Een drie-eenheid van niet ingevulde verwachtingen

Soms zet het toeval zomaar een stel namen op een rijtje met overeenkomsten waar niemand vooraf bij stil stond. Zoals recent op het Slogblog. Daar lazen we de verhalen van een drietal zeer getalenteerde wielrenners die hun grote talent niet wisten te verzilveren bij de profs.

André Gevers (foto 1) was er een van (geboren in 1952). Over de oorzaak steekt hij de hand nadrukkelijk in eigen boezem. De opmerking ‘Ik miste de instelling van een prof,’ vertelt veel. Wie iets dieper wil graven komt ook nog iets anders tegen.

Net als bij Jos Lammertink (van 1958) en Frits van Bindsbergen (van 1960) lees je niets over een ploegleider die iets bijdroeg. Zo bleven de resultaten van deze jongens bij de amateurs in schril contrast met wat ze bij de profs presteerden.

Van deze renners trok Frits (foto 3) het snelst zijn conclusies. Na drie jaar prof hield hij het voor gezien. André hield het langer vol, de laatste jaren vooral bij aggenebbish ploegjes.

Bij vergissing ook nog bij een verkeerde sponsor - Jehova getuigen en de seksindustrie slapen niet prettig op een kussen. Toen André begreep waar Pretty City zijn geld mee verdiende, leverde hij zijn contract in.

Het meest dramatisch is misschien nog wel het verhaal van Jos Lammertink (foto 2). Als groot talent zou hij zijn entree maken bij de ploeg van Peter Post.

Op het laatste moment koos Post voor Zoetemelk en begon Jos een Odyssee langs allerlei ploegjes. Grondtoon daarin was vaak een soort baldadige sfeer waarin de een de ander in fout gedrag probeerde te overtreffen.

Uiteindelijk reed hij ook nog bij Post toen die Panasonic had gestrikt als geldschieter. Jos deed een paar mooie dingen, maar het haalde het niet bij wat hij als jonge amateur allemaal kon.

Goed beschouwd ligt de ziekte van Pfeiffer en de manier waar daarmee is omgesprongen aan de basis van die teloorgang. Medici en topsport zijn lang een ongezonde combinatie geweest.

Toen Jos uiteindelijk stopte, bleek hij andermaal een talent, maar in het ontwikkelen van fysieke narigheid. Tenslotte is er die voortschrijdende spierziekte bijgekomen. De man is een schim van hoe sterk hij vroeger was.

Gelukkig verkeert Jos nog graag en regelmatig onder oud-wielrenners. Wanneer die fietsen, bestuurt hij de auto met materiaal en versnaperingen. Op het terras komen dan al snel de mooie verhalen uit de jonge(ns) jaren.

Frits, liet ik mij vertellen, wil eigenlijk niets meer te maken hebben met zijn wielerverleden. Van André weet ik het niet, net zo min of hij nog steeds een Jehova getuige is. Op een of andere manier blijf ik dat een intrigerend onderdeel van zijn persoonlijkheid vinden.

Vorig weekend luisterde ik naar een tv-journalist die aan een sporter in Rio vroeg (ze won slechts! zilver): “Kun je je teleurstelling beschrijven?”

De verbazing spatte uit haar ogen en even hoopte ik dat ze zou antwoorden: “De grootste teleurstelling is wel dat ik dit soort vragen gesteld krijg, en dan ook nog van mensen die zich sportverslaggever noemen.”

Helaas, ze deed het niet. Te beleefd. Gelukkig is Jos, André en Frits dergelijke onzin bespaard gebleven.

Foto’s: archief dewielersite.net

Door Joep Scholten, 27 augustus 2016 14:00

André Gevers

André is lid van Club48 en woont nog (on)regelmatig bijeenkomsten bij van dit illustere gezelschap.
Geplaatst door Albert van de Donk, 27 augustus 2016 22:26:58

Net niet generatie

Kan het zijn dat deze renners gewoon een tekort aan talent hadden? Als je het achteraf bekijkt zijn van de topamateurs van eind jaren 70 er maar weinig echt doorgebroken als prof. Alleen adrie van der poel is een echte topper geworden. De andere toppers die doorbraken in de jaren 80 waren nog junior of eerstejaars amateur toen deze renners goed waren als amateur.(m.u.v. Frits van bindsbergen die immers pas in 1983 prof werd)Veel amateurs trainden toen al als profs zodat er later weinig rek meer inzat en de groei tot echte topper stagneerde. Zo heeft elke generatie zijn net-nieters die door allerlei omstandigheden de echte top nooit haalden. Fedor den Hertog is daar misschien wel het beste voorbeeld van. Als amateur absolute wereldtop en als prof een renner in de marge.
Geplaatst door Gerard Struik, 28 augustus 2016 01:58:04

veregeten...

Hanegraaf, Lubberding, van Poppel, Rooks, Stamsnijder.... volgens mij is Gerard Struik er een paar ontschoten die wel doorbraken... ;-)
Geplaatst door marcov, 28 augustus 2016 11:07:08

Niet vergeten

Hoi markov,
Deze namen die je noemt waren eind jaren 70 nog junior(van Poppel) eerstejaars amateur(Rooks en Hanegraaf) en om Stamsnijder en Lubberding toppers op de weg te noemen gaat mij wat ver. Oké, Stamsnijder is in zijn discipline een wereldtopper geweest en Lubberding zou naar de maatstaven van nu bijna de beste nederlandse coureur van het moment zijn. Maar Lubberding heeft zich al snel gerealiseerd dat de geestelijke druk van het kopmanschap niet voor hem geschikt was en werd zodoende meesterknecht en koerskapitein.
Geplaatst door Gerard Struik, 28 augustus 2016 13:13:36

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web