij kon meer. In de Tour was hij meestal niet gelukkig, maar in de Vuelta kon hij aardig uit de voeten. Hij won er etappes en in 1960 het puntenklassement.

De zwager – in Vlaanderen zeggen ze schoonbroer – van Walter Godefroot was populair en toen hij twee jaar achtereen niet werd geselecteerd voor het WK, omdat Rik Van Looy hem er niet bij wilde hebben, kwamen duizenden mensen op de been om bij de Belgische Wieler Bond te demonstreren tegen zo veel onrecht.

Op zaterdag 26 mei 2012 reed de toen 75-jarige oud-renner zijn dagelijkse ritje op de Scheldedijk tussen Oudenaerde en Zingem om daar het zogeheten Scheldepeloton te ontmoeten om er met die groep nog even pittig tegenaan te gaan.

Hij had een goede conditie, leek niets te mankeren, maar een hartstilstand maakte een onverwacht einde aan zijn leven. El Toro stierf in het harnas.

Hij was tussen 1959 en 1967 een populaire beroepsrenner. Een machtig lijf, waarboven die brede kop. Hij was op z’n best als het weer slecht was en wind, regen, hagel en andere ellende om de hoofdrol vochten.

Als drievoudig winnaar was zijn lievelingswedstrijd natuurlijk de Ronde van Vlaanderen. Daarnaast won hij mooie koersen als de E3 Prijs, Dwars door Vlaanderen, de Omloop Het Volk, Kuurne-Brussel-Kuurne en Nokere Koerse.

In dat soort wedstrijden kon Tuur vreselijk tekeer gaan, spektakel maken en ondanks alle inspanningen ook nog een rap spurtje maken en de winst pakken.

Het grootste deel van zijn carrière reed hij voor de ploeg van de Groene Leeuw, in Vlaanderen de tegenhanger van Flandria. Een werkersploeg met coureurs die met hun tanden een frank doormidden beten en met hun harde kop een kassei konden klieven.

In het grote rondewerk was hij minder op zijn plaats. Hij startte drie keer in de Tour de France, maar haalde nooit het einde. De Vuelta lag hem beter.

Ook daar ging hij drie maal van start met een tiende en een zestiende plaats in de eindstand als resultaat. Hij won in de Vuelta drie ritten en in 1960 het puntenklassement.

Decabooter beëindigde zijn wielercarrière in 1967. In het Gentse Kuipke werd een afscheidswedstrijd voor hem georganiseerd en het kleine sportpaleisje was tot de laatste plaats uitverkocht.

Foto’s: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 3 oktober 2016 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web